Het vertrouwen tussen kabinet en vakbonden heeft een flinke deuk opgelopen. CNV-voorzitter Hans Van den Heuvel vindt dat die relatie eerst hersteld moet worden voordat overheid, werkgevers en werknemers samen werk kunnen maken van de grote uitdagingen waarvoor Nederland staat.
Voor de interviewserie Impactmakers van AWVN brengen we denkers en doeners in beeld die richting geven aan de toekomst van werk, arbeidsverhoudingen en de samenleving. Mensen die niet alleen ideeën hebben, maar ze ook in de praktijk brengen, en daarmee zichtbaar verschil maken.
Waarom een impactmaker?
Hans Van den Heuvel (Weert, 1989) is een impactmaker omdat hij gelooft in de kracht van samenwerking. Na functies bij verschillende belangenorganisaties werd hij in 2019 algemeen directeur van LTO Nederland. Sinds april 2026 is hij voorzitter van vakbond CNV. Die overstap van een werkgevers- naar een werknemersorganisatie geeft hem een bijzondere positie in het debat over werk en arbeidsverhoudingen.
Van den Heuvel ziet polderen niet als een doel op zich, maar als een manier om maatschappelijke vraagstukken samen op te lossen. Juist in een tijd waarin politieke meerderheden minder vanzelfsprekend zijn, pleit hij voor sterke sociale partners, een betrouwbare overheid en een polder die zichzelf durft te vernieuwen. Daarmee verbindt hij de belangen van werkgevers, werknemers en overheid en zet hij aan tot een nieuwe manier van samenwerken.
Het is maandag 2 maart als Hans Van den Heuvel aan zijn eerste werkdag als voorzitter van CNV begint. In Den Haag schuiven op hetzelfde moment vertegenwoordigers van de Stichting van de Arbeid en bewindspersonen van het kabinet Jetten I aan voor een eerste kennismakingsgesprek. Namens CNV zit zijn voorganger nog aan tafel. Toch krijgt Van den Heuvel als kersverse voorzitter direct te maken met de gevolgen van het overleg.
Het gesprek mondt uit in een conflict over de kabinetsplannen om flink te bezuinigen op de sociale zekerheid. De bonden FNV, CNV en VCP vinden dat het kabinet de rekening neerlegt bij de beroepsbevolking. Een ultimatum volgt, daarna grote stakingsacties. “Het waren tot nu toe drie turbulente maanden”, blikt Van den Heuvel terug. De acties zijn volgens hem broodnodig. “In Den Haag hebben ze een Excelbestand dat is voorgeprogrammeerd op een bezuiniging van 6,5 miljard euro bij SZW. Als het niet via de AOW gaat, draaien ze wel aan een andere knop. Welke route er ook gekozen wordt, met zulke bezuinigingen raak je altijd de meest kwetsbare mensen. Dat is voor ons onacceptabel.”
“De polder zit barstensvol olifantenpaadjes.”
Met het conflict staat volgens Van den Heuvel meer op het spel dan alleen de bezuinigingen. Ook het vertrouwen dat nodig is om de polder te laten functioneren, staat onder druk. “Om de polder weer in beweging te krijgen, zie ik drie stappen. Eerst moeten de geplande bezuinigingen van tafel. Daar heeft niemand om gevraagd, werkgevers ook niet. Pas daarna kunnen we het gesprek voeren over de grote maatschappelijke vraagstukken, zoals economische groei en hoe die iedereen ten goede komt.”
“Vervolgens moeten we kijken naar de randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn, zoals ruimtelijke ordening, netcongestie en stikstof. Ik moet constateren dat we nog niet eens halverwege stap één zijn. In plaats van met elkaar te bespreken welke wedstrijd we gaan spelen, zijn we drie stappen van de startlijn weggetrokken. Ik hoop dat we weer gelijkwaardig aan de start kunnen beginnen. Daarvoor moeten we elkaar eerst weer vertrouwen.”
Niet alleen het kabinet is nieuw. Ook werkgeversorganisaties en vakbonden hebben sinds enkele maanden nieuwe voorzitters. “Het is mooi dat we met een frisse blik de polder kunnen vernieuwen”, vertelt Van den Heuvel. “Het huidige minderheidskabinet moet voortdurend op zoek naar meerderheden en draagvlak. Dat biedt kansen. De polder kan helpen om richting te geven aan belangrijke maatschappelijke opgaven.”
Om die rol goed te kunnen vervullen, zal ook de polder zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. “De polder zit barstensvol olifantenpaadjes”, legt de CNV-voorzitter uit. “Dat is goed, maar het heeft ook nadelen. Enerzijds zorgt het ervoor dat mensen elkaar weten te vinden. Anderzijds maakt het het soms moeilijk om echt te vernieuwen.”
Die vernieuwde manier van samenwerken begint aan de cao-tafel. De loonontwikkeling is daar de afgelopen jaren het grootste discussiepunt. Werkgevers vinden dat hoge looneisen ten koste gaan van investeringen in bijvoorbeeld innovatie en arbeidsproductiviteit. Van den Heuvel herkent zich niet in dat beeld. “Onze looneisen liggen binnen het betamelijke.”
De grootste uitdaging zit volgens hem niet zozeer in de verschillen van inzicht, maar in de manier waarop sociale partners daarmee omgaan. “In iedere cao-ronde voeren we weer dezelfde orang-oetanachtige paringsdans. Veel borstgeklop en veel geluid. We kennen allemaal elkaars standpunten tot achter de komma, maar proberen elkaar toch steeds opnieuw te overtuigen. Dat hoort erbij. Alleen gaat dat niet gebeuren. Van Coen van Oostrom (voorzitter VNO-NCW, red.) maken we echt geen socialist. Laten we daarom niet te lang in dat ritueel blijven hangen, maar zo snel mogelijk het echte gesprek voeren.”
Werkgevers en werknemers kunnen daarom meer tijd besteden aan onderwerpen waar ze elkaar wel kunnen vinden. “Er zijn genoeg gedeelde belangen. Denk bijvoorbeeld aan het vestigings- en ondernemersklimaat. Ook werknemers maken zich zorgen om hun bedrijf of sector nu we een toenemend aantal bedrijven naar het buitenland zien vertrekken omdat de randvoorwaarden daar beter zijn. In Nederland moeten we daar echt gezamenlijk mee aan de slag om het tij te keren.”
Dat betekent volgens Van den Heuvel niet dat verschillen er niet meer toe doen. “Onderhandelen hoort bij de polder en ook van een eindbod lig ik niet wakker. Het zijn allemaal legitieme middelen. Wat ik wel zorgelijk vind, is dat er steeds sneller naar zulke middelen wordt gegrepen. Dat gaat ten koste van de dialoog. Juist met alles wat er in de wereld gebeurt, moeten we elkaar zien te vinden. Dat gaat niet in één dag. Er zullen gesprekken zijn, ruzies en in sommige gevallen zal er zelfs met deuren gegooid worden. Het hoort er allemaal bij. Maar laten we dat vooral doen om er samen uit te komen.”
Naast een sterke basis van vertrouwen zal ook de politiek meer stabiliteit moeten bieden. “Maatschappelijke uitdagingen vragen om beleid op de middellange termijn. Juist die continuïteit ontbreekt te vaak. Kabinetten vallen, er volgen verkiezingen en langdurige formaties, terwijl prangende vraagstukken al die tijd op tafel blijven liggen.”
Daarom pleit hij ervoor om na een kabinetsval eerst te onderzoeken of binnen de bestaande verhoudingen in de Tweede Kamer een nieuwe coalitie mogelijk is. “Dat dwingt partijen om verantwoordelijkheid te nemen en samen oplossingen te zoeken, in plaats van weg te lopen zodra het lastig wordt.”
Van den Heuvel ziet die politieke stabiliteit ook als een voorwaarde voor een stabielere arbeidsmarkt. “Binnen een voorspelbaar politiek landschap ontstaat meer ruimte voor een stabiele loonontwikkeling, zonder schokeffecten die door inflatie, koopkrachtbehoud en arbeidsmarktkrapte steeds achteraf gecompenseerd moeten worden. Op die manier krijgen we als sociale partners meer ruimte om ons aan de cao-tafel te richten op de onderwerpen waar gezamenlijke belangen liggen, in plaats van telkens te blijven hangen in de loonontwikkeling.”
Ondanks de huidige spanningen twijfelt Van den Heuvel er niet aan dat de polder nog altijd van grote waarde kan zijn. Werkgevers, werknemers en overheid hebben elkaar hard nodig om de grote uitdagingen van de komende jaren het hoofd te bieden.
Het pensioenakkoord stemt hem daarbij hoopvol. “Daar heeft een renovatieslag plaatsgevonden die zijn weerga niet kent. Dat geeft mij het vertrouwen dat we ook andere grote maatschappelijke vraagstukken samen kunnen oplossen.” Volgens Van den Heuvel begint dat met de bereidheid om elkaar als partners te blijven zien. “Werkgevers en werknemers staan op de werkvloer niet tegenover elkaar, maar naast elkaar. Als we Nederland verder willen helpen, zullen we allemaal bereid moeten zijn om soms over ons eigen gelijk heen te stappen.”
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail