Logo AWVN
Impactmakers
15 juli 2026

‘Als je te weinig mensen hebt, dan moet je wel innoveren’

Nederland wil de woningbouw versnellen, het elektriciteitsnet uitbreiden en miljoenen woningen verduurzamen. De technologie is er vaak al. De grootste bottleneck zit ergens anders: er zijn simpelweg te weinig mensen om het werk uit te voeren. Volgens Mark Harbers, voorzitter van Techniek Nederland en lid van de raad van advies van De Normaalste Zaak, vraagt dat om een fundamenteel andere kijk op arbeid. “Arbeidsproductiviteit gaat niet over harder werken, maar over slimmer organiseren.”Voor de interviewserie Impactmakers van AWVN brengen we denkers en doeners in beeld die richting geven aan de toekomst van werk, arbeidsverhoudingen en de samenleving. Mensen die niet alleen ideeën hebben, maar ze ook in de praktijk brengen, en daarmee zichtbaar verschil maken. 

Waarom een impactmaker?

Mark Harbers (Ede, 1969)is een impactmaker omdat hij zijn bestuurlijke ervaring inzet voor grote maatschappelijke en economische opgaven. Na een lange loopbaan in de lokale en landelijke politiek, onder meer als Tweede Kamerlid, staatssecretaris en minister van Infrastructuur en Waterstaat, is hij sinds juni 2025 voorzitter van Techniek Nederland. Daar vertegenwoordigt hij werkgevers in de installatiebranche en technische detailhandel.

In zijn huidige rol richt Harbers zich op thema’s als innovatie, verduurzaming, technisch onderwijs en het tekort aan vakmensen. Hij benadrukt dat de technieksector onmisbaar is voor onder meer de energietransitie, woningbouw en een toekomstbestendige economie. Daarbij gaat zijn aandacht niet alleen uit naar technologische vernieuwing, maar ook naar het beter benutten en ontwikkelen van talent.

Dat blijkt ook uit zijn betrokkenheid als lid van de raad van advies van De Normaalste Zaak, een netwerk van werkgevers dat zich inzet voor een inclusieve arbeidsmarkt. Harbers pleit ervoor om niet alleen naar personeelstekorten te kijken, maar ook naar de grote groepen mensen van wie het talent nog onvoldoende wordt gezien. Daarmee verbindt hij economische vooruitgang aan inclusie en maatschappelijke participatie.

Mark Harbers, voorzitter van Techniek Nederland. Foto: Wouter Borre. 

Tekort aan personeel

De vraag krijgt hij bijna dagelijks: waar haalt de technieksector de mensen vandaan om alle plannen waar te maken? Harbers hoeft er niet lang over na te denken. Het tekort aan technisch personeel is immers allesbehalve nieuw. “We hebben al decennialang te weinig mensen die worden opgeleid voor technische beroepen”, zegt hij. “Als je voorzitter wordt van Techniek Nederland, dan krijg je dit probleem er eigenlijk gewoon bij.”

Nieuw is wel de omvang van de opgave. De technieksector vormt de ruggengraat van vrijwel iedere maatschappelijke transitie. Van warmtepompen en laadpalen tot ziekenhuizen, bruggen, datacenters en de uitbreiding van het stroomnet: zonder installateurs, monteurs en technisch specialisten gebeurt er weinig. “Eigenlijk zijn we bij alle grote maatschappelijke transities onmisbaar.

Dat besef verandert ook de manier waarop bedrijven naar arbeid kijken. De oplossing ligt volgens Harbers niet alleen in het aantrekken van nieuwe medewerkers. Veel belangrijker is de vraag hoe je met dezelfde mensen meer waarde kunt creëren. “Als je te weinig mensen hebt, dan moet je wel innoveren.”

“Installateurs zijn steeds vaker energieregisseur of systeemintegrator.”

De installateur van nu denkt mee aan de tekentafel

Harbers gebruikt graag de installateur als voorbeeld van hoe de sector verandert. Het beeld van de vakman die pas aan het einde van een bouwproject verschijnt om leidingen en installaties aan te sluiten, is volgens hem achterhaald.

Steeds vaker schuiven installateurs al aan tijdens de eerste ontwerpsessies. Niet om kabels te trekken, maar om mee te denken over energiesystemen, netcapaciteit en de slimste inrichting van een gebouw. “Installateurs zijn steeds vaker energieregisseur of systeemintegrator.”

Die verschuiving levert volgens hem meer op dan alleen betere technische oplossingen. Problemen worden eerder opgelost, faalkosten dalen en projecten verlopen efficiënter. Juist doordat techniek vanaf het begin onderdeel is van het ontwerp, neemt ook de arbeidsproductiviteit toe. “De vaardigheden worden daardoor ook veel diverser.” Het is een ontwikkeling die volgens Harbers nog maar net is begonnen.

De grootste innovatie zie je soms nauwelijks

Wie arbeidsproductiviteit zegt, denkt al snel aan robots of kunstmatige intelligentie. Harbers begint liever met een veel eenvoudiger voorbeeld. “Heel veel innovatie bij ons zit ook in het slimmer inrichten van werkprocessen.”

Hij vertelt over installatiebedrijven die complete meterkasten niet langer op de bouwplaats in elkaar zetten, maar prefab in de werkplaats assembleren. Op locatie hoeven ze vervolgens alleen nog geplaatst en aangesloten te worden. “We hebben voorbeelden bij leden waarbij dat tachtig procent van de arbeidstijd scheelt.”

Ook de organisatie van het werk verandert. Sommige bedrijven sturen niet langer alleen een monteur op pad, maar laten een ondersteunende collega meerijden. Die zorgt voor de administratie, haalt materialen uit de bus of bereidt de volgende klus alvast voor. “Daardoor kan de monteur zich volledig richten op het werk waarvoor hij is opgeleid.”

Volgens Harbers zit precies daar de kern van arbeidsproductiviteit. Niet harder werken, maar ervoor zorgen dat vakmensen hun tijd besteden aan werkzaamheden waar hun expertise echt nodig is. Dat is ook de reden waarom hij veel verwacht van AI. Niet omdat het monteurs vervangt, maar omdat het juist tijd vrijmaakt. “Door AI kun je monteurs ontzettend goed ondersteunen, zodat ze minder tijd kwijt zijn aan administratie en werkbonnen.”

Nog interessanter vindt hij de opkomst van voorspellend onderhoud. Waarom zou een monteur jaarlijks langskomen als een installatie zelf kan aangeven wanneer onderhoud nodig is? “De kunst is dat je langskomt op het moment dat een warmtepomp of cv-ketel in storing dreigt te gaan. Ben je een jaar te vroeg, dan is dat zonde. Ben je te laat, dan is de storing er al.”

Hij schetst hoe een warmtepomp in de toekomst zelf meldt dat de waterdruk langzaam terugloopt of dat een onderdeel afwijkend presteert. De monteur komt niet meer op basis van een vaste planning, maar precies wanneer dat nodig is. “Met goede data kun je de mensen die je hebt veel slimmer inzetten.”

Ook de overheid kan bijdragen aan méér productiviteit

Productiviteit ontstaat volgens Harbers niet alleen binnen bedrijven. Ook overheidsbeleid kan bepalen hoe efficiënt ondernemers kunnen werken. Hij noemt het wisselende beleid rond de warmtepomp-norm als voorbeeld.

Toen het kabinet Rutte IV de norm aankondigde  investeerden installateurs in opleidingen, bedrijven namen extra mensen aan en fabrikanten breidden hun productie uit. Toen het kabinet Schoof de norm schrapte, viel een deel van de vraag weg. “Nu heeft het kabinet de warmtepomp-norm opnieuw in het coalitieakkoord gezet. Dan moeten we dat niet nóg een keer ter discussie stellen. We hebben behoefte aan consistent beleid voor de lange termijn. Dan weten installateurs, fabrikanten en consumenten waar ze aan toe zijn. Alleen dan kun je tempo maken.”

Volgens Harbers levert zwalkend beleid niet alleen economische schade op. Ondernemers investeren in mensen en vakmanschap. Wanneer beleid voortdurend verandert, worden die investeringen minder rendabel en gaat kostbare capaciteit verloren.

Hetzelfde ziet hij bij netcongestie. Natuurlijk zijn nieuwe kabels en transformatorstations nodig, zegt hij. Maar tegelijkertijd blijft veel bestaande capaciteit onbenut doordat inzicht ontbreekt. “De meeste transformatorhuisjes in Nederland hebben geen meter.”  Daardoor is vaak niet precies bekend waar en wanneer het elektriciteitsnet daadwerkelijk vastloopt. “Het is echt niet zo dat het de hele dag knelt. Vaak gaat het om relatief korte piekmomenten.”

Volgens berekeningen van Techniek Nederland kan een kwart van de netcongestie worden opgelost met technologie die vandaag al beschikbaar is: slimme energiemanagementsystemen, batterijen en installaties die automatisch inspelen op de beschikbare capaciteit. Maar dan moet je wel weten waar de knelpunten precies zitten.

De grootste onbenutte capaciteit

Nieuwe technologie alleen zal de personeelstekorten niet oplossen. Daarom pleit Harbers ook voor een bredere blik op de arbeidsmarkt. Vanuit De Normaalste Zaak zet hij zich in voor inclusiever werkgeverschap. Niet alleen omdat het maatschappelijk belangrijk is, maar ook omdat de arbeidsmarkt daarom vraagt. “Het is ook eigen belang voor een sector om het onbenutte arbeidspotentieel niet aan de kant te laten staan.”

Hij wijst op vrouwen, mensen met een migratieachtergrond, statushouders en de groeiende groep zij-instromers. Juist mensen die eerder in een andere sector werkten, kiezen volgens hem steeds vaker bewust voor techniek. “Ze zeggen: ik wil iets maken. Ik wil bijdragen aan de maatschappelijke transities. Daarnaast wordt techniek dankzij innovatie en het anders inrichten van werkprocessen toegankelijker voor een veel bredere groep mensen, ook voor mensen met andere of beperkte technische vaardigheden en voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.” Dat is volgens Harbers uiteindelijk de kern van het vraagstuk. De oplossing ligt niet in één technologische doorbraak of één wervingscampagne. Arbeidsproductiviteit ontstaat wanneer technologie, slimmer organiseren, voorspelbaar beleid en een bredere blik op talent samenkomen.

Deel dit artikel via: