Met ingang van 1 januari 2027 veranderen de belastingregels die gelden als je aan een werknemer een UWV-uitkering doorbetaalt en die uitkering aanvult. De werknemer gaat (fors) meer belasting betalen over de uitkering.
Een werkende heeft recht op de arbeidskorting. De arbeidskorting is een vermindering van de te betalen belasting. Hoe hoger de arbeidskorting, hoe minder belasting de werkende betaalt.
Als voorbereiding op de komende wijziging kun je nu al het volgende doen:
Wat verandert er?
Vanaf 1 januari 2027 mag de werkgever over een doorbetaalde sociale zekerheidsuitkering niet langer de arbeidskorting toepassen. Het gaat om uitkeringen op grond van de WAO, WAZ, Wajong, IVA/WGA (WIA), bepaalde Ziektewetuitkeringen, Wamil, BNO, WTV en toeslagen op grond van de Toeslagenwet.
De huidige situatie
De arbeidskorting is bedoeld om werken (meer) lonend te maken ten opzichte van een uitkering. Een uitkeringsgerechtigde heeft geen recht op de arbeidskorting omdat tegenover de uitkering geen arbeid staat. Iemand die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en een uitkering van het UWV ontvangt, krijgt over die uitkering geen arbeidskorting.
Maar als het UWV die uitkering aan een werkgever betaalt en de werkgever betaalt de uitkering door en vult die aan met loon voor de uren waarop er nog wél gewerkt wordt, dan mag over de totale betaling de arbeidskorting toegepast worden. Dus ook over het bedrag van de uitkering. Het maakt dus verschil of de uitkering direct door het UWV wordt uitbetaald of via een werkgever. De Hoge Raad heeft in 2024 geoordeeld dat dit verschil een ongeoorloofde discriminatie oplevert. Het kabinet heeft daarom in 2025 al aangekondigd de regels te zullen aanpassen.
Welke gevolgen heeft de wijziging?
Voor de werkgever betekent de wijziging dat de loonadministratie complexer wordt. De totale betaling aan de werknemer moet verdeeld worden over twee inkomstenverhoudingen, één waarbij de arbeidskorting niet (voor de doorbetaalde uitkering) en één waarbij de arbeidskorting wél toegepast wordt (voor de aanvulling van de uitkering).
Voor de werknemer heeft deze wijziging tot gevolg dat er minder nettoloon wordt ontvangen. De Belastingdienst geeft aan dat het gemiddeld om een bedrag van € 3.000 per jaar gaat.
Rekenvoorbeelden
Onderstaande tabel is integraal overgenomen uit de Nieuwsbrief Loonheffingen 2027. Voor 2027 is gerekend met dezelfde tarieven en heffingskortingen als in 2026, omdat de cijfers voor 2027 ten tijde van publicatie nog niet bekend waren. Het maximale verschil is 31% van het bedrag van de uitkering.
| Loon | Uitkering | Totaal | Inhouding 2026 |
Inhouding 2027 |
Verschil | Percentage van de uitkering |
|
| Werknemer A | € 1.000 | € 2.000 | € 3.000 | € 386,83 | € 761,33 | € 374,50 | 18% |
| Werknemer B | € 2.000 | € 500 | € 2.500 | € 186,00 | € 241,00 | € 55,00 | 11% |
| Werknemer C | € 2.000 | € 2.000 | € 4.000 | € 818,67 | € 886,25 | € 67,58 | 3% |
| Werknemer D | € 1.000 | € 1.100 | € 2.100 | € 66,00 | € 406,41 | € 340,41 | 30% |
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail