Home / Blogs en vlogs / vlog / Waarom het recht op onbereikbaarheid niet in de wet moet
donderdag 22 november 2018

Waarom het recht op onbereikbaarheid niet in de wet moet

Iedereen voelt in dit digitale tijdperk wel eens de behoefte om even niet te hoeven bellen, mailen en appen. Het gevoel de hele tijd ‘aan’ te moeten staan, ook wel technostress genoemd, kan sommige mensen behoorlijk parten spelen. De PvdA stelt voor om het recht op onbereikbaarheid in de wet vast te leggen. Tussen de telefoontjes en appjes door legt beleidsadviseur Anne Wouters uit waarom AWVN dit geen goed idee vindt.

Daar zijn drie redenen voor:
1. Het is onmogelijk om in deze tijd werk en privé kunstmatig te scheiden en op voorhand, van bovenaf, te bepalen wanneer iemand onbereikbaar moet zijn. Een wet beperkt de autonomie van de werkgever én de werknemer.
2. Psychosociale arbeidsbelasting is de belangrijkste oorzaak van verzuim. Maar of dat terug te voeren is op de komst van smartphones en internet? Waarschijnlijk is dat te simpel gedacht, want onder psychosociale arbeidsbelasting vallen ook een hoge werkdruk, emotioneel zwaar werk en een gespannen werksfeer. Die factoren waren al belangrijke veroorzakers van ziekteverzuim toen we nog geen smartphones hadden.
3. De Arbowet regelt al dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor gezonde en veilige omstandigheden. Extra regels voegen daaraan weinig toe.

Wij vinden dat bereikbaarheid een zaak is van werkgevers en werknemers en zijn ervan overtuigd dat er andere manieren zijn om met technostress om te gaan.

Waarom een wet tegen technostress een slecht idee is