Met ingang van 2027 betaalt de werkgever een nieuwe heffing als deze een fossiele auto voor privégebruik ter beschikking stelt aan een werknemer. De meeste werkgevers bereiden zich voor op deze nieuwe regels door in de mobiliteitsregeling op te nemen dat uitsluitend nog elektrische auto’s ter beschikking gesteld worden. Maar daarmee is niet alles geregeld. Hoe zit het bijvoorbeeld met lopende leasecontracten? En met vervangend vervoer of werknemers die tijdens de zomervakantie een fossiele auto mogen gebruiken in plaats van de elektrische zodat de caravan mee kan?
Overgangsregeling
Voor auto’s die de werkgever uiterlijk op 31 december 2026 ter beschikking stelt, geldt dat de eindheffing niet per 1 januari 2027 betaald hoeft te worden. Voor die gevallen geldt er overgangsrecht tot en met 31 december 2030. Het overgangsrecht is gekoppeld aan het kenteken. Dat betekent dat de fossiele auto, die voor 1 januari 2027 aan een werknemer mede voor privé-gebruik ter beschikking is gesteld, na 1 januari 2027 aan een andere werknemer ter beschikking mag worden gesteld. Het overgangsrecht blijft gelden. Als de auto door een andere werkgever ter beschikking wordt gesteld, dan vervalt het overgangsrecht.
Hulp is onderweg
De fiscaal specialisten van AWVN denken graag mee over de gevolgen die de introductie van de pseudo-eindheffing heeft voor uw wagenpark. Ook kunnen zij behulpzaam zijn bij het aanpassen van uw mobiliteitsregeling, mocht dat wenselijk zijn.
Neem daarvoor gerust contact op met Armand Lahaije of Hans de Vries.
Schade, onderhoud, reparaties en bandenwissel
Ook een elektrische auto heeft regelmatig onderhoud nodig. Vaak krijgt de werknemer tijdens de onderhoudsbeurt een vervangende auto mee. Als dat een fossiele auto is dan zou u als werkgever eigenlijk eindheffing moeten betalen over de waarde van die auto. Zelfs als dat maar één dag is, betaalt u de pseudo-eindheffing over de hele maand. In een slecht geval valt de onderhoudsbeurt in twee verschillende kalendermaanden. Dan betaalt u over twee maanden. Om dit te voorkomen is geregeld dat bij vervanging van de ‘vaste’ auto wegens schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel, die ook voor het privé-gebruik ter beschikking is gesteld, de vervangende auto niet onder de eindheffing valt als de periode waarin deze aan de werknemer ter beschikking staat niet langer is dan 14 aaneengesloten kalenderdagen.
Oppassen met huur- en deelauto’s
Tijdens de periode van het overgangsrecht, dus tot en met 2030, geldt er ook een uitzondering voor de eindheffing als de werkgever éénmaal per jaar een fossiele huur- of deelauto ter beschikking stelt aan één of meerdere werknemers. De periode mag maximaal 7 aaneengesloten kalenderdagen zijn. Tweemaal in het jaar dezelfde fossiele huurauto drie dagen ter beschikking stellen gaat fout, ook als dat aan verschillende werknemers is. Het gaat ook fout als u aansluitend aan twee werknemers een fossiele huurauto ter beschikking stelt. In dat geval moet over beide periodes (dus niet alleen over die tweede periode) de eindheffing betaald worden. De tweede periode van ter beschikking stellen zorgt dan voor een hele hoge rekening.
Dit soort problemen kan voorkomen worden door uitsluitend elektrische huur- en deelauto’s te gebruiken of door deze auto’s uitsluitend voor zakelijk gebruik ter beschikking te stellen. Dat betekent dat de werknemer deze auto niet voor woon-werkverkeer of voor privéritten mag gebruiken.
Vakantie-auto’s
Het komt regelmatig voor dat een leaseregeling voorschrijft dat de werknemer een elektrische auto moet kiezen, maar dat in de vakantieperiode gebruik gemaakt kan worden van een fossiele auto om oplaadproblemen in het buitenland te voorkomen of om de werknemer in staat te stellen met een (zware) caravan op vakantie te gaan. Vaak kiest de werknemer voor deze optie aan het begin van de leaseperiode en levert daarvoor een deel van het leasebudget in. Voor de tijdelijk ter beschikking gestelde fossiele auto geldt geen uitzondering op de eindheffing. Daarmee wordt dit een heel duur onderdeel van de mobiliteitsregeling. Aanpassen van de regeling lijkt daarom verstandig. Daarbij moet goed gekeken worden naar de arbeidsrechtelijke positie van de werknemers die gebruik maken van deze optie. Een compensatie voor het gemis van de fossiele vakantie-auto ligt daarbij voor de hand.
Veel werkgevers hebben fossiele poolauto’s, die wisselend door verschillende werknemers worden gebruikt en meestal alleen voor zakelijke ritten. Privégebruik is vaak niet toegestaan. Om gebruik te kunnen maken van het overgangsrecht kan worden overwogen om de poolauto voor 1 januari 2027 aan een werknemer ter beschikking te stellen, mede voor het privégebruik. In dat geval kan de fossiele poolauto daarna als ‘vakantie-auto’ ingezet worden voor meerdere werknemers zonder dat de pseudo-eindheffing betaald hoeft te worden, zolang de overgangsperiode duurt.
Een andere creatieve oplossing zou kunnen zijn dat twee werknemers in de zomerperiode tijdelijk ruilen van auto. Beide leveren daarvoor hun auto tijdelijk in bij de werkgever. De ene werknemer, die beschikt over een fossiele auto van de zaak die onder de overgangsregeling valt, krijgt tijdelijk de beschikking over de elektrische auto van zijn collega. De ander, die met zijn caravan naar Frankrijk wil, krijgt tijdelijk de fossiele auto van zijn collega mee. In deze opzet is er geen pseudo-eindheffing verschuldigd. Bedenk wel dat de ruilende werknemers ook van bijtelling ruilen gedurende de ruilperiode.