Home / Actuele HR-issues / Pensioenregeling

Pensioenregeling

De pensioenregeling wordt steeds complexer. In de krant komen technische discussies voorbij over het korten van pensioenen en de (mogelijke) gevolgen van het nieuwe pensioenstelsel. In de praktijk zijn er elk jaar wijzigingen in de wetgeving. En los van de complexiteit wordt de arbeidsvoorwaarde pensioen ook steeds duurder.

Aanvullend pensioen – in het dagelijks spraakgebruik meestal kortweg pensioen, ook wel ouderdomspensioen  of tweede-pijlerpensioen genoemd – bouwen werknemers tijdens hun werkzame leven op, en vormt een aanvulling op de AOW. Pensioen is niets anders dan uitgesteld loon, geld dat medewerkers nu opzij zetten om later van te kunnen leven. 
Er bestaat overigens geen pensioenplicht in Nederland. In beginsel zijn werkgever en werknemer vrij om al dan niet afspraken te maken over pensioen – pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Als er wel een afspraak is, is er sprake van een pensioenovereenkomst.

Aan welke voorwaarden moet de pensioenregeling voldoen volgens de pensioenwet

Elke pensioenregeling moet voldoen aan de eisen die de Pensioenwet stelt. Elementen die essentieel zijn om te kunnen spreken van pensioen in de zin van de Pensioenwet zijn:

  • de koppeling met de arbeidsrelatie
  • het geldelijk vastgesteld zijn van de uitkering
  • een uitkering ter zake van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid die persoonsgebonden is.

Als één van de drie genoemde elementen ontbreekt, is er geen sprake van pensioen in de zin van de Pensioenwet.

Koppeling van de pensioenregeling met de arbeidsrelatie

Met pensioen in de zin van de Pensioenwet wordt gedoeld op de arbeidsvoorwaarde pensioen, zoals werkgever en werknemer die zijn overeenkomen in het kader van de arbeidsovereenkomst (pensioenregeling).

Geldelijk vastgestelde uitkering

Er is alleen sprake van pensioen in de zin van de Pensioenwet als het een uitkering in geld betreft ter zake van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid.
Overeenkomsten die leiden tot een uitkering in beleggingseenheden vallen niet onder de Pensioenwet. Ook als de werkgever met zijn werknemer een oudedagsvoorziening in natura overeenkomt, bijvoorbeeld een woning, is er geen sprake van pensioen in de zin van de Pensioenwet.

Ouderdomspensioen

Het ouderdomspensioen moet levenslang zijn. Het pensioen moet derhalve voortduren totdat de gepensioneerde overlijdt.

Factoren die invloed uitoefenen op de pensioenpremie 

Twee belangrijke factoren die de kostprijs van de pensioenregeling bepalen zijn de levensverwachting en de rente. Hoe hoger de levensverwachting, hoe duurder het pensioen. En hoe lager de rente, hoe duurder het pensioen. De afgelopen jaren heeft een combinatie van die twee effecten plaatsgevonden: de levensverwachting liep op en de rente bleef dalen. Dit leidde tot een flinke stijging van de kostprijs van de pensioenregeling. Als er verder niets wordt gewijzigd aan de pensioenregeling, leidt dit tot hogere premies.

De vraag is nu hoe u als werkgever kunt anticiperen op stijgende pensioenpremies. Er zijn drie knoppen waaraan kan worden gedraaid: de premie, de ambitie en het risico. Als bijvoorbeeld de premie te hoog wordt, kan die worden verlaagd door te kiezen voor een pensioenregeling waarbij het risico meer bij de werknemer komt te liggen. Is dit niet haalbaar, dan vormt versobering van de pensioenregeling (de ambitie) door bijvoorbeeld de opbouw te verlagen of het partnerpensioen anders te verzekeren een andere mogelijkheid.

De pensioenpremie: wie betaalt wat?

Hoeveel werkgevers en werknemers betalen aan pensioenpremie, verschilt sterk per sector en is onder meer afhankelijk van hoe luxe de pensioenregeling is en van de vergrijzing in de betreffende sector. In grote ondernemingen betalen werknemers en werkgevers tussen de 25 en 30 procent van de loonsom aan premie, met uitschieters tot boven de 40 procent. Bij bedrijfstakfondsen wordt ongeveer 20 procent aan premie betaald. Maar die percentages stijgen.
De verdeling van de premies – wie uiteindelijk wat betaalt, is een kwestie van afspraken maken in het kader van het arbeidsvoorwaardenoverleg – is doorgaans niet evenredig. Vaak betalen werkgevers het grootste deel van de totale premie: het is niet ongebruikelijk dat de werkgever twee derde voor z’n rekening neemt en de werknemer een derde. Het kan ook zijn dat werknemers relatief veel premie betalen, maar dan hebben zij beslist een kwalitatief goede pensioenregeling.
Enkele jaren geleden raakten de zogeheten premievrije pensioenen in zwang, vooral bij multinationals. Het gold als een uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarde. Maar waren die pensioenen inderdaad premievrij? Nee, de werkgever nam gewoon het werknemersdeel voor zijn rekening waardoor het leek alsof die niet voor zijn pensioen betaalde. Premievrije pensioenen bestaan in werkelijkheid niet.

Het belang van leeftijdsonafhankelijke maatregelen, ondanks dat het pensioenakkoord nog ver weg is
Het belang van leeftijdsonafhankelijke maatregelen, ondanks dat het pensioenakkoord nog ver weg is