Iedere werkgever die overstapt van een leeftijdsafhankelijke naar een leeftijdsonafhankelijke premie moet, samen met de werknemersvertegenwoordiging, een transitieplan (laten) opstellen. Het wijzigen van de pensioenregeling komt tot stand in het arbeidsvoorwaardenoverleg; er moeten afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld de contractkeuze, invaren en compensatie.
Update januari 2026
Het transitieplan vormt de basis voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Alle keuzes, overwegingen en berekeningen die ten grondslag liggen aan de transitie naar de nieuwe pensioenregeling zijn hierin opgenomen.
Voor middelloon- en eindloonregelingen bij pensioenfondsen geldt dat dit plan op 1 januari 2025 klaar moest zijn. Voor werkgevers met een pensioenregeling bij een verzekeraar, algemeen pensioenfonds of een PPI, geldt 1 oktober 2027 als uiterste datum waarop het transitieplan gereed moet zijn. Dit betekent dat voor die tijd de werknemersvertegenwoordiging het eens moet zijn over de arbeidsvoorwaardelijke afspraken.
Routekaart Wet toekomst pensioenen
Wat moet er allemaal gebeuren voordat u het transitieplan kunt opstellen? Hoelang duren de verschillende stappen? We hebben dit voor u op een rij gezet in de routekaart Wet toekomst pensioenen.
Het transitieplan beschrijft de arbeidsvoorwaardelijke aanpassing van de pensioenregeling zoals onder andere de afspraken over invaren, de afspraken over het inzetten van pensioenvermogen voor compensatie en vulling van een eventuele solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, de afspraken over adequate en (kostenneutrale) compensatie en de verantwoording van de evenwichtigheid van al deze afspraken. Ook afspraken over invulling van het Partner- en wezenpensioen worden opgenomen in het transitieplan.
1. Doelstelling transitie
Om de overgang naar het nieuwe stelsel op een goede manier te kunnen verantwoorden, is het van belang om de huidige pensioenregeling inclusief aanvullende (vrijwillige) regelingen te beschrijven. De doelstellingen van sociale partners bij de transitie zijn een belangrijk onderdeel van het transitieplan. Onder andere koopkrachtbehoud en de hoogte van de premie kunnen hierbij belangrijke onderwerpen zijn. Uiteindelijk moet op basis van kwantitatieve maatstaven zijn aangetoond of de doelstellingen met de gemaakte afspraken bereikt worden.
2. Keuze pensioenregeling
Een belangrijke keuze die sociale partners moeten maken is die tussen een solidaire of een flexibele premieregeling. De overwegingen en doelstellingen die hieraan ten grondslag liggen, moeten in het transitieplan worden opgenomen. Denk daarbij bijvoorbeeld ook aan resultaten van een deelnemersonderzoek.
Ook moet duidelijk zijn wat de consequenties zijn van de keuzes die gemaakt – voor zowel de huidige medewerkers als de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden. De keuze voor een bepaalde premieregeling brengt verder aanvullende keuzes met zich mee over het vormen van eventuele reserves en aanvullende regelingen. Ook deze keuzes moeten vastgelegd worden.
3. Invaren bij pensioenfondsen
Wijziging van de pensioenregeling heeft in principe geen gevolgen voor de opgebouwde pensioenen. De Wtp heeft het begrip “invaren” geïntroduceerd. Dat wil zeggen het omzetten van opgebouwde pensioenen onder het huidige pensioenstelsel naar kapitaal in het nieuwe pensioenstelsel. Invaren geldt als standaard. Het verzoek tot invaren moeten sociale partners bij het pensioenfonds doen. Van deze standaard kunnen sociale partners afwijken. De motivatie of sociale partners wel of geen verzoek tot invaren willen doen, dient uitgebreid aan de orde te komen in het transitieplan – aangevuld met een cijfermatige analyse alsmede een onderbouwing van de evenwichtigheid van deze keuze.
Bij uitvoering van de pensioenregeling door een pensioenfonds dient het transitieplan ook een procedure te bevatten die gevolgd moet worden als de dekkingsgraad van het pensioenfonds niet meer toereikend is om aan de gemaakte afspraken te kunnen voldoen. Denk hierbij aan alternatieve afspraken of een te volgen procedure om tot een oplossing te komen in het geval deze situatie zich voordoet.
4. Nadere invulling van het gekozen contract en vermogensverdeling
Sociale partners maken afspraken over de nadere invulling van de gekozen pensioenregeling. Denk hierbij aan de wijze van vulling van de solidariteits- of risicodelingsreserve – mocht dit deel uitmaken van de gemaakte afspraken. Ook maken sociale partners afspraken over de prioritering van de doelstelling bij de vermogensverdeling.
5. Effecten van overgang naar de nieuwe pensioenregeling (transitie-effecten)
De gevolgen van de keuzes die sociale partners maken, kunnen voor verschillende leeftijdsgroepen anders uitvallen. Hierin moet door middel van wettelijk voorgeschreven berekeningen inzicht worden gegeven per leeftijdsgroep. De doelstelling die ten grondslag ligt aan de gemaakte keuzes en de kwantitatieve maatstaven die hierbij gehanteerd worden, moeten in het transitieplan komen te staan. De manier van het berekenen van de transitie-effecten, is wettelijk voorgeschreven. De netto-profijteffecten en de pensioenverwachtingen van de overgang naar de gewijzigde pensioenregeling, moeten in beeld zijn gebracht.
6. Compensatie
Het afschaffen van de doorsneesystematiek kan er toe leiden dat voor verschillende groepen de toekomstige pensioenuitkomsten lager zijn dan verwacht was op basis van huidige pensioenregeling. van de doorsneesystematiek kan er toe leiden dat voor verschillende groepen de toekomstige pensioenuitkomsten lager zijn dan verwacht was op basis van huidige pensioenregeling.
Afhankelijk van de transitie-effecten kunnen sociale partners vaststellen of er voor bepaalde leeftijdscohorten sprake is van een onevenredig nadeel. Zo ja, dan dienen sociale partners hiervoor een compensatieregeling vorm te geven. Een andere mogelijkheid is om de afspraken over het pensioencontract aan te passen. Een van de voorwaarden bij de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel is dat er sprake moet zijn van adequate en kostenneutrale compensatie.
Een werkgever die vóór 1 juli 2023 een beschikbare premieregeling heeft met een leeftijdsafhankelijke premie of een middelloonregeling bij een verzekeraar, kan gebruik maken van het overgangsrecht. Hierbij blijft voor bestaande medewerkers een leeftijdsafhankelijke premie van toepassing. Voor nieuwe medewerkers geldt een leeftijdsonafhankelijke premie. Dit moet uiterlijk per 1 januari 2028 geëffectueerd zijn.
Pensioenregelingen zonder actieve opbouw hoeven niet aangepast te worden naar de Wtp. Ook daarvoor is dus geen transitieplan nodig.
Wat moet er allemaal gebeuren voordat u het transitieplan kunt opstellen? Hoelang duren de verschillende stappen? We hebben dit voor u op een rij gezet in de routekaart Wet toekomst pensioenen.
Niets missen? Abonneer je op dit onderwerp en ontvang nieuwe artikelen automatisch in jouw persoonlijke overzicht!
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail