Logo AWVN
11 maart 2026

Pensioentransitie afgerond? Nieuwe maatregelen dienen zich aan

Loopt u als werkgever op schema met de implementatie van het pensioenakkoord en de Wet toekomst pensioenen? Dan is het verleidelijk te denken dat de grootste veranderingen achter de rug zijn. Toch is die conclusie waarschijnlijk te voorbarig.

In het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ staan namelijk twee nieuwe maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor uw pensioenregeling. Het is verstandig om deze ontwikkelingen tijdig in beeld te hebben.

Levensverwachting direct koppelen aan AOW-leeftijd

Het nieuwe kabinet wil de stijging van de levensverwachting vanaf 2033 volledig koppelen aan de AOW-leeftijd. Daarmee zou een toename van de levensverwachting één-op-één worden vertaald naar een hogere AOW-leeftijd.

Op zichzelf lijkt een dergelijke koppeling logisch. Tegelijkertijd is de AOW-leeftijd al jarenlang een maatschappelijk gevoelig onderwerp. Bij het sluiten van het huidige pensioenakkoord hebben vakorganisaties zich nadrukkelijk ingezet voor een gematigder stijging.

Op dit moment stijgt de AOW-leeftijd met acht maanden wanneer de levensverwachting van de Nederlandse bevolking met één jaar toeneemt. De voorgestelde wijziging kan de discussie opnieuw aanwakkeren. In het arbeidsvoorwaardenoverleg kan dit ertoe leiden dat het thema ‘eerder stoppen bij zware beroepen’ nadrukkelijker op tafel komt. De financiële gevolgen daarvan kunnen uiteindelijk bij werkgevers terechtkomen.

In de Pensioenflits van 20 maart neemt pensioenadviseur Leon Mooijman u mee in actuele pensioenthema’s. We bespreken onder meer het kabinetsvoornemen om de aftoppingsgrens nog zes jaar te bevriezen en de ontwikkeling van de AOW-leeftijd.

Ook gaan we in op de voortgang van de aanpassing van beschikbare premieregelingen aan de nieuwe wetgeving. Wilt u weer helemaal op de hoogte zijn?

Meld u aan

Aftoppingsgrens zes jaar bevroren

Een tweede maatregel met direct effect op pensioenregelingen is het voornemen om de aftoppingsgrens de komende zes jaar niet te verhogen.

Op dit moment zijn pensioenpremies boven 137.800 euro fiscaal niet aftrekbaar. Dit bedrag is al twee jaar bevroren. Wanneer de grens nog eens zes jaar niet wordt geïndexeerd, daalt de reële waarde aanzienlijk. Bij een inflatie van 2,5 procent per jaar komt dit – omgerekend naar euro’s van nu – neer op ongeveer 113.000 euro over zes jaar.

Voor een groeiende groep hogere inkomens vindt over een deel van het salaris geen pensioenopbouw plaats. Het salaris boven de aftoppingsgrens telt niet mee. De afgelopen twee jaar heeft het bevriezen van de aftoppingsgrens in het arbeidsvoorwaardenoverleg relatief weinig onrust veroorzaakt. Als de bevriezing langer aanhoudt, ligt dat minder voor de hand. Werknemers in deze salarisgroepen zullen naar verwachting compensatie verlangen, ten minste ter hoogte van het werkgeversdeel van de vlakke premie.

Een vergelijkbare discussie speelde bij de invoering van de aftoppingsgrens van €100.000. Destijds zijn werknemers met een hoger salaris gecompenseerd en zijn aanvullende voorzieningen getroffen, onder meer voor nabestaanden. Het ligt voor de hand dat deze discussies opnieuw gevoerd zullen worden als de huidige maatregel wordt doorgezet.

Onderneem tijdig actie

De voorgestelde maatregelen zijn nog niet definitief, maar kunnen duidelijke gevolgen hebben voor pensioenregelingen en arbeidsvoorwaarden. Voor werkgevers is het daarom belangrijk om deze ontwikkelingen niet alleen te volgen, maar ook tijdig te beoordelen wat ze kunnen betekenen voor de eigen organisatie.

AWVN volgt de wetgeving en de politieke ontwikkelingen rond pensioenen en arbeidsvoorwaarden op de voet. Zo weet u wat er speelt, en kunt u tijdig anticiperen wanneer dat nodig is.

Deel dit artikel via: