Wijziging ketenregeling

26-05-2016

Wijziging ketenregeling per 1 juli 2016: tussenpoos van zes maanden kan bij cao worden verkort naar drie maanden als er sprake is van seizoensarbeid. Toestemming van de minister is hiervoor niet nodig.

​Het voorstel voor deze wijziging was ondergebracht in het lopende wetsvoorstel voor de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie. Het voorstel is op 31 mei door de Eerste Kamer als hamerstuk afgedaan.

De wijziging houdt in dat vanaf 1 juli 2016 de zogenoemde tussenpoos van zes maanden in de ketenregeling bij cao kan worden teruggebracht naar ten hoogste drie maanden voor functies waarin de werkzaamheden als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden zijn en gedurende ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden verricht1. Hierdoor kan voor deze functies de tussenpoos van drie maanden uit de ketenbepaling zoals die luidde voor 1 juli 2015, weer worden toegepast. Na een onderbreking van meer dan drie maanden kan er dan opnieuw een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd worden aangegaan die van rechtswege afloopt.

Cao-partijen kunnen zelf besluiten over het verkorten van de tussenpoos. Zij zijn immers het beste in staat om te beoordelen welke functies hiervoor in aanmerking komen. Voor het realiseren van dergelijke afspraken is toestemming van de minister niet nodig. Cao-partijen kunnen zelf bepalen voor welke functies afwijking van de hoofdregel noodzakelijk is.

Bij het indienen van het voorstel zijn voor de toepassing als voorbeelden genoemd: 
• seizoensarbeid in de land- en tuinbouwsector,
• de horeca (bijvoorbeeld strandtenten) en recreatiesector (bijvoorbeeld campings die niet gedurende het hele jaar open zijn),
• de amateursport (voor zover als gevolg van genoemde omstandigheden gedurende een deel van het jaar beoefend),
• het begeleiden bij gehandicaptenvakanties als dat gedurende slechts een deel van het jaar kan door een werknemer omdat het werkzaamheden betreft die specifieke vaardigheden van de begeleiders vereisen (bijvoorbeeld: begeleiden bij skivakanties vereist andere vaardigheden dan het begeleiden bij zomeractiviteiten). De regeling geldt uiteraard ook voor andere sectoren die functies kennen die aan de vereisten voor het maken van een uitzondering voldoen.

Het is aan cao-partijen om te beoordelen of dat het geval is waarbij het ook aan hen is om in functies te differentiëren naar perioden waarin die kunnen worden uitgeoefend als dat gelet op de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering noodzakelijk is. In dit verband wordt als voorbeeld genoemd de functie van receptionist. Receptionisten zijn soms wel en soms niet het hele jaar door nodig, bijvoorbeeld omdat er in het winterseizoen minder gasten zijn dan in het zomerseizoen. De oplossing is dan in de cao twee functies te definiëren: de functie van receptionist die het hele jaar door kan worden vervuld en een aparte functie voor receptionist tijdens het zomerseizoen.

AWVN vindt het positief dat de minister uiteindelijk oog heeft gehad voor de specifieke omstandigheden in die sectoren waar er door seizoensinvloeden niet aan alle werknemers het gehele jaar werkgelegenheid kan worden geboden. Tot nu konden zij alleen afwijken van de tussenpoos via de (zeer zware) procedure om met toestemming van de minister de gehele ketenbepaling buiten toepassing te verklaren. Bij seizoensarbeid is dat veelal niet nodig: verkorting van de tussenpoos volstaat. De regeling zelf en de toelating daarop regelen niet uitputtend wat onder seizoensarbeid moet worden volstaan. Gelet op de toelichting wordt aan cao-partijen veel vrijheid gegeven om te bepalen wanneer dit het geval is.

Marco Veenstra (AWVN)
Nota bene Hou er wel rekening mee dat een tussenpoos van meer dan drie maar van ten hoogste zes maanden, de keten voor de transitievergoeding niet doorbreekt. Bij een dienstverband van ten minste 24 maanden is de werkgever de transitievergoeding verschuldigd, als hij de werknemer geen aanbod doet voor een nieuw contract wat ten hoogste zes maanden later ingaat. Voor de berekening van deze 24 maanden tellen de tussenpozen zelf overigens niet mee.

1 De volledige tekst van het nieuwe lid 13 van art. 7:668a BW luidt:
13. Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan kunnen de tussenpozen, bedoeld in lid 1, onderdelen a en b, worden verkort tot ten hoogste drie maanden, voor bij die overeenkomst of regeling aangewezen functies, die als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden gedurende een periode van ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend en niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van meer dan negen maanden per jaar.