21 mei 2024

TUI en de afspraken voor het cabinepersoneel

In navolging van de uitspraak van het Hof Den Haag heeft de Hoge Raad op 26 april 2024 uitspraak gedaan in de TUI-zaak. Zoals u wellicht nog weet, ging deze zaak over de vraag of een werkgever verplicht kan worden om met een vakbond te onderhandelen, wanneer de werkgever arbeidsvoorwaardenoverleg voert met de OR.

Concreet stelt FNV dat TUI onrechtmatig handelde door FNV van de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden uit te sluiten. De FNV vordert erkenning als onderhandelingspartner voor een cao over arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en werkgelegenheid van het cabinepersoneel.

Onrechtmatige daad

Het Hof Den Haag gaf FNV eerder gelijk. Het Hof benadrukte dat hoewel uit internationale verdragsbepalingen over vakverenigingsvrijheid en de vrijheid van het afsluiten van een cao geen verplichting om te onderhandelen volgt, deze rechten wel doorwerken via de onrechtmatige daad. Onder omstandigheden kan een werkgever onrechtmatig handelen richting de vakbond als de werkgever niet met deze vakbond onderhandelt. Dit was volgens het Hof het geval in de zaak van TUI. Het recht van FNV op het voeren van collectieve onderhandelingen woog in deze zaak zwaarder dan de contractsvrijheid van TUI, omdat FNV voldoende representatief is. En er is geen rechtvaardigingsgrond in de vorm van een zwaarwegend belang van TUI om FNV te kunnen weigeren.

Contractsvrijheid

Ook de Hoge Raad neemt de contractsvrijheid in collectieve onderhandelingen als uitgangspunt. Een werkgever mag zelf bepalen of (en zo ja) met wie hij over collectieve voorwaarden overlegt. De Hoge Raad borduurt voort op een eerdere uitspraak over het recht op toegang van een vakbond tot bestaande cao-onderhandelingen, wanneer deze een groter aantal werknemers in de branche vertegenwoordigt en representatiever is dan andere vakbonden bij het overleg. De Hoge Raad oordeelt nu dat in het licht van de diverse internationale verdragen ook de weigering van een werkgever om ├╝berhaupt over een cao te willen onderhandelen onrechtmatig kan zijn. Dit moet blijken uit de afweging van de verschillende belangen en in dit geval heeft het Hof dat op de juiste manier gedaan, aldus de Hoge Raad.

De Hoge Raad noemt enkele belangen die de rechter zou kunnen laten meewegen in zijn beslissing. Een belang is de representativiteit, deskundigheid en ervaring van de vakbond. Een ander is de onafhankelijkheid van de vakbond ten opzichte van de werkgever, die als groter wordt beschouwd dan die van de OR. Ook kan de rechter de bezwaarlijkheid van een collectieve actie in het specifieke geval meewegen. Hoewel dit niet in de uitspraak is terug te vinden, was dit midden in coronatijd aan de orde. Een staking door personeel dat al thuis zat zou natuurlijk geen zoden aan de dijk zetten. Mogelijk heeft dit nog een rol gespeeld. Tegen deze belangen moet de rechter de bezwaren van een werkgever of een werkgeversorganisatie om te onderhandelen met de vakbond afzetten.

De Hoge Raad oordeelt dat het Hof een juiste belangenafweging heeft gemaakt. Het Hof neemt terecht mee dat de FNV ruim meer dan de ondergrens uit de rechtspraak van 20 tot 25 procent van het cabinepersoneel vertegenwoordigde en dat volgens verschillende petities de OR en de cabinemedewerkers niet tevreden waren met de huidige stand van zaken. Zij hadden TUI gevraagd om te onderhandelen met de FNV voor een cao. Het belang van FNV als onafhankelijke vakbond om een cao af te sluiten is ook meegenomen. Volgens de Hoge Raad heeft TUI onvoldoende duidelijk gemaakt dat het afsluiten van een regeling met de OR noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering. Ook het bezwaar dat men verwacht er met FNV niet uit te komen, omdat zij zullen inzetten op hogere lonen, is onvoldoende.

Cao-plicht?

De vrijheid van werkgevers om zelf te kunnen bepalen met wie te onderhandelen over een cao of een avr wordt in deze uitspraak ook door de Hoge Raad als uitgangspunt bevestigd. Duidelijk is echter wel dat een werkgever onder bepaalde omstandigheden door de rechter verplicht kan worden om met een vakbond om de tafel te zitten. Hierbij draait het om draagvlak voor de gemaakte afspraken.

In deze zaak heeft de vakbond bij de rechter een streepje voor, juist vanwege het feit dat werknemers en de OR zelf ook aangaven anders te willen dan de arbeidsvoorwaardenregeling met de OR. De rol van de vakbond is volgens de Hoge Raad ook meer onafhankelijk wanneer het gaat over arbeidsvoorwaarden, omdat de OR niet alleen in het belang van de werknemers handelt en geen actie kan voeren. Ook speelde een rol dat TUI wel een cao voor de piloten afsluit met een andere vakbond. Let wel, hoewel TUI dus in dit geval met FNV aan tafel moet, merkt de Hoge Raad daarbij op dat dit niet betekent dat de werkgever verplicht is om ook daadwerkelijk een cao af te sluiten.

Avr prima alternatief

Hoewel de cao het meest gebruikte instrument is om collectieve arbeidsvoorwaarden te regelen, is een avr een prima alternatief voor ondernemingen. Werkgevers kiezen vaker voor arbeidsvoorwaardenregelingen in sectoren waarin de vakbonden niet of nauwelijks vertegenwoordigd zijn. Werkgevers die met steun van hun werknemers met de OR een arbeidsvoorwaardenregeling afsluiten, zullen waarschijnlijk niet snel verplicht kunnen worden om onderhandelingen voor een cao met een vakbond te voeren.

Eerdere blog over TUI en het arbeidsvoorwaardenoverleg

Deel dit artikel via: Deel dit artikel via Whatsapp Deel dit artikel via Twitter Deel dit artikel via Facebook Deel dit artikel via Linkedin Deel dit artikel via Mail
aanmelden