Logo AWVN
01 september 2026

De WTTA en de verplichtingen van de inlener/opdrachtgever

In een artikelenreeks over de WTTA begin dit jaar, heeft AWVN aandacht besteed aan de gevolgen van de WTTA voor uitleners en inleners:
wat houdt de WTTA in?
aanmelding en toelating uitleners
opdrachtgevers die (soms) ook zelf arbeidskrachten uitlenen
WTTA en toepasselijke arbeidsvoorwaarden

Heeft u vragen, neem dan contact op met Ruud Blaakman.

De Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA, treedt 1 januari 2027 in werking) richt zich niet alleen op uitleners – Nederlandse en buitenlandse uitzendbureaus, payrollbedrijven, bedrijven die werknemers ter beschikking stellen – maar zeker ook op inleners/opdrachtgevers.

Wat zijn de verplichtingen die de meeste AWVN-leden als inlener/opdrachtgever hebben? De vier belangrijkste op een rij.

1. Een inlener/opdrachtgever mag alleen gebruikmaken van personeel van een uitlener als deze is toegelaten als uitlener door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (de NAU).
Voordat de inlening tot stand komt, moet gecontroleerd worden of de uitlener in het register van de NAU staat. Dit register plaatst de NAU, na invoering van de wet, op haar website. Een inlener kan dus niet volstaan met enkel een verklaring van de uitlener dat hij is toegelaten. Als inlener dient u dit actief te controleren; het bewijs daarvan moet in de administratie van de inlener/opdrachtgever opgenomen zijn en dient gedurende zeven jaar bewaard te blijven.

2. De inlener/opdrachtgever moet de juiste arbeidsvoorwaarden van de eigen werknemers doorgeven aan de uitlener, zodat deze, als werkgever van de uitzendkrachten, de juiste gelijkwaardige beloning voor de uitgeleende werknemers kan vaststellen. Ook als de arbeidsvoorwaarden wijzigen, moet u dit doorgeven.
Dit is een verplichting die actieve uitwisseling van gedetailleerde informatie vereist, bijvoorbeeld voor wat betreft de exacte arbeidstijden (begin- en eindtijden, rustpauzes, roosters, et cetera). Aan de hand daarvan moet immers een correcte verloning door de uitlener plaatsvinden. Wanneer de inlener/opdrachtgever dit niet zorgvuldig doet, kan de uitlener niet aan haar verplichtingen uit het normenkader voldoen. Op grond daarvan kunnen geen werknemers ter beschikking gesteld worden aan de inlener/opdrachtgever. Daarnaast loopt een inlener/opdrachtgever ook het risico om aansprakelijk gesteld te worden vanuit de ketenaansprakelijkheid als werknemers te weinig loon betaald krijgen.

3. Wanneer werknemers worden uitgeleend door een uitlener die zelf weer werknemers van een andere uitlener heeft ingeleend, is sprake van doorlening. Alsdan moet de uiteindelijke (eind)inlener/opdrachtgever nagaan over een geldige toestemming te beschikken.
Inleners/opdrachtgevers hebben net zoals uitlener een wettelijke meld- en administratieplicht. Uitleners zijn verplicht om voorafgaand aan de aanvang van de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten in hun administratie vast te leggen wanneer er sprake is van terbeschikkingstelling van arbeid en dit te melden aan inleners/opdrachtgevers aan wie de arbeidskracht ter beschikking wordt gesteld. De inlener is op zijn beurt verplicht om deze kwalificatie uiterlijk op de dag waarop de terbeschikkingstelling is aangevangen, in de administratie op te nemen. Uit zijn administratie moet blijken welke arbeidskrachten worden ingeleend en van welke uitleners. Deze gegevens moeten ten minste zeven jaar worden bewaard.

4. De uitlener is verplicht om het normenkader na te leven. Om aan sommige verplichtingen te voldoen, in het bijzonder de registratie van de begin- en eindtijden van de werkzaamheden van arbeidskrachten, is medewerking van de inlener nodig.
De inlener is zelf weliswaar niet wettelijk verplicht om de begin- en eindtijden te registeren, maar wel wettelijk verplicht om alleen samen te werken met een toegelaten uitlener. Om toegelaten te worden en te blijven, moet de uitlener aan normeisen te voldoen. Daaruit volgt een indirecte meewerkplicht voor de inlener/opdrachtgever om mee te werken zodat de uitlener waarmee die samengewerkt, toegelaten kan blijven. De inlener/opdrachtgever mag immers niet samenwerken met een niet-toegelaten uitlener. Hier heeft de inlener overigens ook belang bij, gelet op de mogelijk serieuze gevolgen voor zijn eigen organisatie als de toelating van de uitlener waarmee de inlener samenwerkt, wordt geschorst of ingetrokken.

Sancties
Voor het naleven van de hiervoor genoemde WAADI-verplichtingen, wordt het WAADI-boetebesluit aangepast. Dit besluit zal forse boetes bevatten. In de Memorie van Toelichting staat bijvoorbeeld dat de sanctie op het in- én uitlenen van werknemers van een niet toegelaten uitlener of een uitlener die niet onder de uitzonderingen valt, € 90.000 bedraagt. Ook worden er mogelijkheden gecreëerd voor het opleggen van een last onder dwangsom. Bij publicatie van het boetebesluit volgt hier meer informatie over.

Daarnaast is het vanaf 1 januari 2027 voor de Belastingdienst gemakkelijker om de inlener aansprakelijk te stellen als de uitlener de te betalen loonheffing en of omzetbelasting niet afdraagt. De Belastingdienst kan dan zonder gedetailleerd onderzoek vooraf, de inlener aansprakelijk stellen voor 35% van de factuurbedragen. De inlener krijgt nog wel de mogelijkheid om aan te tonen dat de daadwerkelijk verschuldigde belasting lager is dan die veronderstelde 35%, maar staat wel met 1-0 achter. Het beperken van het risico op inlenersaansprakelijkheid wordt dus vanaf 2027 nog belangrijker.

AWVN geeft regelmatig voorlichtingsbijeenkomsten en cursussen om de leden te helpen bij de invoering van de WTTA. De eerstvolgende bijeenkomst is op 24 september 2026: WTTA in de praktijk. Wat je nú moet regelen om compliant te zijn

Meer informatie en aanmelden

Deel dit artikel via: