Logo AWVN
18 maart 2026

Pseudo‑eindheffing voor fossiele leaseauto vanaf 2027

Vanaf 1 januari 2027 wordt een nieuwe zogeheten pseudo-eindheffing ingevoerd voor fossiele leaseauto’s die ook voor privédoeleinden, waaronder woon-werkverkeer, in gebruik zijn. De werkgever draagt deze heffing af, naast de eventuele bijtelling bij de werknemer vanwege het privégebruik van de auto van de zaak. Van een fossiele auto van de zaak is sprake bij een auto die niet volledig emissievrij is.

De maatregel komt uit het Belastingplan 2026 en heeft als doel te stimuleren uiteindelijk het gehele zakelijke wagenpark te verduurzamen. De wetgever heeft in kaart gebracht dat veel emissiereductiepotentieel is te halen uit personenauto’s: ongeveer de helft van de broeikasgasemissies in de mobiliteitssector is afkomstig van personenauto’s. Bovendien blijft de verkoop van elektrische personenauto’s met 58% tot 89% achter bij de ambitie van 100% emissievrije nieuwverkoop in 2030.

Vragen over deze nieuwe pseudo-eindheffing?
Neem contact op met een van onze fiscale experts:

Armand Lahaije
Hans de Vries

Hoe ziet deze werkgeversheffing uit?

De pseudo-eindheffing is vanaf 1 januari 2027 verschuldigd voor fossiele personenauto’s[1] die vanaf en na deze datum voor het eerst door de werkgever, mede voor privédoeleinden, ter beschikking worden gesteld van de werknemer. Voor de toepassing van de regeling geldt dat woon-werkverkeer als privégebruik geldt. Als u vóór 2027 een auto van de zaak ter beschikking stelde van de medewerker, dan geldt een overgangstermijn tot 17 september 2030.
Het tarief van de heffing is 12% van de waarde van de fossiele auto, dat wil zeggen de cataloguswaarde[2]. De pseudo-eindheffing is een werkgeversheffing en mag niet worden verhaald op de werknemer.

Wanneer moet de pseudo-eindheffing worden afgedragen?

De pseudo-eindheffing wordt berekend per kalendermaand. Dat geldt ook als de auto slechts een deel van de maand, bijvoorbeeld een week, aan de werknemer ter beschikking is gesteld. Als de fossiele auto slechts voor een deel van het kalenderjaar ter beschikking is gesteld, dan is de heffing niet over het hele kalenderjaar verschuldigd. De heffing over 2027 moet uiterlijk worden betaald in het tweede loonaangiftetijdvak in 2028.

Verschil met de bijtelling vanwege het privégebruik auto van de zaak

De pseudo-eindheffing fossiele auto van de zaak heeft overeenkomsten met de bijtelling vanwege het privégebruik van de auto van de zaak, bijvoorbeeld omdat voor de grondslag van de heffing aansluiting is gezocht met de bijtellingsregeling. Toch zijn het twee verschillende regelingen. Immers:

  • de werknemer die de auto van de zaak op jaarbasis in het geheel niet of voor niet meer dan 500 kilometer per jaar privé gebruikt, krijgt geen bijtelling vanwege het privégebruik van de auto van de zaak
  • voor de toepassing van de bijtellingsregeling is woon-werkverkeer zakelijk; voor de toepassing van de pseudo-eindheffing wordt het woon-werkverkeer geacht privégebruik te zijn
  • de belasting over de bijtelling betaalt de werknemer, de pseudo-eindheffing betaalt de werkgever.

Wat moet u doen?

Controleer uw leaseovereenkomsten. Als deze aflopen voor 17 september 2030, dan betaalt u geen pseudo-eindheffing. Hebben uw leaseovereenkomsten een langere looptijd, dan betaalt u pas vanaf 17 september 2030 voor de fossiele auto’s die u mede voor privégebruik aan de werknemer ter beschikking stelt. U kunt er ook voor kiezen om privégebruik van de fossiele auto van de zaak, inclusief woon-werkverkeer, vanaf 17 september 2030 niet langer toe te staan. De werknemer zal dan waarschijnlijk een compensatie van u vragen, omdat de werknemer voor de privé-ritten dan een auto moet aanschaffen.

Onbedoeld gevolg? Verduidelijking graag!

In een brandbrief vroegen zo’n twintig werkgeversorganisaties aandacht voor de grote uitvoeringsproblemen en risico’s voor werkgevers, die samenhangen met ongewenste neveneffecten van de pseudo-eindheffing. Zij wijzen erop dat bij onderhoud, reparatie of schadeherstel van de elektrische auto van de zaak de pseudo-eindheffing verschuldigd is als de garage of het schadeherstelbedrijf geen elektrische vervangende auto, maar tijdelijk een fossiele brandstofauto ter beschikking stelt. Eén dag gebruik maken van een fossiele brandstofauto leidt tot een heffing bij de werkgever over een maand. En als uw werknemer twee dagen een vervangende fossiele auto gebruikt en die dagen vallen toevallig in twee verschillende kalendermaanden (bijvoorbeeld 31 maart en 1 april), dan betaalt u voor twee maanden de eindheffing. Dat wordt dan wel een hele dure onderhoudsbeurt! Dit levert niet alleen hoge kosten van de administratie op, maar ook een potentiële kostenpost voor het Nederlands bedrijfsleven tot wel een miljard euro per jaar op. Het kan niet zo zijn dat omdat er toevallig geen elektrisch vervangend vervoer beschikbaar is of de garage nog niet de stap heeft kunnen maken naar het volledig duurzaam maken van het wagenpark, de werkgever daarvan de dupe is. Dat is ook de mening van het kabinet, dat aangeeft dat ingeval van overmacht of bijzondere omstandigheden het privé gebruiken van een fossiele auto van de zaak niet moet leiden tot een directe toepassing van de pseudo-eindheffing[3].

Een oplossing is voorhanden door de pseudo-eindheffing alleen te laten gelden voor de vaste, permanente, emissieloze auto van de zaak en niet voor het vervangend of tijdelijk fossiel vervoer (met een maximum van bijvoorbeeld een maand). De Belastingdienst heeft echter al aangegeven geen uitzonderingen op de regeling te willen toestaan.
Inmiddels heeft staatssecretaris van Financiën Eerenberg in het Commissiedebat Fiscaliteit van 11 maart 2026 toegezegd de Tweede Kamer voor de zomer te informeren over ongewenste neveneffecten van de pseudo-eindheffing voor fossiele brandstofauto’s[4].

AWVN steunt de oproep van de collega werkgeversorganisaties om de ongewenste neveneffecten van de pseudo eindheffing op te heffen.

[1] Geldt niet voor bestelauto’s, tractors en vrachtwagens. De heffing is niet verschuldigd door IB-ondernemers die aan zichzelf een fossiele ter beschikking stellen.
[2] Voor personenauto’s ouder dan 25 jaar is de grondslag de waarde in het economisch verkeer van de auto.
[3] Zie Belastingplan 2026, MvT, onderdeel 5.9 Fiscale normering markt voor voertuigen gericht op personenvervoer, pagina 65: “Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gebruikt) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden.” en noot 62: Als in geval van overmacht of bijzondere omstandigheden een dergelijke auto toch voor een enkele privékilometer wordt gebruikt, dan zou directe toepassing van de pseudo-eindheffing onevenredig uitpakken. Dat is niet de bedoeling van het kabinet. In dergelijke omstandigheden heeft deze enkele privékilometer niet direct tot gevolg dat de pseudo-eindheffing direct moet worden toegepast. Als van dergelijke kilometers sprake is, dan is het aan de werkgever om aannemelijk te maken dat sprake was van overmacht of bijzondere omstandigheden.
[4] Activiteitnummer: 2026A01040.

Deel dit artikel via: