Home / Nieuws / Aanvullend geboorteverlof: wat geldt bij ziekte of wisselend arbeidspatroon?
vrijdag 07 augustus 2020

Aanvullend geboorteverlof: wat geldt bij ziekte of wisselend arbeidspatroon?

Sinds 1 juli 2020 hebben partners recht op aanvullend geboorteverlof – maximaal vijf keer het aantal werkuren per week. Voorwaarde is dat het kind op of na 1 juli 2020 geboren wordt. De partner moet het aanvullende geboorteverlof opnemen binnen zes maanden na de geboorte van het kind, nadat eerst het ‘reguliere’ geboorteverlof is opgenomen. Dat bedraagt sinds 1 januari 2019 bij een fulltime aanstelling vijf dagen.

De afgelopen tijd bereikten ons verschillende vragen over het aanvullende geboorteverlof. Hieronder gaan we in op twee veelgestelde vragen.

AWVN-leden met een vraag over dit onderwerp kunnen die mailen naar werkgeverslijn@awvn.nl.

  • Kan partner het aanvullend geboorteverlof intrekken / opschorten?

    Vraag
    Heeft de werknemer die aanvullend geboorteverlof is overeengekomen, en dit soms (via de werkgever) al heeft aangevraagd bij het UWV, het recht om het verlof in voorkomende gevallen, zoals bijvoorbeeld bij ziekte, in te trekken of op te schorten?

    Antwoord
    In de wet is geen voorzienig getroffen voor het intrekken van (aanvullend) geboorteverlof, zoals dat bij ouderschapsverlof wel is gebeurd (art. 6:6 WAZO). Het geboorteverlof bedroeg voorheen twee dagen (kraamverlof). Dan was intrekken vrijwel nooit aan de orde en dus was het ook niet geregeld. Het ministerie van SZW gaat na of een regeling als in het ouderschapsverlof ook voor het (aanvullend) geboorteverlof zou moeten gelden en of dit te realiseren is. Hier is dan wel een wetswijziging voor nodig, dus op heel korte termijn zal er niets veranderen.

    De wet regelt dus niet dat de werknemer bij omstandigheden als ziekte het recht heeft om dit verlof in te trekken of op te schorten. Bij het aanvullende geboorteverlof dient de werknemer bij de aanvraag (vooraf, tijdens of na het verlof) aan te geven hoeveel weken verlof deze opneemt. De inroostering daarvan hoeft niet aan het UWV doorgegeven te worden; dit kunnen werkgever en werknemer in onderling overleg vaststellen. Zo kunnen zij dat ook in onderling overleg wijzigen.

    Bij ongewijzigde verlofduur hoeft niets doorgegeven te worden aan UWV. Indien de werknemer meer verlof opneemt, is geen aanvullende aanvraag voor een uitkering mogelijk. Neemt de werknemer minder verlof op dan waarvoor de UWV-subsidie is aangevraagd, dan dient de teveel ontvangen subsidie terugbetaald te worden aan UWV. De werkgever dient UWV hierover te informeren, zodat deze een herzieningsbesluit kan opstellen en de subsidie kan terugvorderen bij de ontvanger.

  • Hoe (aanvullend) geboorteverlof te berekenen bij volcontinue of 5-ploegendienst?

    Vraag
    Hoe wordt het recht op geboorteverlof en aanvullend geboorteverlof berekend bij werknemers in de volcontinue of 5-ploegendienst? Deze werknemers hebben in het algemeen een gemiddelde arbeidsduur per week van 33,6 uur (die vaak contractueel niet goed is vastgelegd). Maar zij werken de ene week meer en de andere week minder dan de contractuele arbeidsduur. Het is in ieder geval nooit 33,6 uur in een week. Ook in bepaalde deeltijdpatronen kan de feitelijke arbeidsduur per week afwijken van de contractuele of gemiddelde arbeidsduur.
    Hebben deze werknemers nu recht op verlof over het aantal ingeroosterde diensten in een week of over de overeengekomen arbeidsduur?

    Antwoord
    De duur van het geboorteverlof is uitgedrukt als eenmaal de arbeidsduur per week bij het geboorteverlof. Bij het aanvullende geboorteverlof bedraagt het ten hoogste vijf gehele weken gebaseerd op de arbeidsduur per week.
    Bij een wisselende arbeidsduur gaat het om een gemiddelde over een langere periode. Als het gemiddelde uitkomt op 33,6 uur is dat de totale duur van het verlof op weekbasis. Als werknemers verlof willen genieten in een week waarin zij voor bijvoorbeeld 38 uur zijn ingeroosterd, dan zouden zij enkele uren uit hun vakantieverlof moeten aanvullen. Het omgekeerde kan ook; als zij verlof willen nemen in een week waarin zij voor 30 uur zijn ingeroosterd, hebben zij nog wat uur over voor bijvoorbeeld de week erna. Dezelfde situatie doet zich voor bij werknemers die niet in ploegendienst werken, maar die bijvoorbeeld de ene week vijf dagen werken en de andere week vier met een gemiddelde van 36 uur.