De Stichting van de Arbeid (Stvda) roept in een op 3 september 2026 verschenen brief aan de decentrale cao-partijen op om in het komende cao-seizoen specifiek aandacht te besteden aan de reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer en eventuele alternatieven daarvoor.
Voorjaar 2025 bracht de StvdA ′Aanbevelingen over de reiskostenvergoeding’ advies uit over de toekomst van de reiskostenvergoeding en deed de Stichting aanbevelingen om knelpunten weg te nemen.
In de publicatie geeft de StvdA onder meer aan dat een reiskostenvergoeding belangrijk is voor werknemers, zeker voor hen met lagere inkomens, om niet te veel kosten te maken om op
de werkplek te komen, dat de reiskostenvergoeding fiscaal aantrekkelijk is en dat een reiskostenvergoeding de arbeidsmobiliteit stimuleert.
Tegelijkertijd betreft dit een arbeidsvoorwaardelijke
afspraak waar elke sector en bedrijf maatwerk in kan bieden, omdat er situaties zijn waar werk
nemers bijvoorbeeld meer gebaat zijn bij andere aanvullende arbeidsvoorwaarden.
Meer informatie
Eerder dit jaar verhoogde het kabinet met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 de belastingvrije kilometervergoeding naar € 0,25 cent per kilometer. Dit heeft direct effect op cao’s waarin wordt verwezen naar het fiscaal maximale bedrag of die al boven de fiscale
grens zaten. In andere sectoren merken werknemers pas iets van deze aanpassing als de reiskostenvergoeding in de cao ook is verhoogd. De Stichting roept cao-partijen daarom op de fiscale verhoging te betrekken bij nieuwe cao-onderhandelingen, omdat dit de mogelijkheid biedt om fiscaal aantrekkelijk kosten te kunnen compenseren.
De Stichting vraagt in de brief ook hernieuwd aandacht voor de aanbeveling om de fiscale mogelijkheid van een cafetariaregeling verder te verkennen. Dat maakt het mogelijk om een brutobedrag netto uit te laten betalen door gebruik te maken van de gerichte vrijstelling als deze niet of gedeeltelijk benut wordt. Hiermee kan bijvoorbeeld de aanschaf van een fiets worden bekostigd. Het lijkt er volgens de StvdA op dat van deze mogelijkheid in de praktijk nog relatief weinig gebruik wordt gemaakt. De stichting wijst erop deze regeling kan bijdragen aan vermindering van de kosten voor het woon-werkverkeer, terwijl werkgevers geen premies verschuldigd zijn over het uitgeruilde deel van het brutoloon.