Logo AWVN
Impactmakers
11 mei 2026

“Vertrouwen moet verdiend worden, maar je moet het ook durven geven“

“Ik heb de gaafste baan van de hele wereld”, roept een glazenwasser vanaf zijn hoogwerker naar beneden. Tamara van Ark is als voorzitter van Schoonmakend Nederland op werkbezoek en kijkt omhoog. Het enthousiasme van de man doet haar glimlachen. “Dat werkplezier gun je iedereen”, merkt ze op. Toch is dat niet overal vanzelfsprekend. Een deel van het Nederlands werkpotentieel blijft onbenut. Kunnen we dat oplossen door talent beter in te zetten? Van Ark vindt van wel en ziet concrete oplossingsrichtingen.
Voor de interviewserie Impactmakers van AWVN brengen we denkers en doeners in beeld die richting geven aan de toekomst van werk, arbeidsverhoudingen en de samenleving. Mensen die niet alleen ideeën hebben, maar ze ook in de praktijk brengen, en daarmee zichtbaar verschil maken. 

Waarom een impactmaker?

Tamara van Ark (Den Haag, 1974) is een impactmaker omdat zij haar loopbaan heeft opgebouwd rond het verbeteren van werk en bestaanszekerheid. Ze maakte carrière in de politiek en groeide uit tot een ervaren bestuurder, onder meer als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en als minister voor Medische Zorg. Na haar politieke loopbaan bleef zij actief op dit terrein, onder andere als voorzitter van Schoonmakend Nederland en als lid van de Raad van Advies van De Normaalste Zaak.

De combinatie, inhoudelijke kennis van arbeid en sociale zekerheid, bestuurlijke ervaring en het vermogen om verschillende belangen te verbinden, maakt haar tot een herkenbare stem in het debat over werk en inclusie. Ze verbindt overheid, werkgevers en werknemers en zet mensen daarmee aan tot anders denken en handelen.

Impactmaker Tamara van Ark

Onbenut talent is onbenutte productiviteit. In een krappe arbeidsmarkt zoeken werkgevers naar personeel, terwijl er nog altijd mensen aan de kant staan of niet volledig tot hun recht komen. Om ook in de toekomst welvarend te blijven, moeten we het werk slimmer en effectiever uitvoeren. Van Ark weet hoe hardnekkig het vraagstuk is. Als politica – ze was o.a. staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Rutte III- hield zij zich in het nabije verleden onder andere bezig met arbeidsparticipatie, het vereenvoudigen van regelingen en het aanpakken van discriminatie op de arbeidsmarkt. “We zetten stappen”, vertelt ze. “Maar we laten ook veel kansen liggen. Er is nog werk te doen.”

Anders kijken naar werk
Volgens Van Ark kan de arbeidsproductiviteit een flinke impuls krijgen als we anders naar werk gaan kijken en de mens daarbij centraal zetten. Werk is volgens haar vaak ingericht rond vaste functies en profielen, terwijl niet iedereen daarin past. “Wie niet aan het hele plaatje voldoet, valt al snel buiten de boot. We moeten er anders naar leren kijken. Zet niet de functie centraal, maar de mens. Kijk naar wat iemand kan en hoe je het werk daarop kunt aanpassen”, legt ze uit.
Werk kan zo worden ingericht dat het voor meer mensen toegankelijk wordt. Dat kan bijvoorbeeld door functies op te knippen of taken anders te verdelen. Mensen hoeven dan niet meer aan een volledig profiel te voldoen. Ook hulpmiddelen, zoals vertaalapps of visuele instructies, kunnen helpen om drempels op de werkvloer weg te nemen.

Man on the moon
Als mensen zien waar ze aan bijdragen, krijgt werk meer betekenis. Werkplezier en beroepstrots spelen volgens Van Ark een belangrijke rol bij het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Mensen gaan daardoor vaak beter, effectiever en met meer plezier aan het werk. Daardoor zijn medewerkers vaak loyaler aan hun werkgever en is er minder verzuim. Ook willen mensen graag betekenisvol werk doen. Als ze dat gevoel hebben, werken ze vaak beter en effectiever. Een mooi voorbeeld van beroepstrots is volgens Van Ark het bekende verhaal van de Amerikaanse oud-president John F. Kennedy die een schoonmaker bij NASA vroeg wat hij deed. Zijn antwoord: ‘I’m putting a man on the moon’.

Die denkwijze ziet de voorzitter van Schoonmakend Nederland graag ook aan onze kant van de oceaan. Te beginnen bij haar eigen sector. “Je zou kunnen zeggen, het is maar schoonmaakwerk. Maar als je verder kijkt dan is het veel meer dan dat. Of het nu gaat om een operatiekamer, een school of een cleanroom van ASML. Al die plekken moeten schoon zijn voor er gewerkt kan worden. Daar is vaak nog gespecialiseerde kennis voor nodig ook. Daar mogen we trots op zijn, en dat uitdragen.” Dat geldt volgens haar ook voor andere sectoren die vergelijkbare voorbeelden kennen.

“Het helpt als werkgevers er bewust voor kiezen. Niet omdat het moet, maar omdat ze het belangrijk vinden om mensen een kans te geven.”

Drempels voor werkgevers
Waarom lukt het werkgevers vaak nog niet om onbenut talent aan te boren? Volgens Van Ark lopen ze vaak aan tegen regels en onduidelijkheden, bijvoorbeeld rond de Banenafspraak. Mensen die hulp nodig hebben zijn niet altijd goed in beeld. “Ondersteuning is vaak gekoppeld aan de vraag of iemand officieel tot de doelgroep behoort. In de praktijk is dat niet altijd duidelijk. Sommige mensen weten het zelf niet, anderen kiezen er bewust voor om het niet te delen”, aldus Van Ark.
Tegelijk kunnen werkgevers die ondersteuning vaak alleen binnen een bepaalde termijn aanvragen. “Als die informatie ontbreekt of te laat komt, vervalt de mogelijkheid. Daarnaast speelt ook terughoudendheid een rol. Werkgevers zien risico’s of weten niet altijd wat ze kunnen verwachten.”

Ruimte voor talent
Toch hoeven die drempels volgens Van Ark geen belemmering te zijn om stappen te zetten. Uiteindelijk begint het bij intrinsieke motivatie van werkgevers. Krapte op de arbeidsmarkt kan werkgevers prikkelen om anders naar personeel te kijken, maar dat is nog niet hetzelfde als echt anders willen werken. “Het helpt als werkgevers hier bewust voor kiezen. Niet alleen omdat het moet, maar juist omdat ze het belangrijk vinden om mensen een kans te geven.”
Werkgevers die vanuit die motivatie handelen, investeren vaker in mensen, richten werk anders in en houden dat ook vol. “In de schoonmaak werken veel bedrijven al langer op deze manier. Ze nemen mensen aan die ergens anders moeilijker aan het werk komen en investeren in hun ontwikkeling. Je ziet dat terug in loyaliteit van medewerkers, lager verzuim en meer motivatie op de werkvloer.”

Volgens Van Ark draait het uiteindelijk om anders kijken naar werk, maar vooral naar mensen. Voor werkgevers begint dat bij het geven van kansen. “Vertrouwen moet verdiend worden, maar je moet het ook durven geven. Pas dan ontstaat er ruimte om talent beter te benutten.”

Kom naar het AWVN-jaarcongres

In Nederland blijft de groei van de arbeidsproductiviteit al jaren achter, terwijl die juist essentieel is voor het behoud van onze toekomstige welvaart. Kan technologie ons helpen de productiviteit te verhogen? Ontdek het tijdens het AWVN-jaarcongres. Klik op de onderstaande banner voor meer informatie en om je aan te melden.

Deel dit artikel via: