Logo AWVN
16 oktober 2026

Verdwijnt de personeelskorting? Bereid je in elk geval voor op dit kabinetsvoornemen

Door de dreigende afschaffing van de personeelskorting is het verstandig voor werkgevers om alternatieven in kaart te brengen en de consequenties te schetsen. 
Blog arbeidsrechtHet was al eerder dit jaar aangekondigd, en in de Prinsjesdagplannen (of beter: het belastingplan 2027) werd het als zekerheidje gepresenteerd: de zogeheten gerichte vrijstelling voor korting op branche-eigen producten (‘personeelskorting’) wordt per 1 januari 2027 afgeschaft.

Inmiddels is daar het nodige protest tegen op gang gekomen: zo is het tot eind oktober mogelijk een petitie te ondertekenen die als doel heeft de regeling te behouden – een gezamenlijk initiatief van ‘werknemers en werkgevers in de retail-, reis-, cultuur-, horeca-, textiel- en gastvrijheidssector’.  Deze opvallende alliantie biedt de petitie, die inmiddels meer dan 21.000 keer is ondertekend, de Tweede Kamer aan, die in november over het onderwerp gaat debatteren. Ook komt er steun uit onverwachte hoek. Een aantal politieke partijen die aanvankelijk voor afschaffing waren, onder meer SGP, VVD en CDA, zijn kennelijk geschrokken van de gevolgen ervan (zie FD van 13 oktober: “Kamer schrikt van eigen plan om personeelskorting af te schaffen”).

Niet het hele bedrijfsleven maakt gebruik van de vrijstellingsregeling, maar daar waar dat wel het geval is, geldt het als een interessante – en misschien na het salaris wel als dé belangrijkste – arbeidsvoorwaarde. De regeling maakt het werkgevers mogelijk 20% korting te geven op zogeheten ‘branche-eigen’ producten. Werknemers kunnen tot 500 euro per jaar een product of dienst van de werkgever met reductie afnemen, zonder dat over dat personeelskortingsbedrag loonbelasting verschuldigd is. Voorbeelden: een modewinkel die werknemers korting geeft op kleding, een hypotheekadviseur die werknemers korting geeft op hypotheekadvies, een supermarkt die werknemers korting verleent op hun huishoudelijke inkopen.

Voor de administrateurs is het afschaffen van de personeelskortingsregeling in eerste instantie een taakverlichting, en het kabinet presenteert de ingreep (die naar verluidt vanaf 2027 zo’n 125 miljoen moet opleveren) dan ook als een maatregel om de regeldruk te verminderen. Omdat de huidige regels voorschrijven dat bij verkoop aan eigen personeel de korting maximaal 20% mag bedragen en dat het per medewerker om maximaal 500 euro per jaar mag gaan, moet dat heel goed worden bijgehouden. Vanaf 1 januari hoeft dat dus niet meer. Tenminste, als de werkgever de regeling helemaal laat vervallen. Maar er zit ook nog een lelijk addertje onder het gras: de personeelskorting is vaak opgenomen in een cao of in een arbeidsvoorwaardenreglement (avr). Daar wordt het dan ook spannend, omdat een werknemer van een recht in de cao of avr gebruik zal willen en kunnen maken.

Het is in dit stadium dan ook zeker niet onverstandig om alternatieven in kaart te brengen en de consequenties te schetsen. Wat zijn die alternatieven?

De eerste is om de regeling in stand te houden door gebruik te maken van de vrije ruimte in de Werkkostenregeling (WKR). Administratief-technisch een koud kunstje, want het komt gewoon bij de reguliere administratie van de vrije ruimte – inderdaad dus een gevalletje regeldrukreductie, omdat niet meer op werknemersniveau bijgehouden hoeft te worden hoe hoog de korting is. Wel zijn discussies met de Belastingdienst te verwachten als het gaat om het vaststellen van de waarde in het economisch verkeer van het product. Dat zorgt bij werkgevers dan weer voor een verhoging van de administratieve lasten en dito uitvoeringscapaciteit bij de Belastingdienst. Én: biedt de vrije ruimte daarvoor wel voldoende soelaas? De vrije ruimte in de WKR gaat per 1 januari 2027 weliswaar iets omhoog voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom (van 2% naar 2,16%; over het meerdere daarboven blijft de vrije ruimte 1,18%), maar het beroep dat op die vrije ruimte wordt gedaan, neemt dan natuurlijk sterk toe.

Een tweede optie is om de kortingsregeling te handhaven, maar om de verleende korting als belast loon te verwerken op de loonstrook van de werknemer. De werknemer betaalt dan belasting over de korting, maar heeft nog steeds een voordeeltje. Kleiner dan eerst – maar ook een kleine korting blijft een korting….

Als instandhouding van de gerichte vrijstelling via de WKR of het voordeel verlonen bij de werknemer, geen serieuze optie is voor een werkgever, wacht een ander scenario. Er is, als de plannen doorgaan, sprake van een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden – zeker als de personeelskorting is vastgelegd in de cao of een avr. Ook al is die verslechtering door de wetgever opgelegd, de werkgever kan de arbeidsvoorwaarde uit de cao of avr niet simpelweg negeren. Dan ligt voor de hand dat werknemers en hun vertegenwoordigers (OR, vakbond) zullen aandringen op een vorm van compensatie.
Tijdens nieuwe onderhandelingen over de cao of avr zal ongetwijfeld de vraag aan de orde komen hoe de werkgever dit verlies aan koopkracht van de werknemer denkt te vergoeden. Omdat de compensatie uit de loonruimte komt, drukt dat de ruimte voor salarisverhogingen.

Natuurlijk, je kunt het debat volgende maand in de Tweede Kamer afwachten – er zijn recent wel meer voornemens onder druk gesneuveld – maar het is aan te raden om toch even aan het rekenen te gaan en voorbereid te zijn op het kabinetsvoornemen.

Een goed begin: inventariseer hoeveel geld er nu in de gerichte vrijstelling waar naar toegaat, en vraag je af of er binnen de vrije ruimte mogelijkheden zijn (te creëren) om het ‘verlies’ op te vangen dat de medewerkers lijden? En hou daarbij in het achterhoofd dat als je als werkgever de maximale vrij ruimte overschrijdt, de gevreesde eindheffing van de Belastingdienst wacht – 80% extra over het bedrag van de overschrijding.

En kijk ook eens goed naar de bewoordingen waarin de kortingsregeling is opgenomen in cao of avr. Als daar niet een netto korting wordt toegezegd, kan het een optie zijn om de regeling in stand te houden – maar de korting als belast loon te verwerken. De werknemer heeft dan een kleiner netto voordeel dan nu, maar blijft beter af dan zijn buurman die niet bij u werkt.

Standpunt AWVN
AWVN betreurt het vervallen van de gerichte vrijstelling, met name omdat hier geen (realistische) verruiming van de vrije ruimte in de Werkkostenregeling tegenover staat. De vrijstelling wordt veel gebruikt door werkgevers in tal van branches, waar dit een belangrijke arbeidsvoorwaarde is. Korting op eigen producten geven is opgenomen in arbeidsvoorwaardelijke regelingen met een langere looptijd, zoals een cao. Daardoor kunnen veel werkgevers niet per 1 januari 2027 inspelen op de gewijzigde fiscale behandeling door de kortingsregeling aan te passen.

Deel dit artikel via: