Logo AWVN
11 september 2026

Arbeidsvoorwaardenagenda 2027: vandaag investeren, om morgen te profiteren

Hoe zorgen we ervoor dat werknemers ook richting 2035 kunnen rekenen op waardevol werk en goede arbeidsvoorwaarden? Die vraag zou volgens werkgeversorganisaties AWVN, VNO-NCW en MKB-Nederland centraal moeten staan in het arbeidsvoorwaardenoverleg van 2027. De focus moet verschuiven van het verdelen van de loonruimte van vandaag naar het versterken van de verdiencapaciteit die de lonen en welvaart van morgen mogelijk maakt.

Laat daarbij duidelijk zijn: ook werkgevers zijn voor een loonstijging. Lonen moeten echter eerst worden verdiend en loonstijging is alleen verantwoord wanneer een organisatie financieel gezond is en blijft. De vraag aan de cao-tafel is daarmee niet óf lonen moeten stijgen, maar hoe we ervoor zorgen dát ze kunnen stijgen. Daarom moet in het arbeidsvoorwaardenoverleg ook aandacht zijn voor arbeidsvoorwaarden die bijdragen aan slimmer, productiever en beter werk.

Nederland en toekomstige welvaart

Het cao-seizoen 2027 begint in een periode waarin onzekerheid de economie domineert. Die komt boven op veranderingen die de economische groei structureel verlagen, zoals arbeidsmarktkrapte en achterblijvende productiviteitsgroei. Nederland is bovendien als handelsland kwetsbaarder dan andere landen voor de economische gevolgen van geopolitieke spanningen en klimaatverandering.

Daar komt bij dat Nederland door stijgende kosten, complexe regelgeving, hoog verzuim en achterblijvende investeringen in leren en opleiden aan concurrentiekracht verliest, terwijl ook het werkgeversklimaat onder druk staat. Vooral in arbeidsintensieve sectoren drukken hoge loonkosten op de marges, terwijl een bruto loonstijging zich voor werknemers slechts beperkt vertaalt in extra nettoloon. De historisch hoge loonstijgingen hebben de koopkracht versterkt, maar dragen er ook aan bij dat de inflatie in Nederland hardnekkig hoog blijft en er weinig ruimte is voor andere arbeidsvoorwaarden.

Visie op de toekomst

Voor onze toekomstige welvaart kan Nederland niet langer rekenen op groei van het arbeidsaanbod, zoals we jaren hebben gedaan. Duurzame groei van de arbeidsproductiviteit is noodzakelijk: groei die de verdiencapaciteit en concurrentiekracht van organisaties versterkt, ruimte biedt voor loongroei en koopkracht, én samengaat met kwaliteit van werk. Arbeidsvoorwaarden kunnen die duurzame productiviteitsgroei bevorderen of juist belemmeren. Daarom onze oproep:

Investeer vandaag in slimmer en beter werk, zodat er morgen ruimte is voor goede arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid.

Inzet 2027

Werkgeversorganisaties kiezen voor een toekomstgerichte arbeidsvoorwaardenagenda die verder kijkt dan de volgende onderhandelingsronde. Niet met steeds nieuwe thema’s, maar door consequent te investeren in drie speerpunten die de verdiencapaciteit van organisaties én werknemers versterken. Daarom is onze inzet:

1. Investeer in een gezamenlijke toekomstagenda

Steeds meer cao-akkoorden komen via een eindbod tot stand. De initiële inzet van werkgevers en vakbonden ligt ver uit elkaar, waardoor de verhoudingen onder druk komen te staan en een gezamenlijk resultaat uitblijft. Daardoor blijft weinig ruimte over om samen vooruit te kijken. Een arbeidsvoorwaardenagenda die niet alleen op komend jaar maar ook op de toekomst is gericht, vraagt juist om vertrouwen en samenwerking.

We roepen daarom vakbonden én werkgevers(organisaties) op om te investeren in de onderlinge relatie. Startpunt daarbij kan een gezamenlijke analyse van het bedrijf of de sector zijn. Bespreek welke economische en technologische ontwikkelingen eraan komen en wat die betekenen voor werknemers, werk en de werkbeleving. Welke vaardigheden worden belangrijk? Hoe houden we werk aantrekkelijk en gezond? Hoe blijven werknemers inzetbaar en concurrerend op een internationale arbeidsmarkt? Hoe kunnen wendbaarheid en zekerheid samengaan?

2. Investeer in ontwikkeling van werknemers en organisaties

Duurzame productiviteitsgroei ontstaat door werk slimmer en beter te organiseren. Ontwikkelingen zoals AI bieden daarvoor kansen, maar stellen ook nieuwe eisen aan de inrichting en kwaliteit van werk. Investeer daarom niet alleen in technologie, maar ook in vaardigheden en werkvermogen van werknemers en in werkprocessen, organisatie-inrichting en een gezonde en aantrekkelijke werkomgeving. Zo gaan technologische en sociale innovatie hand in hand en dragen ze samen bij aan duurzame productiviteitsgroei.

Werkgevers kunnen hiervoor ruimte en mogelijkheden bieden; van werknemers mag worden verwacht dat zij zelf regie nemen over hun ontwikkeling en die mogelijkheden actief benutten. Afhankelijk van wat de organisatie en werknemers nodig hebben, kan dit bijvoorbeeld betekenen dat taken anders worden verdeeld en functies worden aangepast aan technologische ontwikkelingen, of dat werknemers mogelijkheden krijgen voor mobiliteit binnen en buiten de organisatie. Ook een inrichting van het werk waarin werken, leren en zorgen goed te combineren zijn, met ruimte voor autonomie, een gezonde werkbelasting en herstel, kan hieraan bijdragen. Zo kan tegelijkertijd worden gewerkt aan actuele vraagstukken zoals het verminderen van werkdruk, het bevorderen van mentale gezondheid en een goede werk-privébalans.

Niet alles hoeft via de cao te worden geregeld; ook binnen branches en organisaties kunnen gezamenlijke afspraken worden gemaakt die passen bij de branche of de organisatie. Het is van belang om werknemers hier goed bij te betrekken. Bespreek bijvoorbeeld regelmatig met werknemers en medezeggenschap wat de inzet van AI betekent voor het werk en wat de gevolgen zijn voor functies, werkdruk en ontwikkeling.

3. Investeer in toekomstige verdiencapaciteit

Loonafspraken dienen aan te sluiten bij de economische realiteit, productiviteit en continuïteit van de organisatie. Maatwerk blijft het uitgangspunt. Een structurele loonsverhoging is niet de enige mogelijkheid en ook niet altijd de meest passende. Werkgevers kunnen ook andere vormen van beloning overwegen, zoals resultaatafhankelijke beloning, winstdeling of werknemersparticipatie. Daarmee kunnen werknemers meeprofiteren wanneer de resultaten daar ruimte voor bieden.

Loonontwikkeling is bovendien geen automatische correctie voor koopkrachteffecten als gevolg van inflatie of overheidsbeleid. Bij loonafspraken moet de huidige én toekomstige bedrijfseconomische situatie centraal staan. Wanneer de koopkracht tijdelijk wordt aangetast, verdient gerichte ondersteuning van werknemers die het meest worden geraakt de voorkeur boven een generieke structurele loonaanpassing. Denk bijvoorbeeld aan een eenmalige uitkering, tijdelijke vergoeding of hogere reiskostenvergoeding.

Goede arbeidsvoorwaarden vragen om concrete, structurele investeringen die zowel de verdiencapaciteit van organisaties als duurzame inzetbaarheid van werknemers versterken. Daarom is het van belang dat hier in het arbeidsvoorwaardenoverleg voldoende financiële ruimte en aandacht voor is. Investeren in ontwikkeling van werknemers en organisaties biedt de meeste kans op werkzekerheid en behoud van welvaart. Zo bouwen werkgevers vandaag samen met werknemers aan waardevol werk, goede arbeidsvoorwaarden en gezonde organisaties, ook voor de toekomst.

Bekijk ook onze pagina over Prinsjesdag en de Rijksbegroting

Deel dit artikel via: