Logo AWVN
16 juni 2026

Van zwaar naar duurzaam werk

Werkgevers hebben er alle belang bij om werk minder belastend te maken. Het helpt gezondheidsklachten, uitval en vervroegd uittreden te voorkomen. Bovendien is het de right, smart and legal thing to do. Toch lukt het veel werkgevers vaak in de praktijk niet. Waarom is zo lastig om zwaar werk te verlichten?

In dit artikel onderzoeken we waar de knelpunten zitten, welke oplossingen kansrijk zijn en hoe verschillende organisaties hiermee aan de slag zijn gegaan.

Drie adviezen voor werkgevers

1. Betrek werknemers bij het proces.
Onderzoek samen met werknemers wat hun werk zwaar maakt en wat mogelijke oplossingen zijn. Een gezamenlijke aanpak om zwaar werk te verlichten met werknemers(vertegenwoordigers) zorgt voor meer draagvlak en effectief gebruik van oplossingen. Zorg ook voor een cultuur waarin werknemers elkaar aanspreken. Leidinggevenden hebben een voorbeeldrol.

2. Geef prioriteit aan gezond en veilig werken.
Maak een strategisch doel van het verlichten van zwaar werk. Neem dit op in het jaarplan of businessplan. Hiermee draag je niet alleen uit dat gezond en veilig werken belangrijk is voor jouw organisatie, maar wordt ook budget gereserveerd. Bovendien hangt in een organisatie alles met elkaar samen, dus kan het niet anders dan dit op strategisch niveau aan te pakken.

3. Trek samen op met andere bedrijven en/of sectoren.
Wat werkt in de ene sector, is mogelijk ook een oplossing in een andere sector. Natuurlijk vraagt het aanpakken van zwaar werk om maatwerk, maar het is zinvol om ervaringen en goede praktijken met elkaar te delen, wat niet werkt of wat belemmerende factoren zijn. Oplossingen op brancheniveau aanpakken zorgt voor een gelijk speelveld tussen bedrijven en versterkt de positie richting opdrachtgevers.

Beschikbare kennis wordt niet voldoende benut

Het aanpakken van zwaar werk is essentieel voor duurzame inzetbaarheid, maar blijkt in de praktijk weerbarstig. In diverse organisaties blijkt dat arbeidsomstandigheden nauwelijks onderwerp van gesprek zijn.

Aan kennis over het onderwerp ligt het niet. Sociale partners in SPDI (AWVN, CNV, FNV) hebben de afgelopen jaren waardevolle inzichten opgedaan in de praktijk.  

Werkgevers weten vaak dan ook wel wat er op het gebied van arbeidsomstandigheden moet verbeteren om zwaar werk te verlichten, alleen wordt deze kennis niet altijd goed ontsloten en benut.

Bedrijfscontext maakt zwaar werk verlichten complex

Een belangrijke reden dat preventiebeleid niet of nauwelijks van de grond komt is dat er voor werkgevers veel andere factoren spelen die zwaarder wegen in de dagelijkse praktijk.

Zo hebben organisaties te maken met concurrentiedruk en de noodzaak om investeringen snel terug te verdienen. Investeren in arbomaatregelen levert niet altijd direct zichtbaar rendement op, waardoor het vertrouwen ontbreekt dat investeringen echt iets opleveren.

Dat kan ervoor zorgen dat organisaties eerder voor investeringen met direct resultaat kiezen. Daarnaast bestaat de vrees dat kosten stijgen en klanten daardoor afhaken, of dat niet meer aan klantwensen kan worden voldaan. De focus ligt daardoor sterk op productie en klanttevredenheid, terwijl gezondheid minder prioriteit krijgt. Het aanpassen van processen kost ook tijd en moeite, wat in een competitieve omgeving lastig vrij te maken kan zijn. In kleinere organisaties ontbreekt vaak een gestructureerde aanpak voor het continu verbeteren van arbeidsomstandigheden.

Kortom: preventie krijgt minder prioriteit doordat het moet concurreren met andere bedrijfsbelangen die als urgenter worden beschouwd en doordat de resultaten vaak onzeker, indirect of pas op langere termijn zichtbaar zijn.

Werkgevers moeten toch aan de slag

Ook al is de praktijk weerbarstig, werkgevers moeten nog steeds aan de slag met preventie. Het verlichten van zwaar werk is dan ook de right, smart en legal thing to do. Wat werkt dan wel? Vanuit de preventieagenda is het als eerste van belang om te onderzoeken wat de omstandigheden zijn die het werk zwaar maken.

Maak je als organisatie een RVU-afspraak, dan wordt verwacht dat de bezwarende werkomstandigheden van de RVU-doelgroep in kaart worden gebracht. Dit kun je gebruiken als basis om te achterhalen wat oorzaken zijn voor het zware werk in deze functies. Onderzoek daarbij of de oorzaken in het werk zelf zitten of dat er (ook) andere factoren zijn die belemmerend werken. Denk aan concurrentieposities, aanbestedingen of ontwerp van processen, materiaal en materieel die onvoldoende rekening houden met belasting.

Daarnaast is het goed om in kaart te brengen wat er al is gedaan om zwaar werk te verlichten en wat het effect hiervan was. Bijvoorbeeld in de RI&E (en plan van aanpak), Arbocatalogus, richtlijnen, en andere arbo-instrumenten. Evalueer wat je hiervan kunt leren. Wat is succesvol en wat niet en waarom? Doe dit op team-, afdelings- en organisatieniveau. Achterhaal dit eventueel ook op brancheniveau.

AWVN waarschuwt voor overmatig gebruik ‘ontziemaatregelen’

Uit onderzoek van AWVN blijkt dat bijna overal op de werkvloer zogenaamde ontziemaatregelen worden toegepast. Hiermee worden regelingen bedoeld om oudere werknemers te ontzien zoals extra verlofdagen, generatiepactregelingen en roosteraanpassingen. AWVN waarschuwt voor overmatig gebruik van deze regelingen, want die zijn bedoeld als laatste optie, voor als medewerkers het werk niet volhouden.

Ook zijn dit soort regelingen kostbaar, niet in lijn met de grote behoefte aan personeel en hebben zij als negatief effect dat er een groter beroep wordt gedaan op overige werknemers. Die moeten bijvoorbeeld extra nachtdiensten draaien omdat ouderen dat juist niet hoeven. AWVN roept daarom op om ontziemaatregelen als laatste optie in te zetten.

Zoek naar oplossingen en tref maatregelen om zwaar werk te verlichten

Zwaar werk verlichten heeft het meeste succes als je dit kunt aanpakken bij de bron. Bijvoorbeeld door het vervangen van een schadelijke stof door een veiliger alternatief, zware materialen te vervangen door lichtere materialen of door werkmethoden aan te passen. Lukt dit niet (voldoende), of is het redelijkerwijs niet mogelijk, dan is de volgende stap om te zoeken naar beschermende maatregelen op bedrijfsniveau. Bijvoorbeeld door een machine met geluidsoverlast te verplaatsen, over te stappen naar mechanisch tillen, of te zorgen voor betere ventilatie of klimaatbeheersing.

Wanneer de maatregelen op bedrijfsniveau niet voldoen, kan er verder worden gezocht naar mogelijkheden om individuele maatregelen te treffen. Denk bijvoorbeeld aan taakroulatie waarbij zware en lichte werkzaamheden worden afgewisseld, het werk anders organiseren, werktijden aanpassen en tilgewicht beperken.

Blijven er nog steeds risico’s bestaan dan kan gedacht worden aan het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s), zoals gehoorbescherming, veiligheidshelmen en schoenen, (las)brillen en beschermende kleding en handschoenen. Hierbij is het belangrijk dat werknemers instructie krijgen over het gebruik en dat er op wordt toegezien dat men de pbm’s gebruikt.

Wat doen andere bedrijven?

Het bevorderen van duurzame inzetbaarheid is voor alle medewerkers belangrijk, maar heeft voor werknemers die zwaar werk verrichten prioriteit. Het streven is dat vervroegd uittreden uiteindelijk niet meer nodig zal zijn. Hieronder vind je twee mooie voorbeelden van hoe Ikea en PostNL bezig zijn met het lichter maken van zwaar werk.

Lees ook het vorige artikel uit deze serie

Deel dit artikel via: