De kranten stonden er afgelopen tijd vol mee. Volgens cijfers van het CBS is de arbeidsproductiviteit het afgelopen jaar met 2,4 procent toegenomen, de grootste stijging in de afgelopen twintig jaar. Is daarmee een einde gekomen aan de afvlakkende groei van de afgelopen jaren? Volgens Wimar Bolhuis, directeur Work bij TNO Health & Work, kan de vlag nog niet uit. “We verliezen internationaal terrein en moeten nu actie ondernemen.”
Voor de interviewserie Impactmakers van AWVN brengen we denkers en doeners in beeld die richting geven aan de toekomst van werk, arbeidsverhoudingen en de samenleving. Mensen die niet alleen ideeën hebben, maar ze ook in de praktijk brengen, en daarmee zichtbaar verschil maken.
Waarom een impactmaker?
Wimar Bolhuis (Leiden, augustus 1986) is een impactmaker omdat hij zijn loopbaan heeft opgebouwd rond het verbinden van economie, beleid, technologie en vooruitgang. Als directeur Work bij TNO Health & Work houdt hij zich bezig met de grote arbeidsmarktvraagstukken van deze tijd, zoals de toekomst van werk, arbeidsproductiviteit, technologie en innovatie, en duurzame en gezonde inzetbaarheid in Nederland. Hij promoveerde in de economie aan de Universiteit Leiden en werkte onder meer bij de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën, de Sociaal-Economische Raad en in de advieswereld.
De combinatie van economische kennis, bestuurlijke ervaring en een brede maatschappelijke blik maakt hem tot een gezaghebbende stem in het publieke debat. Hij verbindt wetenschap, overheidsbeleid en bedrijfsleven en laat zien dat technologische innovatie alleen tot economische en maatschappelijke meerwaarde leidt als die gepaard gaat met sociale innovatie, lerende organisaties en nieuwe vaardigheden van werkenden en werkgevers.
Het CBS-rapport over de gestegen arbeidsproductiviteit is volgens Bolhuis goed nieuws, maar het percentage is volgens hem niet representatief voor hoe Nederland er momenteel voorstaat. “De arbeidsproductiviteit groeit nauwelijks en minder snel dan bij landen om ons heen”, legt hij uit.
Volgens de TNO-directeur, die een achtergrond heeft als econoom en wetenschapper, is het belangrijk dat we niet naar losse meetmomenten kijken, maar naar de trend. “Dat geeft een heel ander beeld. De arbeidsproductiviteitstijging stond de afgelopen tien jaar nagenoeg stil (gemiddeld 0,4 procent per jaar, red.). De stijging van het afgelopen jaar zou je dus ook kunnen zien als reparatie van productiviteit die eerder achterbleef.”
“Veel werkgevers willen per se aan de slag met een bepaalde technologie, zonder eerst te kijken of die wel echt meerwaarde heeft voor de organisatie.”
Hoe staat Nederland er dan echt voor? Volgens Bolhuis staat Nederland internationaal aan de top, maar verliezen we terrein. Vooral aan opkomende landen in Azië. “Maar ook vergelijkbare economieën in Europa doen het beter”, legt hij uit. Dat verschil komt voort uit de keuzes die landen maken. “In Nederland groeit de economie, maar zien we vooral een toename in de dienstensector, zoals zakelijke dienstverlening en de zorg. Inmiddels komt meer dan 80 procent van de werkgelegenheid uit dienstensectoren. Dat zijn arbeidsintensieve sectoren waar lastig grote winst valt te behalen op het gebied van arbeidsproductiviteit.”
Andere landen streven Nederland vooral voorbij op het gebied van investeringen in kapitaalkrachtige sectoren. Ter vergelijking: waar Nederland gemiddeld 2,1 procent van het BBP investeert in onderzoek en ontwikkeling, ligt het Europees gemiddelde op 3 procent. Bolhuis vindt dat Nederland op dit gebied moet opschakelen. Vooral in sectoren met veel technologie kan de output flink verhoogd worden, maar in alle sectoren liggen kansen. Nederland kan bijvoorbeeld meer investeren in de hoogproductieve machine- en chipindustrie, farma en biotech, maar ook in de bouw, elektrotechniek en zorg zijn technologische innovaties als AI en robotisering mogelijk.
Is het erg dat Nederland terrein verliest? Op lange termijn wel, vindt Bolhuis. “Arbeidsproductiviteit is een belangrijke motor voor de economie. Zodra je achter gaat lopen, vertrekken grote bedrijven naar plekken waar het beter is. Dat heeft uiteindelijk grote gevolgen voor je verdienmodel als land en de brede welvaart in Nederland.”
Dat wil echter niet zeggen dat we volledig moeten inzetten op kapitaalkrachtige sectoren en de dienstensector links laten liggen. Hoogproductieve industrie is nodig om onze diensteneconomie in stand te houden, maar andersom zorgen onze goede diensten er ook voor dat grote bedrijven zich in Nederland vestigen.
“We moeten als land een goede balans vinden”, vertelt Bolhuis. “Arbeidsintensieve sectoren hebben een grote maatschappelijke waarde. Ze zorgen voor een goede levensstandaard en een hoge kwaliteit van werkomstandigheden. Dat zijn vaak ook redenen voor hoogopgeleide kennismigranten, bijvoorbeeld in de machine- en chipindustrie, om hier aan de slag te gaan.”
Om de arbeidsproductiviteit te laten stijgen, heeft Nederland werk te doen. Hoe kunnen individuele werkgevers daaraan bijdragen? “Nederlandse werkgevers hebben verschillende uitdagingen, denk bijvoorbeeld aan arbeidsmarktkrapte en demografische uitdagingen zoals de vergrijzing”, vertelt Bolhuis. Om het werk nu en in de toekomst gedaan te krijgen, moeten we effectiever gaan werken. Volgens hem valt voor werkgevers de meeste winst te behalen met arbeidsondersteunende mensgerichte technologie, investeringen in een leer- en innovatiecultuur (vaardigheden) en een andere organisatie van werk (sociale innovatie).
Werkgevers moeten doordacht aan de slag met het productiviteitsvraagstuk. “Ik spreek veel met organisaties die heel graag aan de slag willen met AI of robots. Alleen maken ze vaak de fout door direct te denken in technologie. Ze willen per se aan de slag met een bepaalde technologie, zonder eerst te kijken of die wel echt meerwaarde heeft voor de organisatie.”
Volgens Bolhuis doen werkgevers er goed aan om het denkproces om te draaien. “Breng eerst de uitdagingen van jouw organisatie en sector in kaart. Vervolgens kun je kijken welk human capital aanwezig is in jouw organisatie en wat de meest passende oplossing is voor mens en organisatie om tot productiviteitsverhoging te komen. Dan lever je echt maatwerk. Op de lange termijn boek je dan vaak veel meer winst en deze is structureel.”
Daar ligt een valkuil voor werkgevers. “Het vraagstuk is niet alleen om de arbeidsproductiviteit te verhogen. Dat is op zich niet zo moeilijk. Je kunt met machines en nieuwe technologie makkelijker productie verhogen als je geen rekening houdt met de kwaliteit en het plezier van werken. Alleen behaal je dan op de korte termijn financiële winst. Op de lange termijn zullen mensen vertrekken of het werk minder gemotiveerd doen. Dit gaat je kwaliteit van productie en organisatie tegenwerken.”
Succes vraagt dat organisaties innovaties sneller implementeren en hun werkprocessen daarop aanpassen. Draagvlak onder werknemers is daarbij erg belangrijk. “Betrek medewerkers duidelijk en goed bij de ontwikkeling en toepassingen van nieuwe technologieën”, vertelt Bolhuis. “Het maakt namelijk nogal uit hoe je het inzet. Gebruik je het om de productiviteit onder werknemers te monitoren, of is het een hulpmiddel om de werknemer beter zijn of haar werk te laten doen? Werknemers kunnen nieuwe toepassingen als kans of bedreiging zien. Dat maakt nogal uit hoe ze ermee aan de slag gaan, en of het een succes wordt.”
Bij het implementeren van innovaties moeten werkgevers ook blijven kijken of de werkwijze goed aansluit, en welke vaardigheden daarbij nodig zijn. “Werk verandert continu”, legt Bolhuis uit. “Blijf als organisatie goed kijken naar welke skills je nodig hebt en of deze aanwezig zijn onder werknemers. Zorg dat je daarop goed voorbereid bent en train je werknemers in het omgaan met nieuwe systemen en technologie.”
Bolhuis adviseert werkgevers om het wiel niet alleen uit te vinden. “Zoek samenwerkingen met soortgelijke bedrijven, de wetenschap en regionale samenwerkingsverbanden. Of neem natuurlijk contact op met TNO”, vertelt hij. “Innovaties werken vaak in ecosystemen. Je kunt wel in rap tempo digitaliseren, maar als de rest van je keten niet aanhaakt, loop je vroeg of laat tegen problemen aan. Als onafhankelijke innovatiepartner brengt TNO de juiste partijen bij elkaar om te komen tot succesvolle implementatie van technologieën en innovaties. Veelbelovend zijn regionale ecosystemen waarin de werelden van werken, leren en innoveren nadrukkelijk met elkaar verbonden worden. We zien dat deze samenwerking tot snellere innovatie en de daarvoor benodigde skills-ontwikkeling leidt.”
Lukt het werkgevers om deze stap te zetten, en leidt die vervolgens tot hogere arbeidsproductiviteit? Gevraagd naar het door hem verwachte toekomstbeeld denkt Bolhuis even na. “Over de afgelopen jaren werd een flinke productiviteitswinst verwacht door de opkomst van AI. Die is, als we naar de cijfermatige trends kijken, helaas uitgebleven. Maar voor de toekomst heb ik goede hoop. Het duurt alleen wat langer dan we misschien hadden verwacht.”
Om die productiviteitswinst uiteindelijk te verzilveren, zijn blijvende investeringen in mensgerichte technologie en sociale innovatie nodig. “Uitdagingen zoals de arbeidsmarktkrapte moedigen de mens altijd aan om innovaties sneller uit te voeren. Juist die druk dwingt organisaties om in beweging te komen. Als we dat goed doen, hoop en verwacht ik dat de arbeidsproductiviteitstijging in Nederland weer toeneemt.”
Kom naar het AWVN-jaarcongres
In Nederland blijft de groei van de arbeidsproductiviteit al jaren achter, terwijl die juist essentieel is voor het behoud van onze toekomstige welvaart. Kan technologie ons helpen de productiviteit te verhogen? Ontdek het tijdens het AWVN-jaarcongres. Klik op de onderstaande banner voor meer informatie en om je aan te melden.
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail