Home / Blogs en vlogs / arbeidsrecht / Over de betrekkelijke geldigheid van een incorporatiebeding
donderdag 20 april 2017

Over de betrekkelijke geldigheid van een incorporatiebeding

Als een werkgever aan een cao gebonden is, zijn in beginsel alleen de leden van de vakbonden die de cao ondertekenen aan die cao gebonden. De werkgever moet toepassing van de cao wel aan de overige werknemers aanbieden, maar zij hoeven dit aanbod niet te aanvaarden. Om dit probleem te ondervangen, nemen werkgevers in de arbeidsovereenkomsten in het algemeen een incorporatiebeding op, waarin de cao op de arbeidsovereenkomst van toepassing wordt verklaard. Daarmee zijn dan alle werknemers die onder de werkingssfeer van de cao vallen, aan de cao gebonden.
Maar bindt het incorporatiebeding altijd? In een recente uitspraak oordeelde de kantonrechter Haarlem van niet. In de pers leidde dit tot koppen als ‘Cao Transavia niet zomaar van toepassing’ op FNV-leden (nu.nl), en ‘Werkgevers kunnen niet zomaar om FNV heen’ (AD). Wat is het geval?


In de arbeidsovereenkomsten van het grondpersoneel bij Transavia zijn de bepalingen van de cao Transavia Grondpersoneel van toepassing verklaard. Ongeveer 600 medewerkers vallen onder de werkingssfeer hiervan. De cao wordt normaliter afgesloten met de NVLT, de FNV, De Unie en CNV, die gezamenlijk zo’n 200 leden hebben. NVLT en FNV hebben ieder zo’n 40% van deze leden. Op 7 oktober 2015 is een nieuwe cao afgesloten met als looptijd 1 mei 2013 tot en met 31 december 2016. Deze cao beoogt een kostenreductie van 15%, waartoe onder meer de ADV-dagen in 2 jaar tijd van 10 naar 4 worden afgebouwd. In de cao is geen collectieve loonsverhoging overeengekomen. FNV is bij deze cao geen partij.
FNV heeft Transavia verzocht om de oude cao onverminderd te blijven toepassen op haar leden, waardoor zij alle ADV-dagen zouden behouden. Transavia heeft bij brief van 8 maart 2016 laten weten dat zij van mening is dat de nieuwe cao 2013-2016 ook de FNV-leden bindt, en dat zij (dus) gerechtigd is de gewijzigde ADV-regeling met ingang van 1 januari 2015 ook op leden van de FNV toe te passen. Vervolgens legt de FNV de zaak voor aan de kantonrechter te Haarlem.

In dit weblog informeren de advocaten en juristen van AWVN u geregeld over actuele arbeidsrechtelijke ontwikkelingen.

Kern van het geschil dat partijen verdeeld houdt, betreft de vraag welke uitleg in dit geval aan het incorporatiebeding in de arbeidsovereenkomsten moet worden gegeven. FNV bepleit dat haar leden niet hebben beoogd zich ook te binden aan een cao waarbij hun vakbond geen partij is. Transavia stelt dat het incorporatiebeding deel uitmaakt van een modelarbeidsovereenkomst die is opgesteld door cao-partijen. Er is geen enkele – objectieve – aanwijzing inhoudende dat de FNV-leden beoogd hebben zich alleen te willen binden aan toekomstige cao’s waarbij hun eigen vakbond partij is, aldus Transavia.

De kantonrechter oordeelt (…) “dat de leden van de FNV waar het hier om gaat, redelijkerwijs mochten verwachten dat eventuele toekomstige cao’s, net als de cao die zij van toepassing hebben verklaard op hun arbeidsovereenkomst door te tekenen voor het betreffende incorporatiebeding, zou worden gesloten met representatieve vakorganisaties, die beogen hun belangen te behartigen. Op het moment dat deze werknemers hebben ingestemd met toepasselijkheid van de – met name genoemde – cao die is aangegaan door representatieve vakorganisaties hebben zij te kennen gegeven dat zij gebonden willen zijn aan de afspraken die door die vakorganisaties zijn gemaakt. In de aanvaarding van het incorporatiebeding ligt niet de bedoeling besloten om ook aan een cao die met niet representatieve vakorganisaties is gesloten, gebonden te kunnen worden.”
Vervolgens komt de kantonrechter tot de conclusie dat nu de FNV geen partij meer is, er nog slechts sprake is van een representatiegraad van minder dan 10%. Hierbij telt de kantonrechter de leden van de NVLT niet mee, nu de NVLT een zogeheten categorale vakbond is waarvan alleen technici lid kunnen worden. Gelet op het lage ledenaantal van De Unie en de CNV in verhouding tot het aantal leden van de FNV, en mede in aanmerking genomen de hierboven geplaatste kanttekening ten aanzien van de NVLT, is de kantonrechter samenvattend van oordeel dat de cao 2013-2016 niet is afgesloten met vakbonden die voldoende representatief zijn voor de werknemers die vallen onder de werkingssfeer van de cao.
Het gevolg hiervan is dat FNV-leden niet op grond van het incorporatiebeding aan deze cao zijn gebonden en dat deze cao niet op hen van toepassing is. Zij kunnen dus een beroep blijven doen op de (nawerking van) de cao waaraan zij op grond van hun lidmaatschap van FNV wel gebonden waren.

Is deze redenering nieuw? Nee, dat is hij niet, maar er bestaan verschillende visies als het om de vraag gaat of de werkgever een beroep kan doen op een incorporatiebeding als er bij de cao die hij binnen zijn onderneming toepast ineens andere, of minder vakbonden zijn betrokken. Uitspraken van hogere rechters over deze materie zijn er (nog) niet. Er is over dit vraagstuk verder niet veel gepubliceerd, meningen zijn niet eenduidig.
Er valt op de uitspraak van de kantonrechter wel het een en ander af te dingen. Zo is de redenering met betrekking tot de representativiteit tamelijk arbitrair. In de wet wordt nergens de eis gesteld dat vakbonden representatief moeten zijn om een cao te kunnen afsluiten.
Ik vraag mij af wat de kantonrechter geoordeeld zou hebben als bijvoorbeeld De Unie of CNV geen partij meer was geweest, en hun leden hadden betoogd dat zij niet meer door het incorporatiebeding in hun arbeidsovereenkomst gebonden waren. Was er dan nog wel voldoende representativiteit geweest als FNV nog steeds partij was geweest? Zouden leden van CNV en De Unie niet met recht kunnen betogen dat zij niet zozeer getekend hebben voor een cao met representatieve bonden, maar veel meer voor een cao waarbij hun vakbond partij is, representatief of niet? Strikt genomen kiezen vakbondsleden overigens niet eens voor een cao door het incorporatiebeding, zij zijn immers al gebonden door hun lidmaatschap. En wat zou het oordeel geweest zijn als het niet om de FNV was gegaan, maar als willekeurige werknemers hadden betoogd dat zij geen lid waren van een vakbond, maar uitsluitend de arbeidsovereenkomst met het incorporatiebeding hadden ondertekend omdat met FNV als partij zij het idee hadden dat het wel snor zat. En nu zonder FNV als partij zij zich niet meer door het incorporatiebeding gebonden achtten?

Legt deze uitspraak nu een bom onder het cao-overleg? Niet in zijn algemeenheid. In de Transavia-uitspraak bevatte de cao alleen verslechteringen voor werknemers. Als je een cao als werknemer niet wenst te aanvaarden, verwerp je hem integraal, dus zowel de nadelige als de voordelige wijzigingen. Je zult dat dus alleen doen als je in zijn totaliteit met de nieuwe cao slechter af bent dan met behoud van de oude cao. Dat zal, zeker op de langere termijn, niet snel het geval zijn.
Het maakt het in voorkomende gevallen wel lastiger om noodzakelijke aanpassingen in een cao overeen te komen. Als de overige bonden niet meer als representatief kunnen worden beschouwd als een of meerdere andere bonden zich terugtrekken, dan zullen zij logischerwijs hun nek niet meer willen uitsteken. Hun leden worden immers wel gebonden op grond van hun lidmaatschap, terwijl de ongebonden werknemers de cao kunnen verwerpen. Het is dan ook te hopen dat een hogere rechter anders oordeelt dan de Haarlemse kantonrechter.

Link naar uitspraak