Werkgevers reageren op personeelstekorten nog te vaak met nieuwe vacatures. Volgens Marjolein ten Hoonte, directeur Arbeidsmarkt en Sociale Impact bij Randstad Groep Nederland, is dat een reflex uit het verleden. De echte vraag is hoe organisaties werk slimmer organiseren, technologie beter benutten en talent ontwikkelen. ‘Het is geen werving- en selectievraagstuk meer. Het is een organisatievraagstuk.’
Voor de interviewserie Impactmakers van AWVN brengen we denkers en doeners in beeld die richting geven aan de toekomst van werk, arbeidsverhoudingen en de samenleving. Mensen die niet alleen ideeën hebben, maar ze ook in de praktijk brengen, en daarmee zichtbaar verschil maken.
Waarom een impactmaker?
Marjolein ten Hoonte is een impactmaker omdat zij al jarenlang het debat over de Nederlandse arbeidsmarkt aanjaagt. Als directeur Arbeidsmarkt en Society Impact bij Randstad Groep Nederland en ambassadeur van Digitaal Talent Nederland analyseert zij niet alleen waar de arbeidsmarkt vastloopt, maar daagt zij werkgevers, werknemers en beleidsmakers ook uit om fundamenteel anders naar werk te kijken.
Centraal in haar denken staat de overtuiging dat zekerheid niet per se in één baan of contract hoeft te zitten, maar in het perspectief om duurzaam aan het werk te kunnen blijven. Met haar pleidooi voor onder meer een ‘ontslagvrije samenleving’ en meer aandacht voor ontwikkeling en beweging van werk naar werk, maakt ze complexe arbeidsmarktvraagstukken concreet en bespreekbaar. Daarmee verbindt ze analyse aan actie en zet ze partijen aan om samen te werken aan een arbeidsmarkt waarin meer mensen kunnen meedoen en zich kunnen blijven ontwikkelen.
De Nederlandse arbeidsmarkt staat onder druk. Vacatures blijven maanden openstaan, de vergrijzing zet door en ondertussen belooft kunstmatige intelligentie een productiviteitssprong. Toch worstelen veel organisaties met de vraag hoe ze daar vandaag al iets mee kunnen. Dat verbaast Marjolein ten Hoonte niet. Ze spreekt wekelijks werkgevers uit uiteenlopende sectoren en merkt dat arbeidsproductiviteit voor velen nog altijd een abstract begrip is.
‘Productiviteit is eigenlijk een heel macro-economisch begrip waar heel veel mensen niet zoveel handen en voeten aan kunnen geven,’ zegt ze. ‘De gemiddelde ondernemer is bezig met zijn onderneming te runnen.’ Toch hoeft het gesprek volgens haar helemaal niet abstract te zijn. Integendeel. Productiviteit gaat uiteindelijk over heel praktische keuzes: hoe organiseer je het werk, hoe zet je mensen optimaal in en waar kan technologie repetitief werk overnemen?
Juist daar ziet ze dat veel werkgevers nog vasthouden aan oude reflexen: ‘Werkgevers zoeken nog steeds vooral naar extra mensen. Maar dat is omdat zij eigenlijk blijven doen wat ze deden.’ Volgens Ten Hoonte is dat begrijpelijk, maar niet langer houdbaar. De tijd waarin personeelstekorten simpelweg konden worden opgelost door meer mensen aan te nemen, ligt achter ons. Organisaties zullen zichzelf opnieuw moeten uitvinden.
‘Mijn vraag aan werkgevers is altijd: welke technologie zou jouw bedrijf naar de volgende fase kunnen helpen?’ Dat begint niet met software aanschaffen, benadrukt ze, maar met nieuwsgierigheid. Bestuurders en HR-professionals moeten zich verdiepen in technologische ontwikkelingen en vooral nadenken over wat die betekenen voor hun eigen organisatie.
“Ga gewoon testen en dingen uitproberen. Daar leer je van.”
Hoe groot het verschil kan zijn tussen de dagelijkse praktijk en de mogelijkheden van technologie, illustreert Ten Hoonte met een voorbeeld dat haar is bijgebleven. Ze bezocht een fabrikant van landbouwmachines. Het bedrijf verkocht zijn machines over de hele wereld. Zodra ergens een storing optrad, stapte een servicemonteur in het vliegtuig om het probleem op locatie op te lossen. Tijdens het gesprek stelde ze een ogenschijnlijk simpele vraag. ‘Ik realiseer me dat dit in de vliegtuigindustrie al heel anders is. Daar lezen ze uit of een onderdeel slijtage vertoont. Waarom zet je dat niet in jullie machines?’ Het antwoord kwam direct. ‘“Daar heb ik de mensen helemaal niet voor die dat kunnen.”’
Voor Ten Hoonte vat dat ene gesprek de uitdaging van veel organisaties samen. De technologie bestaat vaak al. De vraag is of organisaties beschikken over de kennis, vaardigheden om die ook daadwerkelijk toe te passen. ‘Kunnen mensen hun verbeeldingskracht gebruiken? In welke sector doen ze wat? Hoe zou ik dat kunnen inzetten? Dan gaat het volgens mij aan het rollen.’
Wie slimmer wil werken, zal volgens haar ook moeten accepteren dat leren tijd kost. Dat wringt soms met de druk om vandaag al productiever te zijn. ‘Productiviteit valt even naar een lager niveau als iemand iets nieuws moet leren.’ Juist daardoor stellen organisaties investeringen in scholing of zij-instroom regelmatig uit. Dat is volgens Ten Hoonte een kortetermijnreactie. ‘Ik had laatst iemand die zei: “Mooi hoor, al die zij-instromers, maar dat draagt helemaal niet bij aan de productiviteit.” Ik zei: Nee. Maar stel je nou voor dat we dat helemaal niet doen. Dan hebben we straks geen productieve mensen.’
Leren vindt bovendien lang niet altijd plaats in een klaslokaal. De meeste kennis doen mensen volgens haar op tijdens het werk, samen met collega’s of door ervaringen uit andere organisaties mee te nemen. Daarom pleit ze ervoor om experimenteren een vaste plek te geven in organisaties. ‘Ga gewoon testen en dingen uitproberen. Daar leer je van.’
Die andere manier van denken geldt niet alleen voor technologie, maar ook voor personeel. Veel werkgevers kijken nog altijd vooral naar functies, diploma’s en cv’s, terwijl ze daarmee een groot deel van het aanwezige talent over het hoofd zien. ‘Gegeven de krapte is het heel goed om iedereen die bij je werkt uit te dagen: wat is nou eigenlijk jouw skills- en competentiepaspoort?’
Ten Hoonte ziet organisaties die medewerkers via interne platforms laten meedenken over projecten of vraagstukken die buiten hun functie vallen. Dat levert regelmatig verrassende inzichten op. ‘Dan kom je erachter dat er ongelooflijk veel verborgen talent in een organisatie zit.’ Volgens haar ligt daar ook een belangrijke opdracht voor HR. Minder denken vanuit functieprofielen en meer vanuit vaardigheden, potentieel en ontwikkeling.
De discussie over arbeidsproductiviteit wordt vaak gevoerd als een economisch vraagstuk. Volgens Ten Hoonte is het vooral een organisatievraagstuk, waarin HR een sleutelrol speelt. Niet door steeds opnieuw dezelfde vacatures uit te zetten, maar door bestuurders te helpen anders naar werk te kijken. Welke taken kunnen anders worden georganiseerd? Welke technologie ondersteunt medewerkers? Welke talenten blijven nu nog onbenut? En welke vaardigheden zijn straks nodig?
Want de arbeidsmarkt waarop veel organisaties hun personeelsbeleid nog altijd baseren, bestaat volgens haar niet meer. ‘Die overvloed die u gekend heeft, die is voorbij.’ Wie productiever wil worden, zal daarom niet alleen moeten investeren in technologie, maar vooral in mensen die met die technologie kunnen werken. Dat vraagt om experimenteren, ontwikkelen en soms ook om het loslaten van zekerheden die jarenlang vanzelfsprekend leken.
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail