Medezeggenschap: de ondernemingsraad

Op grond van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) moet een onderneming een ondernemingsraad (OR) instellen als er ten minste 50 personen werkzaam zijn.

 

De WOR – in 1950 voor het eerst tot stand gekomen en sindsdien vele malen gewijzigd – regelt medezeggenschap van werknemers in ondernemingen in Nederland. Het begrip onderneming wordt in de WOR breed omschreven. Het gaat om een groep mensen die samenwerken in loondienst, waarbij de groep naar buiten toe optreedt als zelfstandige eenheid. Onder het begrip valt bijvoorbeeld dus ook een filiaal of een verkoopkantoor.
De OR is het bekendste medezeggenschapsorgaan; andere zijn de personeelsvertegenwoordiging (ondernemingen met tenminste 10 maar minder dan 50 werknemers) en de personeelsvergadering.

  • Wat is de functie van de OR en hoeveel leden telt een OR?

    Hoeveel leden telt een OR?

    Dat is afhankelijk van de omvang van de organisatie. Bij 50 tot 100 werknemers moet een OR vijf leden hebben.
    Bij 100 tot 200 werknemers: 7; 200 tot 400 werknemers: 9; 400 tot 600 werknemers: 11; 600 tot 1.000 werknemers: 13; Bij 1.000 tot 2.000 werknemers: 15. Voor iedere 1.000 werknemers meer, komen er steeds twee leden bij – tot maximaal 25 leden.
    Een OR mag ook zelf bepalen hoeveel leden het heeft, maar dit moet dan duidelijk wel in het OR-reglement van de organisatie zijn omschreven.

    De ondernemer die een onderneming in stand houdt waarin in de regel ten minste 50 personen werkzaam zijn, aldus de WOR, “is in het belang van het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen verplicht om ten behoeve van het overleg met en de vertegenwoordiging van de in de onderneming werkzame personen een ondernemingsraad in te stellen en jegens deze raad de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet, na te leven”.

    De OR en de werkgever overleggen geregeld met elkaar. Daarbij heeft de OR een tweeledige taak.
    Enerzijds is de OR overlegpartner van de werkgever. De OR denkt mee en is sparringpartner bij de besluitvorming. Anderzijds is de OR vertegenwoordiger van de werknemers in het bedrijf. De OR brengt wensen en meningen van het personeel naar voren ten aanzien van de verschillende onderdelen van het ondernemingsbeleid. In sommige gevallen kan de OR als belangenbehartiger van de werknemers optreden.

    Sinds 1 januari 2022 mag een werknemer na drie maanden in dienst bij de werkgever te zijn geweest voor de OR stemmen (actief kiesrecht) én zich ook verkiesbaar stellen (passief kiesrecht) bij OR-verkiezingen. Voor de wetsaanpassing was dat zes maanden respectievelijk twaalf maanden.

  • Rechten van de OR, en wanneer moet u de OR raadplegen?

    Afhankelijk van het onderwerp van bespreking, heeft de ondernemingsraad vier soorten recht.

    Recht op informatie
    De OR heeft recht op alle informatie die voor de vervulling van zijn taak nodig is. De OR heeft dus bijvoorbeeld recht op informatie over de jaarrekening, de beloningsstructuur en beleidsplannen.
    Adviesrecht
    Voor belangrijke financiële, economische en organisatorische besluiten moet de bestuurder advies vragen aan de OR. Bijvoorbeeld bij reorganisaties, fusies of grote investeringen.
    Het advies is niet bindend, maar moet wel serieus genomen worden. Als het advies genegeerd wordt, moet dat schriftelijk gemotiveerd worden.
    Instemmingsrecht
    Voor besluiten die betrekking hebben op personele regelingen moet de bestuurder instemming vragen. Denk hierbij aan werktijden, arbeidsomstandigheden, opleidingen, functiebeoordeling of ziekteverzuim.
    Als de OR niet akkoord gaat, mag de bestuurder de regeling niet uitvoeren. Doet hij dat toch, dan kan de OR de nietigheid van het besluit inroepen en zo nodig naar de kantonrechter stappen.
    Initiatiefrecht
    De OR kan ook zelf met voorstellen komen waarvan hij denkt dat dit goed is voor de organisatie en/of de medewerkers – dus over alle sociale, organisatorische, financiële en economische zaken.
    Voordat de werkgever over een voorstel van de OR beslist, moet deze minstens één keer met het medezeggenschapsorgaan overleggen. Na dit overleg moet de werkgever zo snel mogelijk schriftelijk uitleggen wat zijn beslissing is.

    Wanneer de OR raadplegen?
    De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) regelt wanneer u als werkgever de ondernemingsraad (OR) moet informeren en wanneer een werkgever voor besluitvorming advies moet inwinnen bij de OR of instemming moet vragen.
    De werkgever moet minimaal eenmaal met de ondernemingsraad (OR) praten over de advies- of instemmingsaanvraag.

    De werkgever is verplicht het medezeggenschapsorgaan goed te informeren over de beweegredenen voor een voorgenomen besluit en de gevolgen voor het personeel. Ook moet hij aangeven hoe die gevolgen worden opgevangen. De OR kan ook vragen stellen en nadere informatie opvragen. De werkgever moet tijdig alle inlichtingen en gegevens verstrekken waar de ondernemingsraad om vraagt en die de OR redelijkerwijs nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. De OR moet immers een advies- of instemmingsaanvraag kunnen beoordelen.

    Verder is met betrekking tot het informatierecht van de ondernemingsraad in de WOR geregeld dat de werkgever de ondernemingsraad moet informeren over advies- en instemmingsplichtige onderwerpen. Vervolgens is het de bedoeling dat er afspraken worden gemaakt over wanneer en op welke wijze de OR bij de besluitvorming zal worden betrokken.

    Inzake het advies- en instemmingsrecht is er een limitatieve opsomming van aangelegenheden in de WOR opgenomen. Zo bepaalt de wet dat alleen belangrijke voorgenomen besluiten ter advies moeten worden voorgelegd. De werkgever dient het besluit schriftelijk voor te leggen aan de ondernemingsraad. Voorts moet de werkgever tijdig om advies vragen, zodat het advies van de ondernemingsraad nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Voor het instemmingsrecht is deze werkwijze hetzelfde. De praktijk is echter grillig; de opsommingen in de wet leiden regelmatig tot interpretatiekwesties.

    In een convenant met de ondernemingsraad kunnen aanvullende bevoegdheden zijn opgenomen.

  • Op welke faciliteiten heeft een OR recht?

    Leden van de OR hebben ontslagbescherming. Dit betekent dat niet dat een OR-lid niet ontslagen kan of mag worden, wel dat een ontslag geen relatie mag hebben met het het OR-lidmaatschap.
    Meer informatie op de site van de Rijksoverheid

    Leden van de OR mogen tijdens werktijd, met behoud van loon, vergaderen en van de voorzieningen van de werkgever gebruik maken.
    In overleg met de werkgever bepalen zij hoeveel tijd ze aan OR-werkzaamheden mogen besteden. Er geldt geen maximum, wel een minimum: 60 uur per jaar.

    OR-leden hebben ook recht op scholingsverlof onder werktijd, met behoud van loon (‘scholingsrecht’). Over scholing moeten OR en werkgever afspraken maken; de werkgever betaalt de kosten van de scholing.

0 reacties