Home / Blogs en vlogs / arbeidsrecht / Rechtsgeldigheid van de elektronische handtekening
vrijdag 29 juni 2018

Rechtsgeldigheid van de elektronische handtekening

Steeds meer bedrijven digitaliseren hun bedrijfsvoering. Dat betekent dat er ook steeds meer overeenkomsten langs elektronische weg worden gesloten. Maar hoe kunnen partijen een overeenkomst het beste elektronisch ondertekenen? En heeft een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen als de ‘ouderwetse’ handtekening op papier? In deze blog behandel ik een aantal vragen omtrent de elektronische handtekening.


Een elektronische (of digitale) handtekening is een elektronische variant van een handgeschreven handtekening. Deze handtekening bestaat uit elektronische gegevens die zijn vastgehecht aan een digitaal document. In tegenstelling tot de handtekening op papier kent de elektronische handtekening drie verschillende vormen. Al deze vormen zijn rechtsgeldig, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

  1. De gewone elektronische handtekening is de eenvoudigste variant. Denk hierbij aan een gescande handtekening op papier, die bijvoorbeeld onder een e-mail kan worden geplakt als afbeelding.
  2. De geavanceerde elektronische handtekening is een toepassing van digitale certificaten. Dit zijn cryptografische sleutels (codes) in de vorm van een bestand. Deze code wordt afgeleid uit het bericht zelf en uit de identiteit van de afzender. Daarmee is de code niet te gebruiken bij een vervalst bericht, zodat zo’n geavanceerde elektronische handtekening al snel als betrouwbaar en dus rechtsgeldig wordt gezien. Deze vorm wordt ook wel aangeduid als de ‘digitale handtekening’.
  3. De gekwalificeerde elektronische handtekening is een handtekening met een gekwalificeerd certificaat. Zo’n certificaat is een digitaal bestand dat aan het oorspronkelijke document is toegevoegd. Er zijn speciale instanties die certificaten uitgeven, de zogeheten certificatiedienstverleners. Telecomtoezichthouder Autoriteit Consument en Markt zorgt voor erkenning en inschrijving van zulke dienstverleners.

Elektronische (digitale) handtekeningen kunnen dus op verschillende manieren worden gezet. Of ze rechtsgeldig zijn, hangt af van vele omstandigheden en het doel waarvoor ze gezet en gebruikt worden.

Zo zijn aan de gewone elektronische handtekening (variant 1) van nature geen of weinig waarborgen verbonden. Deze variant wordt meestal niet aangeraden, omdat hij makkelijk te vervalsen is. Wanneer de ondertekening wordt betwist, is het aan de partij die over de ondertekening beschikt om aan te tonen dat de handtekening is gezet door de bedoelde persoon. Als de betrouwbaarheid voldoende vaststaat (bijvoorbeeld bij e-mail binnen een bedrijf), is zo’n handtekening rechtsgeldig.

In dit blog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen

Hoewel de geavanceerde elektronische handtekening (variant 2) wordt gezien als een zeer betrouwbare handtekening, voldoet ook deze handtekening niet aan alle wettelijke eisen ex art 3:15a lid 2 BW. Immers, alleen de gekwalificeerde elektronische handtekening (variant 3) is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat. Als deze certificaten zijn uitgegeven door gekwalificeerde dienstverleners van vertrouwensdiensten (die ook nog eens face to face de identiteit van de  ondertekenaar controleren), is aan alle wettelijke eisen voldaan en worden de ondertekende gegevens daadwerkelijk als ondertekend beschouwd. Dit behoeft geen verder bewijs. Een gekwalificeerde elektronische handtekening (variant 3) is dus juridisch gelijk aan een gewone (‘natte’) handtekening.

Verschil in bewijskracht

Kort en goed, voor de juridische waarde maakt het in beginsel geen verschil welke elektronische handtekening wordt gebruikt: alle bovengenoemde vormen zijn in veel gevallen rechtsgeldig. Wel hebben de drie soorten elektronische handtekeningen een verschillende (juridische) bewijskracht. Bij een gewone elektronische handtekening (variant 1) zal de rechter de bewijslast (en het bewijsrisico) bij de ondertekenaar leggen. Bij de geavanceerde elektronische handtekening (variant 2) zal de rechter in beginsel aannemen dat de handtekening echt is. In geval van een gekwalificeerde handtekening met een certificaat (variant 3) zal de andere partij moeten bewijzen dat de handtekening niet echt is. Op dergelijke certificaten mogen partijen in het rechtsverkeer dus afgaan. De aansprakelijkheid voor fouten in bepaalde gegevens van dergelijke certificaten legt de wet dan ook bij de certificatiedienstverlener.

Let er altijd op dat het certificaat geldig is, niet is ingetrokken en dat de uitgever betrouwbaar is. Als het gewaarmerkte certificaat gewoon geldig is, maakt het voor de rechtsgeldigheid geen verschil meer of er onder een document een digitale of een ‘natte’ handtekening staat.