donderdag 19 mei 2022

Kabinet wil al in 2023 met verhoging minimumloon beginnen

Het kabinet heeft op 18 mei bekendgemaakt haar plannen voor het wettelijk minimumloon (WML) aan te passen: het wil eerder beginnen met het verhogen van het WML. AWVN neemt u kort mee in de veranderingen op het gebied van het wettelijk minimumloon die op dit moment bekend zijn.

 

Minimumloon in drie stappen omhoog

In het coalitie-akkoord hebben de kabinetspartijen een verhoging van 7,5 procent afgesproken, die in twee stappen in 2024 en 2025 ingevoerd zou worden. Nu is echter bekendgemaakt dat hier een extra stap aan toegevoegd gaat worden – dat zou betekenen dat het minimumloon al in 2023 omhoog gaat.

Waar het WML dus in eerste instantie in twee stappen verhoogd zou worden, gaat het WML nu dus in drie stappen – met in totaal nog steeds 7,5 procent – omhoog. De eerste stap wordt genomen in 2023, en de twee daaropvolgende stappen in 2024 en 2025. De exacte hoogte per stap is nog niet bekend.

Minimumuurloon op basis van 36-urige werkweek

Het door het kabinet omarmde voorstel om tot een minimumuurloon op basis van de 36-urige werkweek te komen, verandert niet. Dit betekent dat het effect van de minimumloonstijging voor sectoren met een gemiddelde arbeidsduur van 40 uur per week het grootst zal zijn.
Deze sectoren krijgen, los van de 7,5% stijging, ook te maken met een extra verhoging van circa 1 euro per uur doordat de basis van het minimumuurloon berekend wordt op basis van een 36-urige werkweek.

Hoe arbeidsintensiever uw sector of onderneming, hoe groter de gevolgen van de WML-verhoging zullen zijn. AWVN bracht eerder in kaart wat een verhoging van het WML tot gevolg kan hebben voor een aantal arbeidsintensieve sectoren (Hoger minimumloon vraagt om extra maatregelen – AWVN). Dat de coalitie kiest voor een stapsgewijze verhoging is volgens AWVN in het licht hiervan heel verstandig.

Politiek moet de knoop nog definitief doorhakken
Hoewel we al bijna halverwege 2022 zijn, is er dus nog steeds veel onduidelijk over de door de coalitie beoogde verhoging van het wettelijk minimumloon. De politiek moet het besluit over de verhoging en de uiteindelijke invoering nog nemen.

  • Over de gevolgen van een verhoging van het WML

    Veel bedrijven en sectoren in Nederland betalen hun medewerkers (ruim) boven het wettelijk minimumloon. Voor hen zijn er niet tot nauwelijks gevolgen.
    Er zijn echter ook sectoren en beroepsgroepen waar verhoging van het WML grote implicaties heeft. Eerder dit jaar bracht AWVN dit in kaart en sprak daarover drie branches. De belangrijkste conclusies op een rij.

     

    • Verhoging van het WML heeft op macro-niveau waarschijnlijk minder nadelige effecten op de werkgelegenheid dan lang werd gedacht, al is het CPB uiterst voorzichtig die conclusie voor Nederland aan te nemen omdat de onderliggende studies in het buitenland zijn gedaan. Los van macro-economische effecten is het echter van belang om naar de gevolgen op sector- en beroepsniveau te kijken – en die zijn groot. Zo is het voor arbeidsintensieve sectoren met relatief veel laaggeschoolde functies als de horeca, detailhandel, beveiliging en schoonmaak niet vanzelfsprekend dat hogere arbeidslasten door te rekenen zijn in de prijs die klanten betalen. Deze sectoren zijn bovendien zwaar getroffen door de coronamaatregelen, waardoor de buffers om de lasten zelf op te vangen vaak beperkt zijn. Enige vorm van compensatie is hier dus onmisbaar.
    • Een hoger WML heeft niet enkel gevolgen voor banen aan de basis van het loongebouw, maar voor het héle loongebouw. In sommige sectoren zullen de verschillen tussen functies tot aan MBO-niveau verdwijnen als het WML omhoog gaat naar 14 euro per uur. Om de verschillen tussen functies in beloning te blijven uitdrukken, bijvoorbeeld tussen een barmedewerker en een bedrijfsleider van een klein restaurant, zal het hele loongebouw een opwaartse beweging moeten maken. Dat is ook nodig om doorgroeimogelijkheden te behouden en medewerkers met verschillende ervaringsniveaus passend te blijven belonen. Volgens het CPB bestaan de extra lasten die een WML-verhoging veroorzaakt voor 70 procent uit dit opstuwende effect.
    • Banen op WML-niveau zijn vaak opstapbanen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Risico is dat deze mensen (nog) minder snel aan het werk komen en blijven als het WML hoger komt te liggen. Hun productiviteit kan deze hogere beloning immers niet zomaar bijbenen. Het zou zonde zijn als de WML-maatregel ten koste gaat van deze groep en ten koste van inclusief werkgeven waar de laatste jaren juist zo hard aan is getrokken.
    • Met het verhogen van het WML wordt een deel van de werkende armoede aangepakt, maar een wondermiddel is het zeker niet. Een belangrijke oorzaak van armoede is volgens het SCP namelijk het lage aantal gewerkte uren. Een andere oorzaak is de wig – de afstand tussen bruto en netto loon – die in Nederland relatief groot is en het wegvallen van toeslagen dat een groot inkomenseffect heeft. Tot slot komt werkende armoede relatief vaak voor onder zzp’ers die niet onder de reikwijdte van het wettelijk minimumloon vallen.
  • Wat vindt AWVN?

    AWVN vindt het onacceptabel dat er nog steeds armoede onder werkenden voorkomt. De bedoeling van het wettelijk minimumloon is om een bodem in de arbeidsmarkt te leggen zodat iedereen kan rondkomen van zijn of haar baan. Nu blijkt dat het minimumloon niet altijd toereikend is, is het goed om die norm bij te stellen. Een Europese norm heeft als voordeel dat landen elkaar niet de markt uit prijzen en dat de sociaaleconomische omstandigheden in de hele EU verbeteren.

    AWVN kan zich vinden in een stapsgewijze toename van het minimumloon richting een nieuwe norm. Wel moet dit gepaard gaan met beleid om de gevolgen van deze maatregel op te vangen. Deze negatieve neveneffecten, zoals werkgelegenheidsverlies, een hogere drempel voor inclusief werkgeven, sterke prijsstijgingen voor consumenten, en bedrijven die in de financiële problemen komen, schaden niet alleen de bedrijven en werknemers die met het WML te maken hebben, maar de samenleving als geheel.

    Daarnaast onderstreept AWVN dat verhoging van het WML geen wondermiddel is. Werkgevers, vakbonden en beleidsmakers zullen eveneens moeten zorgen dat werken in kleine baantjes minder gebruikelijk wordt, dat werken fiscaal gezien meer loont en dat kwetsbare zelfstandigen een steviger inkomenspositie krijgen.

    Als de wetgeving op het gebied van het minimumloon gaat veranderen, roept AWVN op om tegelijkertijd een aantal weeffouten in de huidige wet te corrigeren en achterstallig onderhoud te plegen, zoals:

    • minimumuurloon: ondanks de collectieve wens daartoe is er nog altijd geen wettelijk minimumuurloon in Nederland. Dit zorgt voor verwarring onder werkgevers en werknemers. Landen als Duitsland en Frankrijk bewijzen dat het kan.
    • vakantietoeslag over overwerkbeloning: werkgevers zijn op grond van de wet verplicht een vakantietoeslag over de overwerkbeloning te rekenen, terwijl deze doorgaans al verrekend is in de overwerktoeslag. Dit noopt werkgevers tot correcties in de cao.

    Ook los van een hoger WML, kunnen werkgevers en werknemers stappen zetten om werkende armoede de wereld uit te helpen. AWVN raadt werkgevers aan om in kaart te brengen hoe het staat met de financiële kwetsbaarheid van medewerkers en met de interne beloningsverhoudingen. Daar waar de arbeidsvoorwaardenruimte het toelaat kunnen salarissen – in het bijzonder aan de basis van het loongebouw – stijgen of kunnen correcties op scheefgegroeide verhoudingen plaatsvinden. Daarnaast kunnen werkgevers het werken in grotere banen stimuleren, bijvoorbeeld door bij extra werk na te gaan of er interesse is bij deeltijdwerkers of door vacatures standaard voltijd aan te bieden. Tot slot kunnen werkgevers medewerkers met financiële problemen ondersteunen, door financiële scans en schuldhulpverlening aan te bieden.

0 reacties