Is er sprake van een (fictief) genietingsmoment zodra een werknemer regulier salaris inruilt voor een toekomstig voordeel? De Belastingdienst vindt van wel. Dit staat in twee kennisgroepstandpunten die recent zijn gepubliceerd. Het standpunt van de Belastingdienst heeft mogelijk gevolgen voor uitruilregelingen. AWVN adviseert werkgevers hierop alert te zijn.
Veel organisaties hebben in het verleden cafetariaregelingen of andere vormen van flexibele arbeidsvoorwaarden ingevoerd en deze gaandeweg uitgebreid. De recente standpunten van de Belastingdienst zijn een aanleiding om deze regelingen opnieuw fiscaal te beoordelen.
AWVN adviseert werkgevers alert te zijn op de mogelijke gevolgen en tijdig na te gaan of bestaande uitruilafspraken risico’s met zich meebrengen. Daarmee kunnen onaangename verrassingen worden voorkomen.
Wat speelt er?
De standpunten hebben betrekking op situaties waarin werknemers regulier loon uitruilen voor deelname aan een bonusplan of een virtueel aandelenplan. De uitkering daarvan vindt pas in een later kalenderjaar plaats.
Deze constructie levert vragen op. Want is er al sprake van genoten loon zodra de werknemer afstand doet het van het reguliere loon? Of is dat pas later, bij de feitelijke uitbetaling van de bonus of uitkering uit het virtuele aandelenplan?
In de meeste uitruil- of cafetariaregelingen krijgt de werknemer meteen of later in hetzelfde jaar een andere beloning in ruil voor het ingezette budget. In dat geval ziet de Belastingdienst geen problemen. Pas als de jaargrens wordt overschreden ontstaat er volgens de Belastingdienst mogelijk een ongebruikelijke situatie.
In de loonheffingen is het ‘moment van genieten’ bepalend voor de belastingheffing. In de regel is dat het moment van uitbetaling. De wet kent echter een uitzondering: bij een ‘ongebruikelijk tijdstip’ kan een fictief genietingsmoment worden aangenomen. Daarmee wil de wetgever voorkomen dat werkgevers en werknemers loon doorschuiven naar een later jaar om belastingheffing uit te stellen of te voorkomen.
Volgens de Belastingdienst is er sprake van zo’n ongebruikelijk tijdstip bij het uitruilen van loon voor een onzekere toekomstige bonus of uitkering uit een virtueel aandelenplan. Dit betekent dat het loon waar de werknemer van afziet, direct wordt aangemerkt als genoten loon – en dus belast is.
De gevolgen hiervan zijn aanzienlijk. Volgens de Belastingdienst moet de werkgever:
Wel geldt dat het eerder al belaste bedrag in mindering gebracht mag worden bij de latere uitbetaling tot niet verder dan nihil. Er kan geen negatief loon ontstaan.
De standpunten roepen vragen op. Werkgevers worden geconfronteerd met een praktisch probleem: loonheffingen moeten worden ingehouden en afgedragen, terwijl er op dat moment geen feitelijke uitbetaling plaatsvindt. De werknemer maakt immers alleen een keuze voor een later beloningsvoordeel, maar krijgt nog niets. Dat maakt de salarisadministratie complex en kan leiden tot uitvoeringsproblemen.
Daarnaast introduceert de Belastingdienst een gebruikelijkheidstoets voor de uitruil zelf. De Belastingdienst vindt daarbij dat uitruilen over de jaargrens heen ongebruikelijk is. AWVN vindt dat deze mening grote vragen oproept.
De Belastingdienst erkent in de kennisgroepstandpunten dat een uitruil van loon voor extra verlofdagen gebruikelijk is. Wij gaan ervan uit dat dit ook geldt als de werknemer loon uitruilt om extra pensioen te sparen.
Niets missen? Abonneer je op dit onderwerp en ontvang nieuwe artikelen automatisch in jouw persoonlijke overzicht!
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail