Gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid

De Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (wettekst) is de implementatie van de Europese Richtlijn over een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (Richtlijn 2000/78/EG). De wet verbiedt het maken van onderscheid naar leeftijd bij arbeid.

 

Het verbod op onderscheid op grond van leeftijd ziet onder andere op werving, selectie en aanstelling van personeel, arbeidsbemiddeling, arbeidsvoorwaarden, bevordering en ontslag. Daarnaast is het van toepassing op de toelating, uitoefeningsmogelijkheden en ontplooiing binnen het vrije beroep. Hetzelfde geldt voor beroepsonderwijs, beroepskeuzevoorlichting, loopbaanoriëntatie en het lidmaatschap van werkgevers- of werknemersorganisaties of een vereniging van beroepsgenoten.

Het verbod van onderscheid op grond van leeftijd geldt niet indien het onderscheid:

• gebaseerd is op wettelijke regelingen ter bevordering van de arbeidsparticipatie van bepaalde leeftijdsgroepen (zoals het minimumjeugdloon)
• bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of een bij wet of overeengekomen hogere leeftijd
• het onderscheid objectief kan worden gerechtvaardigd.

Nadere uitzonderingen pensioen
Uitgezonderd van het verbod op onderscheid naar leeftijd zijn in de pensioenregeling opgenomen toetredingsleeftijden en pensioengerechtigde leeftijden, ook als deze tussen werknemers onderling of tussen groepen werknemers verschillen. Actuariële berekeningen in het kader van pensioenvoorzieningen waarbij met leeftijd rekening wordt gehouden, vallen evenmin onder het verbod.

Objectieve rechtvaardiging onderscheid naar leeftijd
Het verbod op onderscheid naar leeftijd geldt niet als voor het onderscheid een objectieve rechtvaardiging is. Zo zou functioneel leeftijdsontslag objectief te rechtvaardigen kunnen zijn als de veiligheid of gezondheid van betrokkenen of derden in het geding is. Voor elke rechtvaardiging geldt dat deze voor de specifieke situatie dient te worden aangetoond. In hoeverre seniorenregelingen in arbeidsvoorwaarden (extra verlof op grond van leeftijd, vrijstelling van overwerk, et cetera, zogeheten ontziemaatregelen) objectief gerechtvaardigd kunnen worden is onder meer afhankelijk van het doel, of het middel passend is om het doel te bereiken, er geen alternatieven zijn en het middel in evenredige verhouding staat tot het doel.

Sanctie: nietigheid
Als voor een bepaald onderscheid naar leeftijd geen objectieve rechtvaardiging geldt (en niet valt onder de genoemde uitzonderingen), dan is het onderscheid nietig. In de praktijk zou dit kunnen betekenen dat de betreffende regeling zonder het betreffende onderscheid dus ook voor anderen zou gelden. Het meest verstrekkende gevolg zou kunnen zijn dat de regeling voor iedereen (of niemand) van toepassing is.

Update Maaike Hilhorst, 12/2022


Praktijkvoorbeeld
Een inmiddels vrij oude uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens (2015) maakte opnieuw duidelijk dat arbeidsvoorwaardelijke maatregelen die onderscheid maken op grond van leeftijd alleen toegestaan zijn als ze passen in beredeneerd en samenhangend personeelsbeleid én als er geen betere alternatieven zijn om het daarin gestelde doel te bereiken.
Artikel verschenen in Werkgeven (2015/3).

0 reacties