Het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf) financiert de WW-uitkeringen van marktwerkgevers. Als gevolg van de Wab zijn er vanaf 1 januari 2020 twee premietarieven binnen het Awf: een laag tarief voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief voor flexibele dienstverbanden.
Om te voorkomen dat contracten die aan de voorwaarden van de lage premie toch als flexibele arbeid worden ingezet (denk aan vaste contracten), zijn er bepaalde uitzonderingen opgenomen. Bij deze uitzonderingen, zogeheten herzieningssituaties, draagt de werkgever met terugwerkende kracht alsnog de hoge premie af. Eén van deze situaties is als een werknemer binnen een kalenderjaar 30 procent of meer uren overwerkt. Deze uitzondering was vanwege de coronacrisis voor de jaren 2020 en 2021 opgeschort, maar is sinds 2022 weer van kracht.
Het lage tarief voor 2025 is voorlopig vastgesteld op 2,74 procent (nu 2,64 procent). Het hoge tarief is voorlopig vastgesteld op 7,74 procent (nu 7,64 procent). De gemiddelde Awf-werkgeverspremie voor 2025 bedraagt 3,89 procent. De definitieve vaststelling van de Awf-premie vindt plaats in oktober.
Overheidswerkgevers betalen geen WW-premie, maar zijn eigenrisicodrager voor de WW. Zij betalen een Ufo-premie (uitvoeringsfonds voor de overheid). Deze premie blijft ten opzichte van 2024 ongewijzigd en bedraagt 0,68 procent.