In het akkoord ′Gezond naar het pensioen′ hebben sociale partners met het kabinet afspraken gemaakt over een regeling vervroegd uittreden (RVU) voor werknemers die door de zwaarte van het werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. Op 1 april 2026 is het loket van TNO geopend om RVU-afbakeningen op zwaar werk te laten valideren. Bij de afspraken over vervroegd uittreden hoort ook een preventieagenda. Daar gaat dit artikel over: we staan eerst stil bij de belangrijkste afspraken uit het RVU-akkoord en geven daarna meer informatie over de preventieagenda.
De afspraken uit het onderhandelaarsakkoord
Het is niet voor iedereen haalbaar om gezond aan het werk te blijven tot aan de AOW-leeftijd. Daarom vinden het kabinet en sociale partners dat een regeling voor vervroegd uittreden (RVU) ook na 2025 nodig blijft. In oktober 2024 is hierover een onderhandelaarsakkoord bereikt. In het akkoord ′Gezond naar het pensioen′ is gekozen voor een gerichte aanpak, zodat vroegpensioen mogelijk wordt voor de mensen die het echt nodig hebben. Er zijn afspraken gemaakt over:
• wanneer en voor wie de regeling geldt
• een agenda voor duurzame inzetbaarheid
• het monitoren van de regeling met ijkmomenten en bijsturing.
In de Stichting van de Arbeid zijn de afspraken nader uitgewerkt. AWVN was hierbij betrokken. De Tweede Kamer is geïnformeerd over de uitwerking.
Meer informatie over de doelgroep
• Handreiking voor uitvoering Regelingen voor vervroegd uittreden vanaf 2026
• Bekijk ook de verzamelpagina RVU-regeling op deze site
Doelgroep van de regeling
Werkgevers kunnen vanaf 2026 een RVU-uitkering aanbieden aan werknemers (die 36 maanden of minder van hun AOW-leeftijd zijn verwijderd), zodat zij eerder kunnen stoppen met werken. Cao-partijen kunnen een RVU-regeling afspreken voor werknemers die zwaar werk verrichten en daardoor niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. De RVU-afspraken moeten altijd een onderbouwde afbakening van de doelgroep bevatten, gericht zijn op belastende functies of werkzaamheden en gebaseerd op objectieve criteria. Het gaat om objectieve criteria op vijf gebieden: fysieke belasting, psychosociale belasting, omgevingsbelasting, cognitieve belasting en (onregelmatige) werktijden.
• Meer informatie over de valideringscriteria van TNO
• De Stichting van de Arbeid organiseerde op 20 maart 2026 een webinar hierover. Bekijk het webinar terug
Validatie van de doelgroep via TNO
Cao-partijen dienen de onderbouwde afbakening van de RVU-doelgroep in bij het expertisecentrum zwaar werk van TNO. Het loket is sinds 1 april 2026 open. TNO beoordeelt onder andere de procedure om tot een onderbouwde afbakening van belastende functies en/of werkzaamheden te komen.
Bij het maken van afspraken over vervroegd uittreden moet een plan voor preventie beschikbaar zijn. Er moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat mensen niet langer door kunnen werken vanwege de zwaarte van hun werk. Veel bedrijven en sectoren zijn al bezig met duurzame inzetbaarheid en arbeidsomstandigheden, maar er is meer nodig – bijvoorbeeld waar mogelijk zwaar werk te verlichten. Het streven is dat vervroegd uittreden uiteindelijk straks niet meer nodig is. Bevorderen van duurzame inzetbaarheid is voor alle medewerkers belangrijk, maar heeft voor werknemers die zwaar werk verrichten prioriteit.
Het verlichten van zwaar werk is nadrukkelijk een taak voor HR, omdat het direct raakt aan duurzame inzetbaarheid. In een arbeidsmarkt waarin mensen steeds langer moeten doorwerken, is het essentieel dat organisaties meer inzetten op preventie.

Dit houdt in dat werkgevers actief werken aan het verbeteren van arbeidsomstandigheden, het inzetten van technologie, het anders organiseren van werk en het ondersteunen van medewerkers in hun ontwikkeling en mobiliteit naar minder belastende functies. Er zijn vaak technische oplossingen mogelijk om veiliger en gezonder te werken. In de praktijk loopt het nog wel eens spaak bij de implementatie van die oplossingen, bijvoorbeeld doordat werknemers niet goed weten hoe ze deze moeten gebruiken of dat niet consequent doen. Hier ligt een duidelijke rol voor de werkgever, die een instructieplicht heeft, terwijl van werknemers verwacht mag worden dat zij deze instructies opvolgen. Duurzame inzetbaarheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgever én werknemer.
Het verlichten van zwaar werk sluit aan bij de oproep van AWVN om aan de slag te gaan met maatschappelijk verantwoord werkgeven. Maatschappelijk verantwoord werkgeven (MVW) gaat over het samenspel tussen werknemer, werkgever en de sociaal maatschappelijke context. Het is in ieders belang dat medewerkers duurzaam inzetbaar zijn. Voor medewerkers zelf omdat het hen in staat stelt gezond en met plezier aan het werk te blijven tot aan het pensioen. Dat geeft bovendien meer kans op een goed inkomen. Voor werkgevers is het minstens zo belangrijk dat werknemers in goede gezondheid aan het werk te blijven. In dit kader passen de drie redenen die de World Health Organization (WHO) hiervoor geeft.
• The right thing to do Bedrijven hebben een morele verantwoordelijkheid om te zorgen voor het welzijn van hun werknemers. Dit raakt aan de kern van goed werkgeverschap. Het gaat erom dat werkgevers eraan bijdragen dat werknemers veilig, gezond, vaardig en met plezier kunnen blijven werken tot de pensioenleeftijd.
• The smart thing to do Natuurlijk vraagt het verlichten van zwaar werk om investeringen, maar het levert bedrijven ook veel op als werknemers aan het werk blijven, productief zijn en hun werk vaardig en met plezier kunnen doen. Hierdoor is er minder uitval of verzuim. Wanneer alle werkgevers investeren in duurzame inzetbaarheid zorgt dit bovendien voor voldoende inzetbare arbeidskrachten en dat draagt bij aan een goed functionerende arbeidsmarkt.
• The legal thing to do Werkgevers hebben een wettelijke plicht om de gezondheid, veiligheid en het welzijn van werknemers te bevorderen. De Arbowet bevat de belangrijkste regels, bijvoorbeeld voor het opstellen van een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E), het zorgen voor een sociaal veilige werkomgeving, het ontwikkelen van een arbobeleid en gevaren zoveel mogelijk aanpakken bij de bron.
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail