Op Prinsjesdag heeft het Centraal Planbureau (CPB) de Macro-Economische Verkenning (MEV) 2026 gepubliceerd. Deze raming betreft de jaren 2025 en 2026 en een verkenning naar de periode tot 2030. Hieronder presenteren we de kerngegevens die voor jou als werkgever van pas kunnen komen bij de voorbereiding op arbeidsvoorwaardenonderhandelingen.
Gematigde economische groei dankzij stijgende koopkracht
De Nederlandse economie groeit gematigd, ondanks geopolitieke spanningen en importheffingen van de VS. Hoewel de Nederlandse uitvoer geraakt wordt door de lagere wereldhandel, zijn de effecten voor Nederland tot dusver beperkt. Vooral huishoudens en de overheid geven meer uit, de koopkracht stijgt.
De economische groei neemt op de middellange termijn af verwacht het CPB. Voor 2025 en 2026 wordt een beperkte economische groei verwacht van 1,6% en 1,4%, door een lage groei van uitvoer en daling van investeringen. Door de onzekerheid in de internationale handelspolitiek stellen bedrijven investeringen uit. Deze investeringen zijn echter nodig om het verdienvermogen van de economie te vergroten gezien de uitdagingen waar Nederland voor staat, waaronder vergrijzing, de energietransitie, stikstof en defensie.
Koopkrachtstijging door loonstijging die inflatie overtreft
De koopkracht nam in 2024 toe met 3,6 procent. Dit is de grootste stijging in ruim twintig jaar. De groei in koopkracht kwam onder meer door de grootste cao-loonstijging in ruim veertig jaar (6,8 procent). Voor alle groepen geldt dat de koopkracht met meer dan 1% toeneemt in 2026. Een doorsnee huishouden gaat er 0,7% op vooruit in 2025 en 1,3% in 2026. Dit komt voornamelijk doordat reële lonen blijven stijgen. De reële loonstijging is geraamd op 1,5% voor zowel 2025 als 2026. Werken gaat meer lonen door verhoging van de arbeidskorting en het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting.
De loongroei neemt af, maar blijft hoger dan de inflatie
In 2025 zal de cao-loongroei in de marktsector naar verwachting uitkomen op 5,0%. De lonen groeien nog steeds fors om werknemers te compenseren voor de inflatie van de afgelopen jaren, waarbij de krapte op de arbeidsmarkt werknemers een goede onderhandelingspositie geeft. In eerste instantie verliep de compensatie ook via het incidentele loon (eenmalige uitkeringen, bonussen en dergelijke), maar nu vooral door hogere cao-lonen. Incidenteel loon draagt dus niet tot nauwelijks meer bij aan de loonstijgingen. De groei van de cao-lonen neemt af nu de reële lonen een inhaalslag gemaakt hebben en de krapte op de arbeidsmarkt iets afneemt. In 2026 komt de cao-loongroei uit op gemiddeld 4,2%.
Inflatie blijft hoog maar neemt naar verwachting af
De inflatie bleef met 3,8% in 2023 en 3,3% in 2024 op een hoog niveau en boven de ECB-doelstelling van 2%. In 2025 verwacht het CPB een inflatie van 3,2% en in 2026 2,3%. Dat de inflatie in Nederland structureel hoger is dan de eurozone, en naar verwachting dit de komende periode zo blijft, komt met name door de arbeidsmarktkrapte die zorgt voor een sterke loongroei.
Armoede
Het aandeel personen en kinderen in armoede daalt in 2025 en 2026 en komt uit op 2,6% in 2026. Door de gunstigere inflatie, daalt het aandeel mensen in armoede sterker dan eerder geraamd.
Arbeidsmarkt
De werkloosheid loopt de komende jaren iets op, maar de arbeidsmarkt blijft krap. Het CPB verwacht dat 3,8 procent van de werkzame beroepsbevolking in 2025 geen werk heeft. Het percentage zal in 2026 iets toenemen naar 4,0 procent. Voor 2027 is de verwachting dat het werkloosheidspercentage uitkomt op 4,1 procent.
Arbeidsproductiviteit
Na een daling in 2023 en 2024 zal de arbeidsproductiviteit volgens het CPB weer een stijging laten zien; in 2025 met 1,6 procent en in 2026 met 0,8 procent. In de jaren daarna verwacht het CPB dat de arbeidsproductiviteit met gemiddeld 1 procent zal stijgen.
Arbeidsinkomensquote (AIQ)
Het CPB verwacht dat de arbeidsinkomensquote (AIQ) voor bedrijven in 2025 uitkomt op 68,9 procent en in 2026 69,6 procent. In de jaren daarop zal de AIQ stijgen naar 70,2% (in 2027 en 2028).
Wettelijk minimumloon
Aan de hand van de cao-loonraming kan een eerste inschatting worden gemaakt voor de indexatie van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2026. Naar verwachting zal deze ongeveer 2,16 procent bedragen. Dit betekent dat het minimumuurloon zal stijgen van €14,40 naar ongeveer €14,71 per uur. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal dit in de komende weken officieel bekendmaken.
Overheidsfinanciën
Het overheidstekort loopt op naar 1,9% bbp in 2025 en 2,7% bbp in 2026. Dat komt doordat de uitgaven van de overheid harder stijgen dan de inkomsten. Voornamelijk uitgaven aan zorg en sociale zekerheid lopen de komende jaren op, wat gedeeltelijk komt door vergrijzing. Ook de rente-uitgaven stijgen en er gaat meer geld naar bijvoorbeeld defensie en klimaat.
AWVN: Fragiel herstel economie
Het is positief dat de koopkracht een mooie ontwikkeling laat zien en dat de economie groeit. Tegelijkertijd is de economische groei vrij fragiel en komt de inflatie (ondanks een dalende trend) nog altijd boven de 2% uit in 2025. Door deze magere economische groei, is het lastig om onverwachte tegenslagen op te vangen
De overheidsfinanciën zitten tijdens de kabinetsperiode tegen de budgettaire grenzen aan, waardoor bij eventuele tegenvallers mogelijk bezuinigd moet worden om binnen de kaders te blijven. Voor cao-partijen blijft het van belang om te kijken naar de sector- of bedrijfsspecifieke situatie.