Logo AWVN
Leaseauto en fiscus
26 juni 2026

Aanpassingen pseudo‑eindheffing voor fossiele leaseauto’s vanaf 2027

In het nieuwsbericht van 18 maart informeerden wij u over de pseudo‑eindheffing voor fossiele leaseauto’s die vanaf 2027 in werking treedt. In het kort komt de regeling erop neer dat als u na 1 januari 2027 een werknemer een fossiele auto van de zaak ter beschikking stelt die de werknemer ook voor privé en het woon-werkverkeer gebruikt, de werkgever een pseudo-eindheffing verschuldigd is van 12% van de cataloguswaarde van de auto. In het bericht refereerden wij ook aan de brandbrief waarin zo’n twintig werkgeversorganisaties aandacht vroegen voor de grote uitvoeringsproblemen en risico’s voor werkgevers, die samenhangen met ongewenste neveneffecten van de pseudo-eindheffing. De staatssecretaris van Financiën, Eerenberg, zegde in het Commissiedebat Fiscaliteit van 11 maart toe de Tweede Kamer voor de zomer te informeren over ongewenste neveneffecten van de pseudo eindheffing voor fossiele brandstofauto’s. Die belofte heeft hij waargemaakt in de brief aan de Tweede Kamer van 22 juni 2026. Daarin stelt de staatssecretaris een aantal wijzigingen voor om tegemoet te komen aan de uitvoeringsproblemen in de praktijk.

Aanpassingen van de regeling

• Tijdelijke vervanging
Als eerste aanpassing wordt bij tijdelijke vervanging van een ‘vaste’ auto (vanwege schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel) de vervangende auto uitgesloten van de pseudo-eindheffing. Deze uitzondering geldt voor een periode van maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen. Deze maatregel voorkomt:
• dat een werkgever die een nul-emissieauto ter beschikking stelt, alsnog pseudo-eindheffing verschuldigd is als de vervangende auto een fossiele personenauto is
• dat een werkgever in hetzelfde tijdvak voor zowel de vaste auto als de vervangende auto pseudo-eindheffing verschuldigd is.
Hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan garagebedrijven die zodoende meer tijd krijgen om hun vervangend vervoer te elektrificeren.

• Verlengen overgangstermijn
De overgangstermijn van de pseudo-eindheffing wordt verlengd van 17 september 2030 naar 1 januari 2031. Deze aanpassing zorgt ervoor dat werkgevers niet gedurende het boekjaar hun administratie moeten aanpassen.

• Beperkte vrijstelling voor huurauto’s
Er komt een beperkte vrijstelling voor het ter beschikking stellen van een fossiele auto voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten dagen per kalenderjaar. Deze vrijstelling vervalt per 1 januari 2031.
Bij het aanbieden van tijdelijk vervoer – zoals huurauto’s – vanaf 1 januari 2027 hoeft de werkgever zich dus niet langer zorgen te maken of het wagenpark van een verhuurder al volledig is geëlektrificeerd. De werkgever kan tot 1 januari 2031 elk kalenderjaar voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten dagen alsnog een fossiele personenauto tijdelijk aanbieden, zonder pseudo-eindheffing te hoeven betalen. Ongeacht of de vrijstelling specifiek één periode van maximaal 7 aaneengesloten dagen omvat, leiden wij hieruit af dat het niet perse om de huurauto van één werknemer hoeft te gaan. Het gaat om een in tijd gemaximeerde, algemene vrijstelling per werknemer. De vraag is tevens, en daar wijst de staatsecretaris ook op, of bij tijdelijk vervoer voor zakelijke ritten de pseudo-eindheffing van toepassing is, omdat de auto veelal niet privé mag worden gebruikt en ook niet voor het woon-werkverkeer.

• Vrijstelling voor lesauto’s
Er komt een generieke vrijstelling voor lesauto’s, ook als deze voor privé-doeleinden of voor woon-werkverkeer worden gebruikt.

Verduidelijking van de regeling
De staatssecretaris constateert dat in een aantal situaties onduidelijkheid is over toepassing van de regeling. Daarin brengt hij graag duidelijkheid.

• Internationale arbeidsmobiliteit
Als u een werknemer detacheert om tijdelijk te werken in het buitenland, bepaalt het belastingverdrag tussen Nederland en het werkland waar het loon mag worden belast. Tot dat loon behoort ook het privévoordeel van de auto van de zaak. Dat kan ertoe leiden dat het loon van de werknemer niet (volledig) in Nederland is belast. Als het heffingsrecht van de mede voor privédoeleinden ter beschikking gestelde fossiele personenauto op grond van een belastingverdrag deels toekomt aan een ander land, mag deze verdeling van het heffingsrecht ook voor de pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s toegepast worden.

Deze verduidelijking roept vragen op. Want, hoewel we blij zijn met de praktische handreiking, koppelt de staatssecretaris de werkgeversheffing aan of bij de werknemer terzake van het privégebruik van de auto van de zaak in het werkland belast loon in aanmerking wordt genomen. Deze twee zaken staan los van elkaar. Want als het werkland (net zoals in Nederland) voor de bijtelling het woon-werkverkeer niet als privé aanmerkt, is in het buitenland geen belasting verschuldigd over het privégebruik. Dat zou dan tot de conclusie leiden dat in Nederland de pseudo-eindheffing volledig moet worden afgedragen. Het was makkelijker geweest als het criterium zou zijn welke land op basis van het belastingverdrag bevoegd is het reguliere loon in de belastingheffing te betrekken om dat als basis te gebruiken in hoeverre in Nederland de pseudo eindheffing verschuldigd is. We gaan zien in hoeverre deze verduidelijking in de praktijk tot uitvoeringsproblemen leidt.

• Taxi’s en de pseudo-eindheffing
Als u incidenteel de kosten draagt van een taxirit van een werknemer, dan is er geen sprake van het ter beschikking stellen van een auto. U stelt immers geen auto ter beschikking van de medewerker. De pseudo-eindheffing is in dat geval niet verschuldigd. Dat kan anders zijn wanneer een werknemer een vaste auto met chauffeur tot zijn beschikking heeft.

• Fusies en overnames
Een vraag die in de praktijk speelde was of bij een fusie of een overname de overgangsregeling van toepassing is. Dat zit zo. De pseudo-eindheffing is gekoppeld aan een inhoudingsplichtige en een auto, die ter beschikking wordt gesteld. Aan welke werknemer de auto ter beschikking wordt gesteld, is niet relevant. Als de auto ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer, die ook voor privédoeleinden wordt gebruikt, is de pseudo-eindheffing van toepassing. Onder het overgangsrecht, tot 1 januari 2031, worden bestaande leasecontracten geëerbiedigd.

Stel nu dat de werkgever fuseert met een andere werkgever of dat de werkgever wordt overgenomen door een andere werkgever. De vraag was of het overgangsrecht van toepassing blijft. De staatssecretaris geeft aan dat “het is op grond van doel en strekking van de pseudo-eindheffing mogelijk een uitzondering te maken bij fusies en overnames, waarbij de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever, een wettelijke aanpassing is hier niet voor nodig. In geval van fusies en overnames kan het overgangsrecht dan van toepassing blijven.” Dat is een ruime toezegging.
Bij een overname van de aandelen blijft in principe alles bij het oude. De inhoudingsplichtige blijft de inhoudingsplichtige. De overgangsregeling blijft van toepassing. Echter: als een partij bepaalde activa van een vennootschap en/of werknemers overneemt, dan is afhankelijk van of de overname gekwalificeerd kan worden als een “overgang van onderneming” of de overnemer juridisch in de voetsporen treedt van de overdrager. Bij een overgang van onderneming gaan van rechtswege werknemers die behoren tot het overgaande onderdeel van rechtswege overgaan naar de verkrijger. De arbeidsovereenkomsten en alle arbeidsvoorwaarden blijven in principe hetzelfde. In dat geval geldt dat de overgangsregeling van toepassing blijft. Als geen sprake is van een overgang van onderneming gaan de rechten niet automatisch van rechtswege over naar de overnemer. In dat geval is de vraag nog steeds of de overgangsregeling van toepassing blijft. Gezien de ruime toezegging gaan wij daar wel vanuit.

Bij een juridische fusie gaan alle rechten en verplichtingen onder algemene titel over op de verkrijgende vennootschap. Vaak zal dit tevens een overgang van onderneming opleveren, maar dat hoeft niet altijd de relevante arbeidsrechtelijke kwalificatie te zijn. De overgangsregeling blijft van toepassing.
Bij een concerninterne herstructurering of bepaalde fusievormen kan de vraag of sprake is van overgang van onderneming afzonderlijk moeten worden beoordeeld. In dat geval gaan wij er ook vanuit dat de overgangsregeling geldig blijft.

Geen toepassing overgangsrecht bij wisseling van werkgever 
Bij een wisseling van werkgever na 1 januari 2027, waarbij de werknemer de ter beschikking gestelde auto van de zaak meeneemt naar de nieuwe werkgever, is de overgangsregeling niet van toepassing. In dat geval wordt de auto immers door een andere werkgever (met een ander loonheffingennummer) ter beschikking gesteld. Dat betekent dat een auto van de zaak niet, met behoud van de overgangsregeling, kan worden overgedragen aan een andere werkgever.
Als de auto niet met de werknemer mee overgaat naar een andere werkgever, maar de werkgever besluit de auto aan een andere werknemer ter beschikking te stellen, blijft het overgangsrecht van toepassing.

Deel dit artikel via: