Home / ‘Misluktste’ regelingen

‘Misluktste’ regelingen

Werkgevers krijgen veel regelingen over zich afgeroepen. Dat alleen is al een reden tot klachten over bureaucratie, regeldruk en administratieve lasten. Maar soms worden ze aanleiding tot leedvermaak, vooral omdat de wetgever gedragseffecten weer eens verkeerd heeft ingeschat. Ofwel: de regeling gaat aan zijn eigen succes ten onder. De top 3 van mislukkingen / successen (u mag kiezen) van regelgeving waar werkgevers en/of werkenden mee van doen kregen.

3. De levensloopregeling
Kent u hem nog, de levensloopregeling? Een stille dood na een kwijnend bestaan van nauwelijks zes jaar was het lot van deze met veel bombarie ingevoerde ‘modernisering’. De gedachte achter de regeling was dat werkenden een periode onbetaald verlof zouden kunnen financieren om tijd te besteden aan gezin, opleiding, ontwikkeling, vroegpensioen of wat dan ook. Daartoe konden deelnemers – deelname was vrijwillig – tot 12 procent van hun brutojaarloon fiscaalvriendelijk sparen.

In tegenstelling tot veel regelingen ging de levensloopregeling niet aan zijn eigen succes ten onder, maar juist aan het gebrek aan deelnemers. Deze regeling mislukte écht en het handjevol gebruikers bestond vooral uit directeuren-grootaandeelhouders die er een mooie mogelijkheid in zagen om een periode tot hun pensionering te financieren. De ‘gewone’ werkende, de eigenlijke doelgroep, vond het zonde geld op deze manier opzij te zetten.

Het goede nieuws voor deelnemers was wel dat bij afschaffing werd voorzien in een ruime overgangsregeling die nog loopt tot en met 2021.

2. PC-privé
Net zoals niemand rond 2005 het enorme succes van de smartphone had voorzien, voorzag niemand in de jaren tachtig en negentig van de 20e eeuw de enorme vraag naar persoonlijke computers – kortweg pc’s. De computer voor individueel gebruik was begin jaren tachtig op de markt verschenen, maar werd door de consument niet meteen omarmd. Daarvoor waren de prijzen nog te hoog en de toepassingsmogelijkheden te bescheiden – het internet bestond nog niet.

Overheid en bedrijfsleven zagen wél de enorme mogelijkheden van computerisering en stimuleerden aanschaf en gebruik. Zo ontstond de pc-privé-regeling waarmee werknemers fiscaalvriendelijk met een bijdrage van de werkgever een computer konden aanschaffen.

De werknemers stonden in de rij en bij sommige grote werkgevers werden duizenden computers tegelijk aangeschaft om de werknemer thuis aan de computer te krijgen. De rekening voor de schatkist bleef oplopen ondanks tussentijdse verlagingen van de maximumbedragen. Bij de afschaffing van de regeling in 2006 boekte het kabinet een bezuiniging in van liefst 280 miljoen euro…

Die afschaffing gebeurde met onmiddellijke ingang. Daarmee maakte het kabinet duidelijk te hebben geleerd van eerdere afschaffing van (te ‘succesvolle’) regelingen. Bij de afschaffing van de Wet op de Investeringsrekening (WIR) in 1988 had het toenmalige kabinet een paar dagen opengelaten tussen het afschaffingsbesluit en de inwerkingtreding. In het zogenoemde ‘WIR-weekeinde’ werkten accountants dag en nacht om nog voor vele miljoenen guldens aan investeringen te melden en zo alsnog van de regeling te profiteren.

1. WAO
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, kortweg WAO, werd met veel vreugde ingevoerd in 1967. Sinds 2005 worden geen nieuwe ‘gevallen’ meer toegelaten, waardoor de WAO langzaam maar zeker verdwijnt. In de bijna veertig jaar tussen invoering en afschaffing was de wet of de uitvoeringspraktijk talloze keren aangepast, waren keuringsnormen verzwaard, maar was het aantal uitkeringsgerechtigden tegen de stroom in gegroeid naar bijna een miljoen, meer dan 10 procent van de beroepsbevolking.

Premier Ruud Lubbers deed over de WAO een van de gedenkwaardigste uitspraken uit de Nederlandse politieke geschiedenis: ‘Nederland is ziek’. Hij leek er zelfs zijn politieke lot mee te verknopen, maar wist met kunst en vliegwerk (het keuringsregime) te voorkomen dat het aantal WAO’ers officieel de 1 miljoen bereikte.

De drijvende kracht achter het miljarden verslindende ‘succes’ van de WAO was dat deze een uitlaatklep vormde bij reorganisaties. Door werknemers te laten afvloeien naar de WAO kregen deze een hogere uitkering dan wanneer zij ‘gewoon’ werkloos zouden worden. Vakbonden vonden dat fijn, werkgevers vonden het gemakkelijk. Dus bleek een groot aantal werkenden opeens ziek, zwak of misselijk.

Omdat zowel werkgevers als vakbonden profiteerden van de regeling, vereiste afschaffing nogal wat politieke moed. Het was CDA-minister Aart-Jan de Geus die dit, overigens gesteund door een SER-advies, uiteindelijk aandurfde en het ook voor elkaar kreeg. Hij verliet niet veel later de politiek.

 

0 reacties