Duidelijkheid in onzekere tijden: forse loonstijging in de bouw

Werknemers die vallen onder de cao Bouw & Infra krijgen volgend jaar een loonsverhoging van 5%. Dat hebben werkgevers en werknemers afgesproken in één van de eerste onderhandelingsakkoorden voor 2023. Hoe kwamen zij tot dit resultaat? En wat zegt dit over de situatie in de bouw?

Razendsnel bereikten werkgevers en vakbonden in de Bouw & Infra een onderhandelingsakkoord. Als de leden instemmen, krijgen de ruim 110.000 werknemers in de bouw een salarisverhoging van 5% in 2023. “De grootste stijging in zeker 20 jaar”, vertelt Erik Tierolf, manager arbeidsvoorwaarden en advies van Bouwend Nederland. “Als je kijkt naar de opgave in onze sector, is zo’n flinke verhoging heel logisch.”

Veel werk, weinig personeel

Er is veel aan de hand in de bouw. Door de krappe arbeidsmarkt is het moeilijk om personeel te vinden en het aantal openstaande vacatures stijgt al jaren. Ondertussen komt er meer werk bij, onder andere door de energietransitie. Bouwbedrijven moeten miljoenen bestaande gebouwen verduurzamen en energiezuinige nieuwbouw realiseren. Jaarlijks komen er alleen al 100.000 woningen bij.

“En dat is nog niet alles”, zegt Tierolf. “Die gebouwen moeten allemaal aangesloten worden op internet en stroom. Bovendien willen we Nederland bereikbaar houden met wegen en treinverbindingen. En hoe meer we bouwen, hoe meer we moeten onderhouden en renoveren. Alles bij elkaar een grote opgave voor de bouw.”

Hoopvolle vooruitzichten

Uiteindelijk komt het wel goed, zegt hij. Er heerst nu een tekort aan personeel, maar uit onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) blijkt dat de branche het werk op de middellange termijn prima aankan. Er komen binnenkort namelijk veel nieuwe werknemers van de vakopleidingen. Daarnaast stijgt de arbeidsproductiviteit.

“Dat betekent niet dat we op onze lauweren rusten”, zegt Tierolf. “De bouw is een aantrekkelijke sector, maar er heerst een felle strijd om personeel op de krappe arbeidsmarkt. Daarom moeten we ons best doen aantrekkelijk te blijven voor huidige en toekomstige werknemers.”

Fatsoenlijke lonen in de bouw

Wie kiest voor de bouw weet in elk geval zeker dat hij werkt heeft, zegt Tierolf. “Daarnaast willen we uitstralen dat we fatsoenlijke lonen hebben. We zijn geen sector waar werkgevers en vakbonden met elkaar overhoop liggen over salaris.”

De verhouding tussen de cao-onderhandelaars is goed, zegt de manager bij Bouwend Nederland. Zij waren het ook gauw eens over de zogenaamde ‘korte klap cao’, waarin alleen afspraken staan over loon (5% extra) en looptijd (tot eind 2023). “We hadden hetzelfde doel: zo snel mogelijk duidelijkheid scheppen”, vertelt hij. De overige afspraken in de cao Bouw & Infra 2021/2022 veranderen niet.

Loonstijging in andere sectoren

Bouw & Infra is niet de enige sector waarbij de cao-onderhandeling alleen ging over loon. AWVN merkt dat er momenteel minder animo is om afspraken te maken over bijvoorbeeld scholing. Over het algemeen zijn de loonstijgingen dit jaar al hoger dan de afgelopen vijftien jaar.

De ontwikkeling is niet verrassend, want alle werkenden hebben last van de hoge brandstofkosten en stijgende woonlasten. De situatie is zo uitzonderlijk dat werkgevers niet goed weten hoe ze daarmee om moeten gaan, zegt Tierolf. Door snel met een cao voor volgend jaar te komen, hopen de onderhandelaars houvast te bieden. ”

Belang van snelheid

Werkgevers voelen de urgentie en zijn bereid meer salaris te bieden, merkt Tierolf. “Maar ze weten niet goed hoe. Ze willen niet te laat zijn, maar ook niet dubbel betalen als er straks een stijging in de cao staat. Ook daarom was er geen tijd voor een lange cao-procedure. Nu de loonafspraak gemaakt is, weet iedereen waar hij op kan rekenen.”

Vaak gaan cao’s met terugwerkende kracht in, maar dankzij de snelle onderhandeling wordt de eerste verhoging van 2,5% al uitbetaald op 1 januari 2023. Op 1 juli volgt de tweede loonstijging 2,5%. De vakbonden zijn er blij mee. Hans Crombeen, bestuurder FNV Bouwen en Wonen: “Het past bij de hoge inflatie waardoor werknemers steeds meer moeite hebben om in hun levensonderhoud te voorzien.”

Geen volledige compensatie

Toch zal deze stijging de inflatie niet volledig compenseren. “Dat kan ook niet”, zegt Tierolf. De kosten stijgen tenslotte ook voor de werkgever, legt hij uit. Die heeft bovendien te maken met wisselende prijzen van bakstenen en asfalt. De onzekerheid blijft groot, onder andere door de oorlog in Oekraïne. De inflatie komt uit op 8,7% dit jaar en 3,9% in 2023, verwacht De Nederlandsche Bank (DNB).

Dat werkgevers en werknemer nu al weten wat ze kunnen verwachten, biedt ruimte voor individuele oplossingen. Tierolf: “Werknemers kunnen een berekening maken en eventueel hun bestedingspatroon aanpassen. Komt iemand toch echt niet uit? Dan kan hij met zijn werkgever bijvoorbeeld op zoek naar een individuele oplossing, zoals budgetcoaching, schuldhulpverlening of extra salaris.”

0 reacties