donderdag 02 september 2021

Werkgeverspremies WGA en Ziektewet in 2022 iets omhoog

Het UWV heeft op 1 september 2021 de premies en parameters voor de WGA- en ZW-premies 2022 voor de werkhervattingskas gepubliceerd. Bij de premies voor de werkhervattingskas gaat het om de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WGA) en de Ziektewet (ZW) waarvoor werkgevers zich bij UWV kunnen verzekeren. In 2022 gaan beide premies omhoog. De stijging is in lijn met de trend van voorgaande jaren. De gemiddelde WGA-premie gaat met 0,06 procentpunt omhoog naar 0,84%. Bij de Ziektewet is de stijging iets groter, hier gaat de gemiddelde premie met 0,10 procentpunt omhoog, naar 0,68%.

Premie werkhervattingskas

De premie werkhervattingskas is een premie die voor elke werkgever apart wordt vastgesteld. De Belastingdienst stuurt voor het einde van het jaar een beschikking aan elke werkgever met daarin de hoogte en opbouw van de premies van de Werkhervattingskas. De premies en parameters die aan de vaststelling voor 2022 ten grondslag liggen, zijn op 1 september 2021 door UWV gepubliceerd in de nota gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2022. Deze nota geeft een toelichting op de totstandkoming van deze premies en parameters.

Publiek of privaat verzekerd

De premie werkhervattingskas geldt voor werkgevers die publiek verzekerd zijn, dat wil zeggen via het UWV. De premie bestaat uit twee premiecomponenten: een gedifferentieerde premie Ziektewet en een gedifferentieerde premie WGA. Voor beide verzekeringen heeft een werkgever de mogelijkheid eigenrisicodrager te worden. Een werkgever betaalt bij een eigenrisicodragerschap van één of beide verzekeringen geen publieke premie voor de bijbehorende premiecomponenten. Werkgevers kunnen op 1 januari en 1 juli van elk jaar een aanvraag tot eigenrisicodragerschap indienen. Een aanvraag hiervoor moet uiterlijk 3 maanden van tevoren bij de Belastingdienst worden ingediend. Het eigenrisicodragerschap kan gepaard gaan met een verzekering van het risico bij een private verzekeringsmaatschappij. Ziet een werkgever af van een verzekering, dan betaalt hij eventuele uitkeringen van zijn werknemers zelf.

Coronacrisis

De premievaststelling voor 2022 is net als de premievaststelling voor 2021 tot stand gekomen tijdens de coronacrisis. Het is nog onduidelijk wanneer en in welk tempo de economie en arbeidsmarkt zich zullen herstellen. Daarom zijn de ramingen van de omvang van de te financieren lasten van de WGA en de Ziektewet en de bijbehorende omvang van de premieplichtige loonsommen, die beide ten grondslag liggen aan de premievaststellingen, onzekerder dan normaal. UWV heeft zich bij de ramingen voornamelijk gebaseerd op de Centraal Economisch Plan (CEP) 2021, dat het Centraal Planbureau (CPB) op 31 maart 2021 publiceerde. In deze publicatie gaat het CPB uit van een economische groei van 2,2% in 2021 en 3,5% in 2022.

Wijzigingen in 2022

Vanaf 2022 ligt de loonsomgrens tussen kleine en middelgrote werkgevers op 25 maal het gemiddelde loon per werknemer. Tot en met 2021 lag deze grens op 10 maal het gemiddelde loon per werknemer. Met deze verhoging wordt aangesloten bij de nieuwe premiedifferentiatie in de Aof-premie (de basispremie WAO/WIA) vanaf 2022. De differentiatie betreft een korting op de Aof-premie voor kleine werkgevers.
Door de aanpassing van de loonsomgrens wordt de groep van kleine werkgevers vergroot en zullen in 2022 uiteindelijk meer werkgevers een sectorale premie betalen dan in 2021. De groep van middelgrote werkgevers wordt juist verkleind. Voor deze werkgevers zal in de weging tussen de sectorale en individuele premie het gewicht van de sectorale premie toenemen in 2022.

Terugbrengen tekort en overschot

Bij de vaststelling van de premies voor 2022 is ook rekening gehouden met een vermogenstekort van € 0,5 miljard voor de Ziektewet en een vermogensoverschot van € 1,0 miljard voor de WGA. De komende jaren brengt UWV dit tekort en overschot geleidelijk terug door lichte aanpassingen van de premies. Zo wordt voorkomen dat de premies jaarlijks teveel fluctueren. De stijging van de werkgeverspremie voor de Ziektewet is hierdoor iets groter en de stijging van de premie bij de WGA is iets minder groot.

Stijging premie WGA

Het gemiddelde premiepercentage WGA 2022 stijgt ten opzichte van 2021 van 0,78% naar 0,84%. Dit komt voornamelijk omdat de uitkeringslasten voor werknemers die ziek uit dienst gaan nog niet het structurele niveau hebben bereikt. Ook de verhoging van de pensioenleeftijd, waardoor werknemers langer moeten doorwerken, leidt tot een hogere instroom in de WGA. Daarnaast is er een verhogend effect van eigenrisicodragers die de afgelopen jaren zijn teruggekeerd naar de publieke verzekering van UWV.
De stijgende trend van de uitkeringslasten bij de WGA is ook zichtbaar in de ontwikkeling van de sectorale percentages van de WGA. Van de 67 sectoren stijgt voor 40 sectoren de premie, voor 1 sector (horeca en catering) blijft de premie gelijk en voor 26 sectoren daalt de premie.

Hybride markt

In 2019 waren 22.200 werkgevers eigenrisicodrager voor de WGA met een gezamenlijke loonsom van € 84 miljard (38% van de totale loonsom). In 2020 zijn 21.000 werkgevers eigenrisicodragers met een loonsom van € 89 miljard (39% van de totale loonsom). De verwachting is dat het marktaandeel van eigenrisicodragers in 2021 en 2022 stabiel blijft.

Premie Ziektewet omhoog

Het gemiddelde premiepercentage Ziektewet stijgt van 0,58% in 2020 naar 0,68% in 2021. Aan deze stijging ligt een aantal oorzaken ten grondslag. Zo zijn de Ziektewet-lasten sinds 2019 jaarlijks sterker gestegen dan steeds bij de voorafgaande premievaststelling voorzien werd. Dit is ook in 2020 het geval geweest. De premiestijging in 2022 is daarmee vooral een reactie op de gestegen lasten in het verleden en in mindere mate een anticipatie op verwachte stijgingen in 2022. Daarnaast is eind 2020 ontdekt dat een te gering deel van de uitvoeringskosten voor de Ziektewet toegerekend werd aan de Werkhervattingskas. Voor 2021 en later betekent dit dat de totale lasten structureel hoger zijn, € 50 miljoen in 2022, waardoor de premie eenmalig extra stijgt. In de derde plaats is er een verwacht vermogenstekort bij de Ziektewet van bijna € 500 miljoen eind 2021. Om een begin te maken met het terugdringen van dit tekort stijgt de premie extra.
De stijgende trend van het gemiddelde percentage is ook zichtbaar in de ontwikkeling van de sectorale percentages van de Ziektewet. Van de 67 sectoren stijgt bij 52 sectoren de premie, bij 1 sector (sector 58 Dakdekkersbedrijf) blijft de premie gelijk en bij 14 sectoren daalt de premie.

Hybride markt

Sinds de invoering van de premiedifferentiatie voor de Ziektewet in 2014 is er sprake van een gestage toename van het eigenrisicodragerschap. Bij uitzendbedrijven is het aandeel in de loonsom van eigenrisicodragers in 2021 inmiddels 51%, bij de overige bedrijven is dat 48%. Er is bij het aandeel eigenrisicodragers, in tegenstelling tot de WGA, een splitsing gemaakt tussen uitzendbedrijven en overige bedrijven, omdat uitzendbedrijven gemiddeld veel hogere lasten kennen en een veel hogere premie betalen. Een overstap naar het eigenrisicodragen betekent hierdoor direct een relatief groot verlies aan premie-inkomsten voor de Werkhervattingskas, terwijl de lasten van deze werkgevers nog maximaal twee jaar doorlopen. Deze staartlasten worden betaald door het collectief van publiek verzekerde werkgevers. Voor 2022 is het uitgangspunt dat het aandeel in de loonsom van eigenrisicodragers voor zowel uitzendbedrijven als overige werkgevers gelijk blijft aan het aandeel in 2021.

 

De nota gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2022

0 reacties