Wat ziet AWVN?
Het kabinet zet in op het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Dat dit van groot belang is, werd wel duidelijk op het AWVN-jaarcongres 2026. Arbeidsproductiviteitsgroei is een belangrijke voorwaarde voor economische groei en het behoud van onze welvaart. Werkgevers moeten inzetten op slimmer werken om hun werkkracht te vergroten via technologie, organisatie en medewerkers. Het is aan de overheid om te zorgen voor de juiste randvoorwaarden.
De belangrijkste aangekondigde maatregelen
Deze onderwerpen kun je in onderstaand overzicht vinden:
- Banenafspraak
- Asiel en migratie
- Leven lang ontwikkelen (LLO)
- Duurzame inzetbaarheid
- Meer uren werken
- Financiering van innovatie
- Maatregelen weerbaarheid
- Talentstrategie voor veiligheid en weerbaarheid
Banenafspraak
Het kabinet wil dat meer mensen kunnen meedoen, bij voorkeur via betaald werk. Daarbij is er specifieke aandacht voor de baankansen van mensen met een arbeidsbeperking en nieuwkomers, en voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld bij objectieve werving en selectie. Het kabinet bereidt daarnaast plannen voor om 75.000 nieuwkomers aan werk te helpen.
Er wordt een nieuwe banenafspraak aangekondigd waarin de ondersteuningsbehoefte centraal staat en een betere doelgroepdefinitie wordt gehanteerd. Het kabinet wil het voor mensen makkelijker maken om te wisselen tussen dagbesteding, beschut werk, een baan binnen de banenafspraak en regulier werk, zodat zij kunnen meedoen op de plek die het beste bij hen past. Daarnaast wil het kabinet ervoor zorgen dat iedere arbeidsmarktregio een Werkcentrum heeft waar werkzoekenden, werkenden en werkgevers terecht kunnen voor ondersteuning bij scholing en werk.
Tegelijkertijd onderkent het kabinet nog onvoldoende dat voor deze doelstellingen ook een betere uitvoering nodig is. Er worden nog geen stappen gezet om werklozen in een kwetsbare positie voor werkgevers goed in beeld te brengen, met informatie over hun competenties, werkervaring en opleiding. Het kabinet zegt de ondersteuningsbehoefte centraal te stellen, maar maakt daarvoor niet de noodzakelijke middelen vrij. Werkgevers worden daardoor in veel gevallen wel uitgenodigd om mensen in een kwetsbare positie in dienst te nemen, zonder dat in de benodigde ondersteuning wordt voorzien.
AWVN vindt
AWVN steunt de keuze van het kabinet om werk en participatie meer centraal te stellen, maar roept het kabinet op om ook boter bij de vis te doen: er moet worden voorzien in de benodigde ondersteuning voor werkgevers. Daarnaast dient het kabinet de publieke dienstverlening door te ontwikkelen tot een niveau dat past bij de ambitie om meer mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt te laten participeren.
Asiel en migratie
Het kabinet formuleert een aantal beleidsprioriteiten. Mensen komen naar Nederland om hier te werken, studeren, voor hun gezin of om asiel aan te vragen. Het kabinet wil meer grip krijgen op migratie. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat migratie aansluit op de spankracht van ons land. Arbeidsmigratie kan waardevol zijn voor onze economie, maar mag niet samengaan met uitbuiting en misstanden zoals die nu voorkomen in Nederland. De spankracht van de samenleving wordt getest als gevolg van migratie. De permanente druk op de opvang, de gevoelde gevolgen van het woningtekort, de wijken in grote steden die mede door arbeidsmigranten voortdurend veranderen van samenstelling: dat alles heeft effect op onze samenleving en op het maatschappelijke debat.
Deze ontwikkelingen maken dat het kabinet inzet op meer grip op migratie. Doel is (i) de instroom te verlagen, (ii) stabiele en fatsoenlijke opvang te realiseren, waarbij sneller meedoen de norm wordt en (iii) vertrek van uitgeprocedeerde asielzoekers te verhogen.
Tevens wil dit kabinet sturen op gerichte arbeidsmigratie die onze economie versterkt. Met deze beleidsagenda schetst het kabinet de inzet in 2027 binnen de contouren van een toekomstbestendig migratiebeleid dat oog houdt voor de mensen waarover het gaat en tegelijkertijd recht doet aan de grenzen van wat onze samenleving aankan. Dit sluit aan bij de conclusies van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. Het kabinet ziet de conclusies van deze commissie om te komen tot gematigde groei als haar lange termijn doel.
Reguliere migratie
Als een vreemdeling van buiten de EU naar Nederland komt om te werken, bij zijn familie te verblijven, te studeren, of vanwege een culturele uitwisseling of een verblijf krijgt op humanitaire gronden, noemen we dit reguliere migratie. Daarbij wil dit kabinet sturen op gerichte arbeidsmigratie die onze economie versterkt en die écht nodig is. Daartoe wordt onder andere verkend of een pilot is in te richten om onder strenge voorwaarden tijdelijk goed geschoolde krachten actief en gericht naar Nederland te halen (vakkrachtenregeling).
Het kabinet zet daarnaast in op het aanpakken van misstanden rondom arbeidsmigratie. Daarom worden de adviezen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten en het SER-advies ‘Arbeidsmigratie naar waarde’ verder uitgevoerd. Zo wordt er onder andere gewerkt aan betere ondersteuning van arbeidsmigranten en worden maatregelen genomen om meer zicht te krijgen op de doelgroep. Een voorbeeld is ook het verbod voor werkgevers om vanaf de beoogde datum van inwerkingtreding van 1 juli 2028 geen huisvestingskosten meer te mogen inhouden op het loon van arbeidsmigranten.
AWVN vindt
Allereerst is AWVN blij met de toon van het debat over asiel en migratie. Met name buitenlandse arbeids- en kennismigranten, evenals buitenlandse studenten die in Nederland een studie willen volgen, maar ook Oekraïense vluchtelingen leveren een belangrijke bijdrage aan de brede welvaart, nu en in de toekomst. Aansluiten bij de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen is een goede zaak. Dat draagt bij aan een zorgvuldig en evenwichtig debat, en voorkomt dat bepaalde groepen eenzijdig verantwoordelijk worden gehouden voor maatschappelijke uitdagingen.
Voor alle groepen die een bijdrage leveren aan het handhaven van de brede welvaart is van belang dat de problemen rond de huisvesting worden opgelost. De toon van het debat is daarbij van belang en dat vereist een inzet van gemeentes en provincies om zorg te dragen voor adequate huisvestingsmogelijkheden en voorzieningen. Ook de Nederlandse burgers moeten zich realiseren dat we buitenlandse werknemers gewoonweg nodig hebben om onze economie toekomstbestendig te houden. De Koning verwoordde dat uitstekend in de Troonrede: “Bij alle begrijpelijke discussie die dit lokaal kan oproepen, doet het kabinet een dringend beroep op gemeenten om solidair te zijn met Ter Apel en al die andere locaties die al veel te lang worden overvraagd. Grip op migratie is bij uitstek een onderwerp dat om gezamenlijkheid vraagt.”
Het inrichten van een pilot om goed geschoolde krachten actief en gericht naar Nederland te halen is een goede start. AWVN is echter van mening dat er veel meer moet gebeuren op dit gebied, omdat op dit moment enkel de kennismigrantenregeling openstaat voor derdelanders en de salarisniveaus daarvoor al heel erg hoog zijn.
Leven lang ontwikkelen (LLO)
Iedereen is nodig op de arbeidsmarkt. Het is daarom belangrijk dat mensen wendbaar zijn en hun positie op de arbeidsmarkt kunnen verstevigen. Werkgevers kunnen dit faciliteren door te investeren in LLO. Blijven leren moet een nieuwe norm worden; het ontwikkelen van (nieuwe) vaardigheden kan er voor zorgen dat er meer mensen beschikbaar komen voor sectoren die cruciaal zijn voor economische groei.
Het kabinet is daarom een nieuwe regeling voor LLO aan het uitwerken. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe deze eruit zal zien, maar het zal voornamelijk zijn voor de mensen die er het meeste baat bij hebben. Er is sprake van een speciale focus op kwetsbare groepen, zoals werkzoekenden en mensen die minder onderwijs hebben genoten. Vanaf 2028 zou hier geld voor vrij moeten komen.
Breder wordt er gewerkt aan een toegankelijk en bestendig LLO-stelsel. Daarbij wordt er een verkenning gemaakt voor de mogelijkheden voor een stelsel van individuele leerrechten. Het verkennen van een toegankelijk en bestendig LLO-stelsel kan niet apart plaatsvinden, vindt het kabinet. LLO wordt ook in verband gebracht met de transitievergoeding. De afschaffing van de compensatieregeling wordt om die reden waarschijnlijk nog een jaar uitgesteld.
Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in het mkb (SLIM)
Leren en ontwikkelen binnen het mkb moet vanzelfsprekend gaan worden. Daarom blijft het kabinet de Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in het mkb voortzetten. Deze blijft van kracht voor zowel individuele mkb-ondernemingen als samenwerkingsverbanden in het mkb.
De tijdelijke scholingssubsidie voor opleidingen en maatschappelijke cruciale sectoren, als onderdeel van SLIM, zal vanaf 2027 alleen nog maar mogelijk zijn voor individuele werkgevers.
Van werk naar werk
Er moet een arbeidsmarkt komen waarin werkenden sneller op de juiste plek terechtkomen en de weg kunnen vinden naar duurzaam werk. Hierdoor zal er minder werkloosheid of uitval kunnen ontstaan en wordt duurzaam werk steeds meer gevonden. Bij een dreigend verlies van baan of in het geval dat de functie niet meer past bij de werknemer, is het belangrijk dat een werknemer al vroeg begeleid wordt naar passend werk. Het kabinet zou graag in gesprek gaan met sociale partners om samen een dekkende infrastructuur te kunnen ontwikkelen. Zie ook de brief van de Stichting van de Arbeid.
Duurzame inzetbaarheid
De activiteiten van het meerjarige investeringsprogramma duurzame inzetbaarheid zullen doorlopen. Voornamelijk met het doel om onder werkgevers bewustwording te creëren en kennis (door) te ontwikkelen. Dit zal voornamelijk plaatsvinden via de expeditie-regeling. In 2027 zal er vanuit de duurzame inzetbaarheidsagenda 8 miljoen worden toegevoegd aan de expeditie-regeling voor projecten op het terrein van zwaar werk.
In 2027 ambieert het kabinet om de subsidieregeling ‘Duurzaam aanpakken belastende werkzaamheden’ beschikbaar te stellen voor aanvragen van samenwerkingsverbanden vanuit sectoren en branches om belastende werkzaamheden te verlichten en voorkomen. In een later tijdvak zal de subsidie voor werkgevers volgen. Deze regeling zal lopen tot 2030. De regeling wordt gefinancierd vanuit restanten van de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU).
Verder werkt het kabinet samen met sociale partners in de duurzame inzetbaarheidsagenda aan het voorkomen en verlichten van zwaar werk. Het doel hiervan is dat mensen vaardig, veilig en gezond kunnen doorwerken tot hun pensioen.
Financiële preventie prikkel
Een gezonde en veilige werkomgeving zijn belangrijk voor de duurzame inzetbaarheid van medewerkers en het voorkomen van uitval. Het kabinet wil samen met werkgevers en werknemers meer aandacht voor preventie creëren.
Het kabinet is aan het verkennen of de introductie van een financiële prikkel, werkgevers stimuleert om te investeren in preventie. Het kabinet wil dit graag verder met de sociale partners willen uitwerken.
Meer uren werken
Om iedereen zoveel mogelijk aan het werk te krijgen is het belangrijk dat obstakels die mensen ervan weerhouden méér te werken, worden weggenomen. Het kabinet gaat proberen het aantrekkelijk te maken om meer uren te werken door middel van een verkenning van een stelselherziening van de kinderopvang en werkt aan een nieuwe kind-regeling om zo meer eenvoud, zekerheid en betaalbaarheid voor ouders te bieden.
Financiering van innovatie
Het kabinet maakt geld vrij voor de financiering van innovatie en het wegnemen van investeringsbelemmeringen. Daarvoor moeten de volgende gelden worden vrijgemaakt:
- € 3,3 miljard voor de Nationale Investeringsinstelling om te zorgen dat Nederlandse innovatieve bedrijven zich kunnen ontwikkelen en in Nederland blijven.
- € 500 miljoen voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie, om te zorgen dat kennis vaker wordt omgezet in toepassingen voor de markt.
- € 375 miljoen voor een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds, voor projecten die bijdragen aan duurzame economische groei in Nederland.
- € 120 miljoen voor Nederlandse deelname aan een Europees AI-project, een IPCEI.
- Verruiming van de innovatiebox voor het mkb: van € 25.000 naar € 100.000.
Maatregelen voor productiviteitsgroei
Daarnaast kunnen andere maatregelen ook bijdragen aan productiviteitsgroei of in elk geval belemmeringen daarvoor wegnemen. Het kabinet wil inzetten op de volgende punten:
- € 428 miljoen extra voor onderzoek en kennisontwikkeling om als kennisland op niveau te blijven.
- Hervormingen om de bedrijven- en banendynamiek te verbeteren.
- Minder overheidssturing, waaronder minder regels om de regeldruk te verminderen.
AWVN vindt
Dat bedrijven meer financieringsmogelijkheden krijgen voor innovatie kan bijdragen aan toekomstige productiviteitsgroei. Vooral innovatieve bedrijven krijgen kansen om toepassingen te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Een cruciale randvoorwaarde is echter dat bedrijven ook werkprocessen aanpassen, medewerkers opleiden en toepassingen daadwerkelijk gebruiken. AWVN vindt dat de overheid hiervoor passende randvoorwaarden moet scheppen.
Maatregelen weerbaarheid
De impact voor werkgevers van de plannen op het gebied van weerbaarheid zit voornamelijk op het gebied van personeelskrapte en reservisten.
Meer defensiepersoneel in een krappe arbeidsmarkt
Het kabinet investeert in bescherming tegen militaire dreigingen van buitenaf. Ongeveer € 14,8 miljard gaat naar militaire inzet en het behouden en werven van defensiepersoneel. Om snel uit te breiden bij een crisis of conflict zijn er namelijk meer militairen, reservisten en burgers nodig. Defensie wil naar circa 102.000 mensen in 2030. Voor 2027 zijn 1.500 dienjaarmilitairen en circa 1.800 deelnemers aan de Nationale Weerbaarheidstraining voorzien.
Voor werkgevers betekent dit dat meer vraag naar defensiepersoneel de concurrentie om schaarse medewerkers verder vergroot. Daarnaast vraagt tijdelijke afwezigheid voor training of inzet van reservisten om afspraken over beschikbaarheid en continuïteit.
Versterking rechtspositie van reservisten
Defensie en SZW werken aan afspraken over loondoorbetaling bij ziekte, verlof en ontslagbescherming bij oproep. Werkgevers moeten rekening houden met aanpassing van arbeidsvoorwaarden zodra de uitwerking vaststaat. AWVN vindt dat versterking van de rechtspositie van reservisten moet samengaan met uitvoerbare regelingen voor werkgevers. AWVN is betrokken bij de verdere uitwerking van de voorstellen en brengt daarbij het werkgeversperspectief in. Lees meer in dit artikel.
Talentstrategie voor veiligheid en weerbaarheid
Veiligheid en weerbaarheid is één van de domeinen waar het kabinet zich op richt in de Talentstrategie. Het doel is om voldoende talent op te leiden en te begeleiden voor cruciale opgaven in dit domein. Hieronder valt ook de uitbreiding van een innovatieve en schaalbare krijgsmacht.
Naast bovenstaande maatregelen, die meer directe impact hebben op werkgevers, is het voor werkgevers ook van belang dat het kabinet plannen heeft om de economische en maatschappelijke weerbaarheid te vergroten. Hieronder lichten we deze plannen kort toe.
Vergroten van economische weerbaarheid
Om het Nederlands verdienvermogen te vergroten en de weerbaarheid te versterken tegen externe schokken, werkt het kabinet samen met de Europese Commissie aan nieuwe handels- en investeringsverdragen. Daarnaast wil het kabinet ervoor zorgen dat Nederland op de langere termijn beter bestand is tegen hogere energieprijzen door de energievoorziening te verduurzamen en de onafhankelijkheid van olie en gas uit het buitenland te vergroten.
Vergroten van maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en (statelijke) hybride dreigingen
Werkgevers gaan ook merken dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid zich in 2027 blijft inzetten voor het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Daarbij richt het ministerie zich onder andere op de weerbaarheid van vitale processen en op het verhogen van de weerbaarheid en zelf- en samenredzaamheid van zowel het algemene publiek als van bedrijven. De publiekscampagne ‘Denk vooruit’ richt zich ook op bedrijven met advies om de weerbaarheid van organisaties te vergroten.