Home / Nieuws / WAADI-boetes moeten omlaag van € 12.000 naar € 8.000
vrijdag 23 februari 2018

WAADI-boetes moeten omlaag van € 12.000 naar € 8.000

De Centrale Raad van Beroep heeft aangegeven dat de boetebedragen op basis van het boetebesluit voor de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (WAADI) moeten worden verlaagd van € 12.000 naar € 8.000. Daarnaast moet de Inspectie SZW onderscheid maken tussen malafide rechtspersonen, of daarmee gelijk te stellen werkgevers, en werkgevers die niet tot die categorie behoren.

Met deze verlaging van de boetebedragen volgt de beroepsrechter een eerder oordeel van de Raad van State dat bij de oplegging van boetes op basis van het boetebesluit voor de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV) de boetebedragen van € 12.000 te hoog waren. De wetgever wil in de WAADI, voor wat betreft het boetenormbedrag, nadrukkelijk aansluiten bij het boetenormbedrag in de WAV.

Oorsprong boetes op basis van de WAADI
De WAADI legt verplichtingen op aan werkgevers die personeel ter beschikking stellen aan derden, bijvoorbeeld uitzendbureaus, en aan bedrijven die gebruik maken van dit personeel (inleners). Het uitzendbureau moet geregistreerd staan als bedrijf dat arbeidskrachten ter beschikking stelt. Het inleenbedrijf moet, als het gebruik gaat maken van uitzendkrachten, controleren of het uitzendbureau als zodanig staat geregistreerd en hiervan een afschrift bewaren. Dit is de zogenoemde WAADI-check, een eenvoudige administratieve procedure, die bij niet nakomen hoge boetes kan opleveren.

Aanvankelijk werden boetes van € 12.000 per persoon opgelegd. Dit kon snel oplopen naarmate een bedrijf meer uitzendkrachten inleende. Het niet uitvoeren van de WAADI-check kon zo duizenden euro’s aan boetegeld kosten. Omdat ook de Inspectie SZW dit wat te gortig vond, is na verloop van tijd een staffel ingesteld. Een boete van € 12.000 is aan de orde, als minder dan tien uitzendkrachten worden ingeleend. Bij tien tot dertig werknemers is dit € 24.000 en bij dertig of meer werknemers € 48.000.

De beroepsrechter heeft nu geoordeeld dat deze versoepeling van het beleid onvoldoende is. De Inspectie SZW had de boetenormbedragen uit de WAADI uit het oogpunt van evenredigheid verder moeten differentiëren en een onderscheid moeten maken tussen enerzijds malafide rechtspersonen en daarmee gelijk te stellen werkgevers en anderzijds werkgevers die niet tot deze categorie behoren.

AWVN is van mening dat het onderscheid tussen malafide werkgevers en werkgevers die dat niet zijn, heel belangrijk is. Slechts een zeer klein deel van de werkgevers is malafide, maar als gevolg daarvan lopen alle andere werkgevers het risico op hoge boetes bij overtreding van bepaalde wetten. Dat geldt niet alleen voor de WAV en de WAADI, maar ook voor de sinds medio 2016 ingevoerde Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU). Ook deze wet kent het naleven van bepaalde administratieve verplichtingen. Het boetebesluit dat op deze wet is gebaseerd, kent hoge boetes van € 12.000. Het verdient aanbeveling ook naar deze onevenredig hoge boetes te kijken.