Medezeggenschap: de personeelsvertegenwoordiging (PVT)

Voor ondernemingen waar in de regel meer dan 10 maar minder dan 50 personen werken, kan de werkgever als medezeggenschapsorgaan een personeelsvertegenwoordiging (PVT) instellen. De ondernemer móet dit doen als de meerderheid van het personeel daar om vraagt of als een cao een PVT voorschrijft.

 

De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) kent aan de PVT diverse rechten en faciliteiten toe, zoals het recht op informatie en het recht op instemming bij een werktijdregeling. De wettelijke rechten en faciliteiten van de PVT zijn over het algemeen minder vergaand dan die van de ondernemingsraad. Een PVT telt minimaal drie leden.

Het is niet verplicht voor de PVT een reglement te maken, ongeacht of die PVT vrijwillig of verplicht is ingesteld. Toch kan het verstandig zijn voor zowel de verkiezingen als voor de werkwijze van de PVT bepaalde regels op te stellen.

In organisaties (10 tot 50 mensen) waar geen PVT is ingesteld en waar evenmin sprake is een vrijwillig ingestelde OR, moeten ondernemer en werknemers tenminste twee keer per jaar overleg voeren over de gang van zaken in het bedrijf: de zogeheten personeelsvergadering.

  • Leidraad personeelsvertegenwoordiging van de SER

    De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft in maart 2022 een vernieuwde versie van Leidraad personeelsvertegenwoordiging gepubliceerd. Deze bevat een beschrijving van de wettelijke regeling, de regels voor de verkiezingen, de werkwijze van de pvt en het gebruik van het pvt-reglement. Voorts is er een toelichting op het modelreglement opgenomen.

0 reacties