Objectieve rechtvaardiging en gelijke behandeling

De wetgeving op het gebied van gelijke behandeling bepaalt dat werkgevers geen direct of indirect onderscheid mogen maken op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid (biseksuele gerichtheid), burgerlijke staat, maar ook leeftijd, handicap of chronische ziekte, duur van de arbeidsovereenkomst (bepaalde of onbepaalde tijd) of arbeidsduur.

 

Indirect onderscheid is echter toegestaan als het onderscheid objectief te rechtvaardigen is. Dit geldt ook voor enkele vormen van direct onderscheid, bijvoorbeeld op grond van leeftijd, arbeidsduur of arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde tijd.

Drie criteria voor objectieve rechtvaardiging

Om te beoordelen of er sprake is van een objectieve rechtvaardiging moeten drie zaken zijn aangetoond:
1. het gemaakte onderscheid moet een legitiem doel dienen én de handelswijze die tot het onderscheid leidt moet aan een werkelijke behoefte van de onderneming beantwoorden (legitiem doel)
2. het gemaakte onderscheid is (het meest) geschikt en passend om het gestelde doel te bereiken (passend)
3. het gemaakte onderscheid is noodzakelijk om het doel te bereiken (noodzakelijk).

Update Maaike Hilhorst, 12/2022

0 reacties