Home / Nieuws / Europese sociale zekerheid geldt ook voor derdelanders
maandag 28 januari 2019

Europese sociale zekerheid geldt ook voor derdelanders

Het Hof van Justitie heeft in haar arrest van 24 januari 2019 (zaak C-477/17) bevestigd dat derdelanders onder de sociale zekerheidsverordening van de Europese Unie (EU) vallen. De Advocaat-Generaal was aanvankelijk nog een andere mening toegedaan; hierover heeft AWVN u eerder al op de hoogte gebracht.

De feiten
De in Nederland gevestigde werkgever Holiday on Ice organiseert in de wintermaanden ijsshows in Nederland en andere lidstaten van de EU. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van werknemers met verschillende nationaliteiten, EU-onderdanen en derdelanders, zoals Russen en Oekraïners die buiten de EU wonen. De werknemers komen een aantal weken in Nederland werken en doen dit vervolgens ook in andere lidstaten van de Europese Unie. De aanwijsregels van de sociale zekerheidsverordening bepalen in deze situatie, bij werken in verschillende lidstaten, dat de sociale verzekeringswetgeving van het vestigingsland van de werkgever van toepassing is. Dat is in dit geval Nederland. Om te bewijzen dat ze ook bij werkzaamheden in andere lidstaten in Nederland verzekerd zijn, geeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) verklaringen inzake toepasselijke wetgeving af, zogenoemde A1-verklaringen. Hiermee wordt voorkomen dat de werknemers steeds moeten wisselen van sociaal zekerheidsstelsel en dat de werkgever steeds in een ander land sociale verzekeringspremies moet betalen. Op een gegeven moment stopt de SVB met het afgeven van A1-verklaringen, omdat de bank twijfelt of de verordening wel van toepassing is op de derdelanders. Die wonen immers niet in een lidstaat van de EU. De werkgever is het daarmee niet eens en via een beroepszaak bij de Centrale Raad van Beroep worden prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie.

Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal is van mening dat de derdelanders zich niet op de verordening kunnen beroepen. Als reden hiervoor voert hij aan, dat ze geen verblijfsvergunning op basis van het Unierecht hebben.

Hof van Justitie
Het Hof van Justitie denkt er anders over dan de Advocaat-Generaal. Wanneer derdelanders legaal verblijven (zich legaal ophouden) en legaal werken op het grondgebied van de lidstaten van de EU, kunnen zij een beroep doen op de aanwijsregels van de sociale zekerheidsverordening. Bij werkzaamheden in verschillende lidstaten van de EU kan dus aangesloten worden bij de vestigingsplaats van de werkgever, in casu Nederland. Dit vloeit ten eerste voort uit de EU-verordening (en bijbehorende toelichting) waarmee de sociale zekerheidsverordening is uitgebreid tot derdelanders en, ten tweede, de EU-richtlijn inzake één enkele aanvraagprocedure voor werknemers uit derde landen.

Commentaar AWVN
Anders dan de Advocaat-Generaal maakt het Hof van Justitie geen onderscheid tussen kortdurend en langdurend verblijf van derdelanders.

Elke lidstaat mag zelf bepalen of derdelanders wel of niet legaal mogen wonen, verblijven en werken op hun grondgebied. Per lidstaat kunnen de criteria hiervoor aanzienlijk verschillen. In Nederland is in deze situatie in ieder geval geen sprake van illegaal werken of illegaal verblijf. Het werken in Nederland is legaal. Dit is gebaseerd op het besluit incidentele arbeid waardoor geen tewerkstellingsvergunning nodig is op basis van de Wet Arbeid Vreemdelingen. Iemand die werkzaam is als artiest mag zonder tewerkstellingsvergunning binnen een periode van dertien weken zes weken aaneengesloten werken in Nederland. Een verblijfsvergunning is niet nodig, omdat de werknemers in de vrije termijn verblijven. Dit is een periode van korter dan drie maanden. Voor deze periode wordt geen verblijfsvergunning afgegeven, maar is verblijf afhankelijk van de vraag of een persoon met een bepaalde nationaliteit wel of niet over een visum moet beschikken. Veel nationaliteiten zijn visumvrij. Voor onderdanen van een groot aantal andere landen moet beschikt worden over een visum voor verblijf in Nederland. Binnen de Schengenlanden gelden aparte visumregels.

Het arrest van het Hof van Justitie is heel duidelijk, vindt AWVN. Bij legaal verblijf en migreren tussen lidstaten kan een aanwijsregel van de sociale zekerheidsverordening worden toegepast, waardoor een werknemer in slechts één lidstaat sociaal verzekerd is. De werkgever is daardoor niet genoodzaakt steeds weer in een andere lidstaat een salarisadministratie te voeren om de sociale verzekeringspremies in te laten houden en afdragen.