Elk halfjaar publiceert AWVN op de website een overzicht van veranderende wet- en regelgeving relevant voor HR. Per 1 juli 2026 verandert er relatief weinig, maar er zijn wel een aantal ontwikkelingen vermeldenswaardig over wijzigingen (zie het overzicht van december 2025 op deze site), waarvan eerder het idee was dat die op of rond 1 juli 2026 zouden ingaan.
Minimumuurloon naar € 14,99
Het bruto wettelijk minimumuurloon gaat op 1 juli 2026 omhoog naar € 14,99. Dat is een stijging van 1,85% ten opzichte van het huidige minimumuurloon (€ 14,71). Dit betreft de reguliere, halfjaarlijkse indexatie. De eerstvolgende indexatie vindt plaats op 1 januari 2027.
Bereid je samen met AWVN nu al voor op belangrijke wijzigingen per 1 januari 2027.
Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) | ingangsdatum: 1 januari 2027
• 9 juli Actualiteiten IAM | WTTA: wat komt er op u af?
Alleen voor leden, gratis voor leden.
• 24 september WTTA in de praktijk: wat je nú moet regelen om compliant te zijn
Online cursus, ook toegankelijk voor niet-leden.Expatregeling | aanpassingen in 2027
• 16 juli De expatregeling: dit moet je als werkgever weten
Gratis voor leden. Onderdeel van de HR Webinar Weken.Loontransparantie | verwachte ingangsdatum: 1 januari
• 8 juli
Wet Loontransparantie en de rol van de OR
• 25 augustus
Wet Loontransparantie en de rol van de OR
Gratis voor leden. Onderdeel van de HR Webinar Weken.
Nieuwe regels werkende asielzoekers
Sinds 12 juni 2026 gelden er nieuwe regels voor werkende asielzoekers. De wijzigingen vloeien voort uit het Europese Asiel- en Migratiepact. Asielzoekers met een grote kans op een asielvergunning mogen al na drie maanden aan het werk in plaats van na zes maanden, maar asielzoekers uit landen die als veilig worden beschouwd, mogen helemaal niet meer werken in Nederland. In alle gevallen waarin een asielzoeker wel mag werken, is een tewerkstellingsvergunning (TWV) vereist die de werkgever bij het UWV moet aanvragen.
▪ Meer informatie op deze site
Verplichte gedragscode ongewenst gedrag van de baan
Werkgevers met meer dan tien medewerkers worden toch niet verplicht om een schriftelijke gedragscode op te stellen om ongewenst gedrag te voorkomen. Tot voor kort was het idee dat die verplichting op 1 juli 2026 zou worden ingevoerd, maar het huidige kabinet ziet hier van af – zo blijkt uit de voortgangsbrief van 8 juni 2026 over arbeidsomstandigheden van minister Aartsen van Werk en Participatie. Volgens Aartsen blijkt uit data van bijvoorbeeld de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) dat er wel aanwijzingen zijn maar geen ‘causaal verband’ is dat een gedragscode ongewenst gedrag terugdringt. Ook het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) oordeelde negatief over de verplichting.
Op basis van de Arbeidsomstandighedenwet bestaat bovendien al de verplichting om beleid te voeren op het gebied van psychosociale arbeidsbelasting. Een gedragscode wordt wel aanbevolen, maar wordt dus niet verplicht.
Meldplicht uitzendbureaus arbeidsongevallen Arbeidsinspectie
Deze wet regelt dat uitzendbureaus (uitleners) verplicht zijn om ernstige arbeidsongevallen met uitzendkrachten zelf direct te melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie (meldplicht) én de inlener te controleren (actief nagaan of het inlenende bedrijf na het ongeval voldoende veiligheidsmaatregelen neemt genomen om herhaling te voorkomen; vergewisplicht).
De Tweede en Eerste Kamer hebben de Wet invoering meld- en vergewisplicht arbeidsongevallen voor uitleners al enige tijd geleden aangenomen, en deze is 27 maart 2026 ook in de Staatscourant gepubliceerd. De verwachting was dat de wet vanaf 1 juli 2026 van kracht zou worden, maar de inwerkingtreding blijkt nog niet vastgesteld. ABU verwacht dat 1 juli 2027 haalbaar is; een eerdere datum acht de koepelorganisatie onwaarschijnlijk.
Schijnzelfstandigheid en opvolging Wet DBA: stand van zaken
Al lange tijd wordt er gewerkt aan het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) – als opvolger van de Wet DBA. Deze zou op 1 juli 2026 van kracht worden, maar dat is inmiddels van de baan. Het huidige kabinet wil zo snel mogelijk de Zelfstandigenwet daarvoor in de plaats brengen. Dit is vastgelegd in het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet, en moet zelfstandigen meer duidelijkheid vooraf geven.
Het kabinet liet in maart 2026 al weten een deel van wetsvoorstel Vbar (dat op dat moment bij de Tweede Kamer lag) te schrappen. Het gaat hier om het zogeheten verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Vbar, dat preciezer omschreef wanneer iemand in loondienst of als zelfstandige werkt. Volgens minister Aartsen van Werk en Participatie zorgde het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel voor teveel onrust.
Onderdeel van de Vbar was het rechtsvermoeden. Dat is nu in de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief opgenomen, waarmee de Eerste Kamer op 16 juni 2026 heeft ingestemd. Deze wet maakt het voor zzp’ers die minder dan 38 euro per uur verdienen (peildatum 1 januari 2026; bedrag jaarlijks geïndexeerd) makkelijker om hun rechtspositie op te eisen bij de rechter. Als een zzp’er beroep doet op het rechtsvermoeden, moet de opdrachtgever aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Hoewel de zogeheten zachte landing in januari gedeeltelijk is verlengd, controleert de Belastingdienst in 2026 wel op schijnzelfstandigheid. Dat betekent praktisch dat werkgevers die zzp’ers inhuren, de aard van hun samenwerking kritisch moeten blijven toetsen. Het huidige schermergebied is geen vrijbrief.
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail