Pensioenakkoord en nieuwe pensioenwet

Het Nederlandse pensioenstelsel ondergaat de komende jaren een fundamentele verandering.

Het wetsvoorstel (en de memorie van toelichting) daarvoor is op 30 maart 2022 voor behandeling naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het is de bedoeling dat de wet Toekomst Pensioenen op 1 januari 2023 in werking treedt. Uiterlijk 1 januari 2027 moeten alle pensioenregelingen zijn aangepast aan de nieuwe methodiek. Belangrijke punten zijn dat de doorsneesystematiek wordt afgeschaft – het variabele pensioen vervangt het gegarandeerde pensioen. In het nieuwe stelsel, dat ruimte biedt voor twee soorten pensioenovereenkomsten, vormt een leeftijdsonafhankelijke premie het uitgangspunt.

Pensioenakkoord 2019 in het kort


AOW-leeftijd
| Minder snelle stijging
Eerder stoppen met zwaar werk |  Tijdelijke vrijstelling RVU-boete
Zzp’ers | Mogelijkheid om eenvoudiger (tweede-pijler)pensioen op te bouwen
Afschaffing doorsneesystematiek Er komt een leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie
Twee pensioencontracten | Naast de Wet verbeterde premieregeling een nieuwe premieovereenkomst met meer collectieve risicodeling

Pensioenakkoord 2019
Over een nieuw, toekomstbestendig pensioenstelsel is jarenlang gediscussieerd. Het in juni 2019 bereikte Pensioenakkoord, was voor de totstandkoming van de wet Toekomst Pensioenen dan ook van cruciaal belang.
Het akkoord betreft een breed pakket aan maatregelen, waarbij sociale partners afgesproken hebben dat het één niet los kan worden gezien van het ander.
Enkele afspraken van het Pensioenakkoord zijn de afgelopen jaren al ingevoerd, zoals het minder snel laten stijgen van de AOW-leeftijd en de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan bij zwaar werk.

Transitieplan
Uiterlijk 1 januari 2027 moeten dus alle pensioenregelingen zijn aangepast aan de nieuwe methodiek. In de zogeheten transitieperiode komen handreikingen voor werkgevers beschikbaar over wat daarbij komt kijken. Iedere werkgever met een pensioenregeling moet een transitieplan maken. Bij bedrijfstakpensioenfondsen doen de cao-partijen dat. Binnen de transitieperiode kunnen sociale partners op een zelf gekozen moment de overstap maken. Dit biedt ruimte voor maatwerk.
Werkgevers hebben dus vanaf 1 januari 2023 nog vier jaar de tijd om hun pensioenregeling aan te passen aan de nieuwe pensioenwet. Dat lijkt nog een zee van tijd, maar vergis u niet: het betreft een intensief en tijdrovend proces. 

Pensioenflits: actuele pensioenkwesties op begrijpelijke wijze toegelicht en uitgediept

AWVN wil de leden graag goed op de hoogte houden van de ontwikkelingen op pensioengebied en de gevolgen voor hen. AWVN-pensioenexperts organiseren daarom maandelijkse korte online-bijeenkomsten: Pensioenflits. Elke bijeenkomst duurt 30 minuten. De experts nemen u op hoofdlijnen mee in de veranderingen binnen het pensioenstelsel en vertellen u hoe zich hier adequaat op kunt voorbereiden. Gratis voor leden.
Bekijk het overzicht van alle afleveringen van Pensioenflits; u kunt via die pagina elke editie (alsnog) bekijken.

 

  • Eerste en tweede pijler pensioenstelsel

    Eerste pijler: AOW
    In 2020 en 2021 bleef, als uitvloeisel van de afspraken in het Pensioenakkoord, de AOW-leeftijd op 66 jaar en 4 maanden. Sinds 1 januari 2022 gaat deze, conform de afspraken, in stappen naar 67 jaar in 2024; vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting. Eén jaar langer leven betekent acht maanden later AOW.
    Op basis van de CBS-prognoses over de resterende levensverwachting, is inmiddels bekend geworden dat de AOW-leeftijd zowel in 2026 als 2027 67 jaar blijft.
    Voor werknemers die ná 2027 de leeftijd van 67 jaar bereiken (dus geboren zijn vanaf 1961) staat de AOW-leeftijd op dit moment dus nog niet vast. Maar mocht te zijner tijd de levensverwachting met één jaar zijn gestegen, dan schuift de AOW-leeftijd naar 67 jaar en 8 maanden.

    Tweede pijler: werknemerspensioen
    • Invoering nieuw pensioenstelsel naar verwachting in 2023 (hieronder meer).
    • Geen kortingen van pensioenen voor pensioenfondsen met een dekkingsgraad boven de 100% tijdens de overgangsperiode. Dit betekent dat er alleen hoeft te worden gekort als de dekkingsgraad al vijf jaar onder de 100% is. Met het tijdelijk aanpassen van de kortingsregels is de kans dat fondsen moeten korten, substantieel verkleind.
    • Meer keuzemogelijkheden: nieuw is dat maximaal 10% van het opgebouwde pensioen op de pensioendatum als bedrag ineens mag worden opgenomen.
    • Nabestaandenpensioen: in het huidige stelsel bestaat door de veelheid van systemen het risico dat werknemers ongewild onverzekerd zijn. Afgesproken is dat er meer standaardisatie komt, dat het nabestaandenpensioen begrijpelijker wordt en risico’s verkleind.

    Uitbreiding met zelfstandigen
    • Toegankelijk maken van de tweede-pijlerpensioen voor zelfstandigen (zzp’ers) op basis van vrijwillige toetreding.
    • Introductie verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.

    Overige maatregelen
    Beperking RVU-heffing voor AOW-overbrugging (vanaf 2021 tot en met 2025).
    ➢ Vrijstelling tot een bedrag van € 19.000 per volledig jaar bij vrijwillige uittreding, maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd.
    ➢ Werknemers kunnen zelf aanvullen door hun pensioen te vervroegen.
    ➢ Bedoeld voor mensen met zwaar werk (cao-afspraken of individuele afspraken).
    ➢ Budget van 800 miljoen vanaf 2021 voor maatwerk.
    • Investeringsprogramma voor duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen.
    • Uitbreiding fiscaal gefaciliteerd verlofsparen van 50 weken naar 100 weken.

  • Nieuw pensioenstelsel (invoering beoogd in 2023)

    Afschaffing doorsneesystematiek
    De doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Een leeftijdsonafhankelijke premie wordt het uitgangspunt, waarbij deelnemers een opbouw krijgen die past bij de betaalde premie. Deze leeftijdsonafhankelijke premie gaat gelden voor alle type pensioenregelingen.

    Omdat de premie-inleg van jongeren langer rendeert, leidt die premie-inleg tot een relatief hogere pensioenopbouw op jongere leeftijd ten opzichte van de pensioenopbouw op oudere leeftijd (degressieve opbouw). Deze nieuwe manier van pensioenopbouw past beter bij de veranderende arbeidsmarkt.

    In verband met de leeftijdsonafhankelijke premie komt er één fiscaal kader. Dit geeft de maximumpremie weer die werkgevers beschikbaar kunnen stellen voor de opbouw van (fiscaal gefaciliteerd) pensioen.

    Compensatie transitie doorsneesystematiek
    De overstap naar een leeftijdsonafhankelijke premie heeft gevolgen voor werknemers die nu pensioen opbouwen. Voor werknemers van rond de 45 jaar zijn de gevolgen het grootst. Zonder compensatie kan het pensioenperspectief van werknemers verslechteren. In de komende twee jaar wordt gewerkt aan een wettelijk model voor compensatie.

    Overgang van uitkeringsregelingen (DB) naar premieregelingen (DC)
    In het nieuwe pensioenstelsel is geen nominale zekerheid meer. Het gegarandeerde pensioen wordt verlaten en er wordt een overstap gemaakt naar een variabel pensioen. Aan het bestaande palet aan pensioenregelingen wordt een nieuwe pensioenvorm toegevoegd.

    Sociale partners kunnen op decentraal niveau de keuze maken tussen twee (DC-) pensioenregelingen:
    1. een nieuw toe te voegen pensioenregeling met uitgebreide risicodeling
    2. een collectieve variant op de Wet verbeterde premieregeling met beperkte risicodeling.
    Het verschil zit in de mate van solidariteit in de opbouwfase.
    Onder bepaalde voorwaarden kan de huidige DB-regeling gehandhaafd blijven.

    Ad 1 Nieuw toe te voegen pensioenregeling met uitgebreide risicodeling
    Hier is de premie het uitgangspunt (premieovereenkomst). In het arbeidsvoorwaardenoverleg wordt de premie vastgesteld op basis van een gewenste pensioenopbouw. Jaarlijks wordt direct een voorwaardelijk pensioen ingekocht op basis van de dan geldende kostprijs voor pensioen. Uitgangspunt hierbij is de marktrente. De opgebouwde voorwaardelijke pensioenen gaan automatisch eerder omhoog bij positieve rendementen en automatisch eerder omlaag bij negatieve rendementen. Om meer stabiliteit te bieden, is het mogelijk de korting over maximaal tien jaar te spreiden.

    Ad 2 Collectieve variant op de Wet verbeterde premieregeling met beperkte risicodeling
    Ook in dit – al bestaande contract – is de premie het uitgangspunt (premieovereenkomst). In het arbeidsvoorwaardenoverleg wordt de premie vastgesteld op basis van een gewenste pensioenopbouw. In dit contract is sprake van een persoonlijk pensioenvermogen in de opbouwfase en van collectieve risicodeling tussen gepensioneerden in de uitkeringsfase. In de laatste tien jaar voor pensionering wordt het persoonlijk pensioenvermogen geleidelijk in het collectief vermogen ingebracht. In de uitkeringsfase delen gepensioneerden beleggingsrisico’s en sterfterisico’s (lang- en kortleven) met elkaar via spreiding van schokken (positief en negatief) over maximaal tien jaar.

  • Wat kunt u reeds doen?

    Het wetsvoorstel zal naar verwachting na behandeling in de Eerste en Tweede Kamer nog veranderingen ondergaan. U kunt als werkgever wel alvast met de volgende zaken rekening houden.

    Ingang AOW
    De AOW-gerechtigde leeftijd stijgt per 1 januari 2020 minder snel. Dit betekent dat u mogelijk werknemers in dienst heeft die vroeger uittreden dan eerder verondersteld. Dit vraagt onder meer om afstemming met de betrokken werknemer, de leidinggevende en de pensioenuitvoerder over de ingang (vervroeging/uitstel) van het pensioen.

    Arbeidsvoorwaarden
    Denk na over mogelijke consequenties voor uw arbeidsvoorwaarden zoals vastgelegd in cao of arbeidsvoorwaardenregeling. Wat betekent dit voor ouderenregelingen, ontzie-maatregelen, extra vakantiedagen en zo voort, en de communicatie met uw werknemers? En is er in uw sector aanleiding om gebruik te maken van de tijdelijke vrijstelling RVU? Let op bestaande afspraken, zoals een mogelijke 80/90/100-regeling.

    Eigen pensioenregeling
    Heeft uw onderneming een eigen pensioenregeling? De gevolgen van het pensioenakkoord zijn erg afhankelijk van de wijze waarop uw huidige regeling en uitvoering zijn vormgegeven. Inventariseer deze. Stel de afloopdatum van uw huidige uitvoeringsovereenkomst vast. Houd er rekening mee dat ook uw regeling over enkele jaren moet worden aangepast. Informeer uw OR alvast op hoofdlijnen.

    Let op! Het nieuwe pensioenstelsel raakt alle pensioenregelingen, dus ook pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij verzekeraars en premiepensioeninstellingen.

    Het pensioenteam van AWVN staat klaar om u met raad en daad van dienst te zijn.

0 reacties