Het Centraal Planbureau (CPB) publiceerde op Prinsjesdag de Macro Economische Verkenning (MEV) 2027. Het betreft een actualisatie van het concept dat in augustus is gepubliceerd (de cMEV). Met deze ramingen geeft het CPB een nieuw beeld van de economische ontwikkelingen in 2026 en 2027. Belangrijke informatie voor werkgevers, zeker met het oog op de voorbereiding van arbeidsvoorwaardenonderhandelingen.
Dit zijn de belangrijkste bevindingen voor werkgevers op een rijtje:
• de economie blijft groeien in 2026 en 2027, maar gematigd
• inflatie valt hoger uit dan eerder verwacht, rond de 3% per jaar
• de geraamde loongroei loopt weer op, rond de 4% per jaar
• de koopkracht stijgt licht in 2026 dankzij loongroei, lichte daling in 2027
• arbeidsmarkt blijft krap, ondanks afnemende werkgelegenheid
• arbeidsproductiviteit groeit relatief sterk (wel minder dan de lonen)
• overheidsfinanciën verslechteren en lasten voor bedrijven nemen toe
• inschatting indexatie wettelijk minimumloon per 1 januari 2027.
Klik op de afbeelding om MEV 2027 als pdf te bekijken of te downloaden.
De Nederlandse economie blijkt ondanks de internationale onrust veerkrachtig. Het CPB verwacht dat de Nederlandse economie in 2026 met 1,4% groeit en in 2027 met 1,2%. Daarmee blijft de economische groei gematigd. De economische groei is breed gedragen, dat wil zeggen dat alle categorieën eraan bijdragen: de uitvoer groeit, investeringen nemen toe, de overheid geeft meer uit en huishoudens beschikken over financiële buffers waardoor de consumptie blijft stijgen.
Voor 2027 is de verwachting iets positiever dan in maart, toen het CPB nog uitging van 1,1% groei. Daar staat tegenover dat het economische beeld onzeker is. Internationale risico’s, zoals nieuwe handelsbelemmeringen en mogelijke onrust op financiële markten, kunnen ertoe leiden dat de groei lager uitvalt.
Voor werkgevers blijft het daarom belangrijk om bij investerings- en arbeidsvoorwaardelijke keuzes rekening te houden met verschillende scenario’s en met de specifieke situatie van onderneming of sector.
Inflatie valt hoger uit dan eerder verwacht, rond de 3% per jaar
De opvallendste verandering in de nieuwe raming is de inflatie. Het CPB verwacht nu een consumentenprijsinflatie van 3,3% in 2026 en 2,7% in 2027. In het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart werd nog gerekend op 2,3% respectievelijk 2,1%.
De belangrijkste verklaring is de stijging van de energie- en brandstofprijzen. Deze werken de komende periode bovendien door in de prijzen van onder meer voedsel en andere producten, is de verwachting. Ook hier geldt dat de ontwikkeling van energieprijzen uitzonderlijk onzeker is en daarmee de inflatieverwachtingen.
De afgeleide inflatie is naar verwachting 2,9% in 2026 en 2,7% in 2027. De afgeleide inflatie wordt vaak gebruikt bij cao-onderhandelingen, omdat deze de prijsontwikkeling door fiscale overheidsmaatregelen (bijvoorbeeld btw en accijns) buiten beschouwing laat. Daarmee wordt voorkomen dat de rekening van het kabinetsbeleid wordt doorgeschoven naar werkgevers.
De geraamde loongroei loopt weer op, rond de 4% per jaar
Ook relevant voor werkgevers is dat het CPB de loonraming naar boven heeft bijgesteld. Voor de marktsector verwacht het CPB nu een cao-loonstijging van 4,3% in 2026 en 3,8% in 2027. In maart ging het nog uit van 4,0% respectievelijk 3,5%. De loonvoet bij bedrijven, waarin naast cao-lonen ook incidentele loonontwikkeling en werkgeverslasten meetellen, stijgt volgens de raming met 4,5% in 2026 en 4,4% in 2027.
De loongroei vlakt geleidelijk af, maar blijft hoog vergeleken met de periode vóór 2022. Dit komt door een krappe arbeidsmarkt en hardnekkig hoge inflatie. Ondanks afnemende loongroei en hogere inflatie blijven de reële lonen stijgen in 2026 en 2027. Dat wil zeggen dat de cao-loongroei hoger is dan de inflatie.
De koopkracht stijgt licht in 2026 dankzij loongroei, lichte daling in 2027
De koopkracht blijft ondanks de hogere inflatie op peil, maar groeit minder dan eerder verwacht. Het CPB verwacht nu dat de mediane koopkracht in 2026 met 0,6% stijgt en in 2027 met 0,1% daalt. In beide jaren stijgen de lonen meer dan de inflatie, maar in 2027 zorgt de lastenverzwaring in box 1 voor een lichte daling van de koopkracht. Die lastenverzwaring blijft in de miljoenennota grotendeels staan, ondanks lastenverlichtende maatregelen, waaronder verhoging van de arbeidskorting en verlaging van de geplande verhoging van het tarief in de eerste en tweede schijf.
Voor werkgevers en cao-partijen is een belangrijke nuance op zijn plaats. Koopkracht wordt niet alleen bepaald door het loon dat een werkgever betaalt. Ook inflatie, belastingen, toeslagen, pensioenen en andere overheidsmaatregelen spelen een belangrijke rol. Het koopkrachtcijfer kan daarom niet één-op-één worden vertaald naar de benodigde loonstijging in een cao.
AWVN ondersteunt de constatering van het CPB dat generieke koopkrachtsteun niet past bij de energieschok. Investeren in verduurzaming is verstandiger. Huishoudens met een lager inkomen zijn kwetsbaarder bij hogere brandstof- en energieprijzen. Gerichte steunmaatregelen zijn dan ook effectiever dan generieke maatregelen. Toch heeft het kabinet in de miljoenennota 2027 besloten om de verlaging van de dieselaccijns met een jaar te verlengen. Dit leidt tot een lagere inflatie en heeft een positief effect op de koopkracht.
Arbeidsmarkt blijft krap, ondanks afnemende werkgelegenheid
In de ramingsjaren zet de daling van de werkgelegenheid door. De groei van het aantal mensen dat werkt of op zoek is naar werk vlakt ook af. De oploop van de werkloosheid is dan ook beperkt: van 3,9% in 2026 naar 4,0% in 2027. In maart rekende het CPB nog op respectievelijk 4,1% en 4,3%.
Het CPB constateert dat de spanning op de arbeidsmarkt inmiddels wel is afgenomen: het aantal vacatures is teruggelopen en ligt niet langer boven het aantal werklozen. Maar van een ruime arbeidsmarkt is nog altijd geen sprake. Voor werkgevers betekent dit dat personeelsschaarste in veel sectoren waarschijnlijk een belangrijk vraagstuk blijft. De ruimte om knelpunten uitsluitend via extra personeel op te lossen, blijft daarmee beperkt.
Arbeidsproductiviteit groeit relatief sterk (wel minder dan de lonen)
Tegenover de daling van de werkgelegenheid (in uren) staat een relatief sterke stijging van de arbeidsproductiviteit. Het CPB raamt de productiviteitsgroei bij bedrijven op 2,5% in 2026 en 1,2% in 2027. Dat is relevant omdat productiviteitsontwikkeling uiteindelijk een belangrijke basis vormt voor duurzame loon- en welvaartsgroei. Zeker bij een arbeidsmarkt die structureel krap blijft, wordt het belangrijker om economische groei niet alleen uit meer gewerkte uren te halen, maar vooral uit slimmer en productiever werken.
Arbeidsproductiviteitsgroei vormt op de lange termijn de belangrijkste economische basis voor duurzame reële loongroei. Voor werkgevers onderstreept dit het belang van investeringen in technologie, innovatie, vaardigheden en organisatie van werk. Zeker bij arbeidsvoorwaardenonderhandelingen is het daarom verstandig niet uitsluitend naar loon te kijken, maar ook naar afspraken die de inzetbaarheid van medewerkers en productiviteit op langere termijn kunnen versterken.
Overheidsfinanciën verslechteren en lasten voor bedrijven nemen toe
De overheidsuitgaven aan onder meer defensie, sociale zekerheid en rente nemen toe. Het kabinet verhoogt tegelijkertijd de lasten voor huishoudens en bedrijven. Voor bedrijven gaat het onder andere om een verhoging van de Aof-premie. Voor werkgevers is daarom niet alleen de loonontwikkeling relevant voor de ontwikkeling van de totale arbeidskosten. Ook wijzigingen in werkgeverspremies en andere lasten moeten worden meegenomen.
Inschatting indexatie wettelijk minimumloon per 1 januari 2027
Nu de cao-loonraming is gepubliceerd, kan een inschatting worden gemaakt voor de halfjaarlijkse indexatie van het wettelijk minimumloon (de eerste is op 1 januari 2027). Naar verwachting zal deze ongeveer 2,05% bedragen. Dit betekent dat het bruto minimumuurloon zal stijgen van € 14,99 naar ongeveer € 15,30 per uur. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal de indexatie over enkele weken officieel bekendmaken.
Conclusie: economie veerkrachtig, maar beeld verslechtert, onzekerheid groot
De nieuwe CPB-raming laat een economie zien die veerkrachtiger is dan de internationale omstandigheden in eerste instantie doen vermoeden. De economische groei blijft positief en de werkloosheid laag. Tegelijkertijd is het beeld sinds maart op een belangrijk punt verslechterd: hogere energieprijzen zorgen voor meer inflatie, minder koopkracht en hogere nominale loonstijgingen.
Zowel de geopolitieke situatie als de minderheidsstatus van het kabinet zorgen voor een verhoogde onzekerheid rond de raming. Juist de brandstof- en energieprijzen, die een groot deel van de bijstelling sinds maart verklaren, hangen sterk af van internationale ontwikkelingen. Ook handelsconflicten en financiële onrust kunnen de ramingen beïnvloeden.
Voor werkgevers betekent dit dat de nieuwste cijfers waardevolle input bieden, maar slechts één onderdeel vormen van de afweging. De economische situatie, productiviteitsontwikkeling, concurrentiepositie en financiële draagkracht van de eigen onderneming of sector blijven minstens zo belangrijk.
Ook interessant
Onlinesessie
Hervorming arbeidsmarkt
Webinar Wet meer zekerheid flexwerkers: wat betekent dit voor werkgevers?
Op 28 oktober 2026, Webinar Wet meer zekerheid flexwerkers: wat betekent dit voor werkgevers?
cursus
Ongewenst gedrag
Grensoverschrijdend gedrag
Als werkgever wilt u zorgen voor een veilig en gezond werkklimaat en dus uw beleid op orde hebben. Daarom heeft AWVN de cursus ′Grensoverschrijdend gedrag' ontwikkeld. Op 1 oktober 2026.
AWVN kent verschillende digitale nieuwsbrieven.
Alle nieuwsbrieven zijn gratis, en geschikt voor werkgevers en alle (aankomende) HR-professionals van Nederland.
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail