Home / Blogs en vlogs / arbeidsrecht / In de platformeconomie is het ene platform het andere niet
donderdag 04 juli 2019

In de platformeconomie is het ene platform het andere niet

Over het werken door, voor en met een platform is een nieuwe uitspraak gedaan door de kantonrechter van Amsterdam. Ook nu weer is de zaak aangespannen door FNV in samenwerking met een schoonmaker. Het betreffende platform is Helpling, dat schoonmakers en klanten online koppelt. Net als bij de uitspraken over Deliveroo het geval was, stelt FNV dat er tussen Helpling en haar schoonmakers sprake is van een arbeidsovereenkomst – of op z’n minst een uitzendovereenkomst. Dat betekent volgens FNV dan ook dat Helpling de schoonmaak-cao zou moeten toepassen. De kantonrechter denkt hier anders over maar laat Helpling niet helemaal off the hook.Dat er sprake is van een gezagsverhouding, blijkt volgens FNV uit het dwingende format van het platform. Helpling geeft tips en adviezen aan de schoonmakers over hoe de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, screent de schoonmakers en verwijdert ze van het platform na klachten. FNV meent dat het vaststellen van de bandbreedte van het tarief, het versturen van facturen naar de klanten, het innen en betalen aan de schoonmaker na inhouding van commissie, eveneens op een gezagsverhouding wijzen. Anders dan Deliveroo is Helpling volgens FNV geen gewone werkgever die met een app haar werknemers aanstuurt, maar een uitzendbureau dat schoonmakers ter beschikking stelt aan klanten onder hun leiding en toezicht. En dat maakt meteen dat deze uitspraak niet zomaar in een reeks van uitspraken over platforms over een kam gescheerd kan worden. Hier kom ik later op terug.

In dit weblog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen.

Helpling zegt op haar beurt niet meer dan een prikbord te zijn, waarmee ze zorgt dat er tussen klant en schoonmaker een dienstverleningsovereenkomst tot stand komt. Dit betekent dat er een arbeidsovereenkomst ontstaat onder de Regeling Dienstverlening aan huis. De schoonmakers maken immers niet namens Helpling schoon; de filmpjes zijn er alleen om de schoonmakers te helpen, en het beoordelingssysteem is alleen een instrument voor de schoonmakers om zich van elkaar te onderscheiden richting klanten. En van terbeschikkingstelling is geen sprake volgens Helpling, omdat het platform geen vergoeding van de klanten ontvangt. Helpling meent geen actieve bemoeienis te hebben bij de totstandkoming van de dienstverleningsovereenkomst of de voorwaarden daarvan.

De kantonrechter meent uiteindelijk dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, en daarom ook niet van een uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers. Logischerwijze volgt dan ook dat er geen cao van toepassing kan zijn, de schoonmaker is geen werknemer in de zin van de schoonmaak-cao. Ook merkt de kantonrechter op dat Helpling niet aangemerkt kan worden als een schoonmaakbedrijf, omdat Helpling geen werkgever is die haar beroep of bedrijf maakt van het schoonmaken op de door de opdrachtgever (lees: de klant) aangegeven locatie. Inderdaad is er tussen klant en schoonmaker, aldus de kantonrechter, sprake van een arbeidsovereenkomst onder de Regeling Dienstverlening aan huis – omdat de klant het loon betaalt, het gezag uitoefent en de werkzaamheden bij de klant worden verricht. Het feit dat dit tot gevolg heeft dat er een arbeidsovereenkomst met beperkte rechten en beperkte bescherming van de werknemer ontstaat, is volgens de kantonrechter niet aan hem om te veranderen. Dat is aan de wetgever.

De actieve rol van Helpling met het door haar ingerichte platform, wijst eerder volgens de kantonrechter dat er sprake is van arbeidsbemiddeling. Dat is niks anders dan het helpen van een werkgever of werkzoekende bij het zoeken naar een arbeidskracht of werk, waarbij een arbeidsovereenkomst wordt beoogd. Volgens de kantonrechter handelt Helpling wel  in strijd met het zogeheten betaalverbod uit de WAADI, door commissie te vragen aan de schoonmakers voor de bemiddeling. Voor arbeidsbemiddeling mag van de werkzoekende geen vergoeding gevraagd worden. Helpling krijgt van de kantonrechter een maand de tijd om hier een eind te maken en haar model om te bouwen.
Tegelijkertijd meent de kantonrechter dat tussen de schoonmaker en Helpling een overeenkomst van opdracht bestaat. De schoonmaker wordt immers aangeduid als dienstverlener in de algemene voorwaarden.

Bemoeienis
Interessant aan deze uitspraak is niet zozeer het feit dat Helpling een beperkte ‘tik op de vingers’ krijgt vanwege het vragen van commissie aan de schoonmaker. Eerder lijkt de door de rechter genoemde actieve rol die Helpling middels het door haar ingerichte platform speelt, op verschillende manieren gekwalificeerd te worden.

‘De bemoeienis van Helpling bij de wijze waarop de arbeidsovereenkomst tussen de klant en de schoonmaker tot stand komt en de voorwaarden waaronder dat gebeurt’ kan niet gezien worden als een gezagsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker.
De schoonmaaktips of de tips over de omgang met klachten van een klant, de faciliteiten om facturen te versturen, de agenda te beheren, contact met de klant te hebben en de mogelijkheid om het account van de schoonmaker te blokkeren bij te veel klachten, wijzen hier niet op. Helpling heeft hiermee volgens de kantonrechter niet de bevoegdheid om de schoonmaker instructies of aanwijzingen te geven bij het uitvoeren van het werk, maar deze zaken zien alleen op het in stand houden van een betrouwbare website en geven enkel de schoonmaker faciliteiten om de werkzaamheden goed en eenvoudig af te stemmen.
De kantonrechter meent dat het logisch is dat Helpling de factuur verstuurt, omdat Helpling over de klantgegevens en de gegevens over de afspraak beschikt.
Belangrijker nog volgens de kantonrechter is dat de schoonmaker de werkzaamheden op eigen inzicht kan invullen op door hem zelf te bepalen moment, zelf de vergoeding bepaalt en zelf de instructies van de klant moet opvolgen. Het staat de schoonmaker vrij om het aanbod van de klant te accepteren of af te spreken het werk op een ander moment uit te voeren. Het staat de schoonmaker niet vrij om buiten Helpling om afspraken te maken met klanten die hij via Helpling heeft gekregen.

De bemoeienis of de actieve rol van Helpling is tegelijkertijd volgens de rechter wel bepalend voor het voldoen aan alle elementen voor de overeenkomst van opdracht, vanwege de wijze waarop partijen uitvoering geven aan de tussen hen gemaakte afspraken.
Die bemoeienis bestaat uit de regels van Helpling met betrekking tot het accepteren, wijzigen of weigeren van een opdracht, de consequenties van een (te late) wijziging of annulering en de mogelijkheid een account van een schoonmaker te pauzeren of te blokkeren. Dat de schoonmaker zelf zijn prijs kan bepalen doet hieraan niks af, want dat is ook op voorschrift van Helpling zelf. En ten slotte zorgt de bemoeienis van Helpling dat er sprake is van arbeidsbemiddeling, ook vanwege de hierboven beschreven zaken.

Anders dan Deliveroo
Dat er verschillende gedacht wordt over – ogenschijnlijk – dezelfde zaken (namelijk het werken op/via een platform) blijkt  weer uit deze uitspraak.
Met betrekking tot Deliveroo werd eerst geoordeeld dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen de bezorger en het platform, en daarna in een andere uitspraak toch weer wel. In de Helpling-zaak luidt het oordeel dat er tussen het platform en de werker geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Nu wordt er een gezagsrelatie geacht te zijn tussen klant en schoonmaker, en niet tussen platform en schoonmaker.
De termen gezag, leiding en toezicht, arbeidsbemiddeling en dienstverlening worden door elkaar gebruikt. Het uitsturen van maaltijdbezorgers voor restaurants met een app moet kennelijk anders worden beschouwd dan het uitsturen van schoonmakers aan particulieren.
Zit ’t ‘m in de duur van de werkzaamheden? De complexiteit? De spoed van het bezorgen van de maaltijden?
Ook bij Helpling is sprake van een ratingsysteem en koppeling van schoonmakers aan klanten en afhankelijkheid van het platform voor werk. De aanwezigheid van een gezagsrelatie blijkt ontzettend af te hangen van de omstandigheden van het geval, en wordt steeds moeilijker voorspelbaar.
Ja, we lijken het ongeveer wel te kunnen aanvoelen, maar kunnen er onze vinger niet precies op leggen. Wellicht is het mogelijk om straks met behulp van het algoritme van de door Wouter Koolmees en Menno Snel beloofde webmodule ter beoordeling van dienstbetrekking (zoals genoemd in de kamerbrief over werken als zelfstandige van 24 juni 2019) om hier meer over te zeggen?

Meer informatie over de uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2019:4546 (pdf)