Home / OESO wil nadelige fiscale gevolgen coronacrisis voorkomen
maandag 06 april 2020

OESO wil nadelige fiscale gevolgen coronacrisis voorkomen

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft op vrijdag 3 april 2020 richtlijnen uitgevaardigd om te voorkomen dat de coronacrisis leidt tot potentieel omvangrijke compliance issues en administratieve lasten voor werkgevers en werknemers. De OESO roept de lidstaten op om samen te werken.

De coronacrisis heeft veel overheden gedwongen om ongeëvenaarde maatregelen te nemen om hun inwoners en de economie te beschermen tegen de gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan de Nederlandse NOW-regeling en diverse quarantainemaatregelen. Deze maatregelen leiden ertoe dat grensarbeiders hun werkzaamheden niet in het normale werkland kunnen verrichten en noodgedwongen thuis werken.

Onder toepassing van de belastingverdragen leidt dat ertoe dat werknemers voor het aan de thuiswerkdagen toerekenbare loon in het thuisland van de werknemer worden belast. Het gevolg daarvan kan zijn dat de werkgever in het thuisland een salarisadministratie moet voeren om op een juiste manier de verschuldigde belasting te kunnen voldoen. Ook kan dit ertoe leiden dat een buitenlandse werknemer in Nederland niet langer in aanmerking komt voor de status van ‘kwalificerende buitenlandse belastingplicht’, omdat in Nederland niet 90% van het inkomen in de belastingheffing wordt betrokken.

In twee concrete voorbeelden geeft de OESO aan hoe lidstaten zouden moeten handelen.

Voorbeeld 1
De heer X is door reisbeperkingen en quarantainemaatregelen gestrand in een land dat niet zijn woonland is. De vraag is van welk land X voor de toepassing van het belastingverdrag inwoner is. In dit geval is de OESO van mening dat in deze situatie de verdragswoonplaats van X niet hoeft te wijzigen door het tijdelijke verblijf in het andere land. Met andere woorden: als een werknemer door quarantainemaatregelen strandt in een land dat niet het woonland is, dan zou dat land de werknemer niet moeten aanmerken als een inwoner. De OESO adviseert de lidstaten om de woonplaatsbepaling onder nationaal belastingrecht in overeenstemming met deze richtlijn toe te passen.

Voorbeeld 2
Mevrouw F is grensarbeider. Zij kan niet naar het werkland reizen door (in)reisbeperkingen en quarantainemaatregelen. Tijdens haar verblijf in het woonland kan zij haar werkzaamheden in dienstbetrekking niet uitvoeren. Dankzij een stimuleringsmaatregel van de overheid kan de werkgever het salaris van F betalen. De vraag is waar, onder toepassing van het belastingverdrag, het salaris is belast? De OESO is van mening dat het inkomen is belast in het land waar de werkneemster haar werkzaamheden normaliter zou verrichten, dat wil zeggen in het werkland.

Toelichting
Het startpunt in het belastingverdrag is hier dat het salaris van een werknemer belast is in het woonland, tenzij de werkzaamheden in een ander land worden verricht (werklandbeginsel). Op het werklandbeginsel bestaat een uitzondering. Ook als de werkzaamheden worden uitgevoerd in het werkland, is het loon in het woonland belast als:

  1. de werknemer in het werkland niet meer dan 183 dagen per kalenderjaar / belastingjaar / 12-maandsperiode fysiek aanwezig is én
  2. het salaris niet betaald wordt door of namens een werkgever in het werkland én
  3. het salaris niet ten laste komt van een vaste inrichting van de werkgever in het werkland.

In het voorbeeld van de OESO kan de werknemer door (in)reisbeperkingen niet in het werkland werken, waar dat normaliter wel aan de orde is. De werknemer is thuis en verricht daar geen werkzaamheden. Het salaris wordt door de werkgever betaald. De werkgever maakt gebruik van een stimuleringsregeling om de werknemer in dienstbetrekking te houden, vergelijkbaar met de tijdelijke noodmaatregel overbrugging behoud werkgelegenheid (NOW). Aangezien de betaling die de werknemer ontvangt volgens de OESO het meest verwant is aan een ontslaguitkering, is het salaris belast in het land waar normaliter de werkzaamheden worden verricht, in het werkland dus.

Het voorbeeld van de OESO kan breder worden getrokken. Met name de volgende elementen zijn daarbij van belang:

  1. in hoeverre moet betekenis worden toegekend aan het feit dat de werknemer thuis geen werkzaamheden verricht?
  2. in hoeverre is relevant dat de werkgever om het loon te betalen gebruikmaakt van een overheidsstimuleringsregeling? en
  3. wat als de werknemer ook voor de crisis elke week één dag per week thuiswerkte?

De gedachte zou kunnen zijn dat, als de werknemer in het woonland werkt, het loon toerekenbaar aan die werkdag in het woonland is belast, conform de reguliere toepassing van de belastingverdragen. Dat heeft gevolgen voor de werknemer (o.a. bruto-netto, mogelijk verlies van een belastingstatus in het werkland) en voor de werkgever (o.a. payrollverplichting in het woonland).

De OESO-richtlijnen zijn uitgevaardigd om te voorkomen dat de coronacrisis leidt tot potentieel omvangrijke compliance issues en administratieve lasten voor werkgevers en werknemers. Daarom zijn wij geneigd om de OESO-richtlijnen zo uit te leggen dat, als de werknemer door de coronacrisis niet naar het werkland kan reizen om te werken, het loon toerekenbaar aan het verblijf in het woonland belast is in het land waar de werknemer normaliter de werkzaamheden zou verrichten, dat wil zeggen in het werkland. Als de werknemer, ongeacht de crisis, normaliter vanuit huis werkte, heeft deze regel geen effect.

Nederland moet, conform de OESO-richtlijnen, met buurlanden België, Luxemburg en Duitsland bilaterale afspraken maken dat het verplicht thuiswerken door de coronacrisis geen fiscale gevolgen heeft. Dit moet voorkomen dat de werkgever en de werknemer niet compliant werken en dat beide omvangrijke administratieve lasten krijgen.

Het Duitse ministerie van Financiën laat op haar website weten dat zij ernaar streeft om met Luxemburg, Nederland en Oostenrijk bilaterale afspraken te maken dat thuiswerken voor de toepassing van de belastingverdragen geen nadelige, fiscale gevolgen heeft.

0 reacties