Logo AWVN
Zzp
15 mei 2026

Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen door Tweede Kamer

Op 12 mei is in de Tweede Kamer de Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen. Deze wet heeft als doel om meer zekerheid te bieden voor werknemers met een tijdelijk contract of andere flexibele vormen en het concurrentieverschil tussen flexibele arbeid en het vaste contract te verkleinen.

AWVN: Tijd om ook het vaste contract soepeler te maken

De afspraken rondom flexwerk zijn in 2023 gemaakt door kabinet, vakbonden en werkgevers als onderdeel van de hervorming van de arbeidsmarkt. AWVN vindt het uitstekend dat de afspraak wordt uitgevoerd. Afspraak is immers afspraak. Wel vindt AWVN dat daar iets tegenover moet staan.
“Het is verrassend dat er naast het vaster maken van flex nog niet is gewerkt aan het soepeler maken van het vaste dienstverband. Daar zijn destijds namelijk ook afspraken over gemaakt”, vertelt woordvoerder Jannes van der Velde. Volgens hem zijn die afspraken hard nodig. “Werkgevers hebben belang bij een flexibele schil, zodat ze bijvoorbeeld kunnen op- of afschalen. Wat ons betreft is het een logisch vervolg dat er nu wordt gewerkt aan maatregelen waarmee je die flexibele schil makkelijker in stand kunt houden.”
AWVN is geen voorstander van een arbeidsmarkt waarin je zomaar iemand op straat kunt zetten. “Maar het Nederlands arbeidscontract is wel erg vast. Zo is de ontslagprocedure nu heel ingewikkeld, langdurig en duur. Daar liggen wat ons betreft kansen om het vaste contract soepeler en leniger te maken.”
Luister het interview hier terug (13-05-2026, vanaf 07:45).

In het wetsvoorstel wordt onder andere de omzetting van het nulurencontract (oproepcontract) naar een zogenaamd bandbreedtecontract geregeld. Daarnaast worden de mogelijkheden gewijzigd om bij cao af te wijken van de ketenregeling en het opvolgend werkgeverschap. Ook wordt de tussenpoos van 6 maanden in de ketenregeling vervangen door een administratieve vervaltermijn van 3 jaar.

Er gelden uitzonderingen voor scholieren, studenten en AOW-gerechtigden. Ook wordt geregeld dat uitzendkrachten recht hebben op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden ten opzichte van de werknemers van de inlener en krijgt de minister de mogelijkheid om in te grijpen als er sprake van structurele onderbetaling in de uitzendsector.

Eerste Kamer

Als het wetsvoorstel ook wordt aangenomen door de Eerste Kamer zullen de voorgestelde maatregelen per 1 januari 2028 in werking treden. Voor de gelijkwaardige beloning van uitzendkrachten geldt dat de maatregelen al per 1 januari 2027 in werking treden. De voorgestelde maatregelen vragen niet alleen tijdige aanpassing van arbeidsovereenkomsten en cao’s, maar ook een bredere afweging over het werken met flexibele arbeid in de onderneming.

Meer informatie over de voorgestelde wijzigingen en het verdere verloop van het wetstraject volgt.

Deel dit artikel via: