Home / Vraag van de week

Vraag van de week

Logo AWVN-werkgeverslijnSinds 2004 hebben werknemers het recht op een rookvrije werkplek. Om rokers toch een plek te gunnen, is destijds gekozen voor een uitzondering in de vorm van rookruimtes. Het belangrijkste argument hiervoor was dat rokers de gelegenheid zouden krijgen om te roken, zonder dat zij hiermee anderen hinder of overlast bezorgen. Op 28 januari 2021 is een wijziging van de Tabaks- en rookwarenbesluit aangekondigd, waarmee de uitzondering op het rookverbod in de vorm van rookruimtes versneld wordt afgeschaft.

Maar wat moeten we precies onder een ‘rookruimte’ verstaan?

In de Tabaks- en rookwarenwet is in artikel 10 vastgelegd dat de beheerder of eigenaar van de daar genoemde gebouwen, inrichtingen en vervoersmiddelen verplicht is tot het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod. Op grond van artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b, van het Tabaks- en rookwarenbesluit geldt de verplichting tot het instellen, aanduiden en handhaven van het rookverbod uit artikel 10 eerste lid van de Tabaks- en rookwarenwet niet in afsluitbare ruimten, die voor het roken van tabaksproducten zijn aangewezen en als zodanig zijn aangeduid. In artikel 6.3 is een tweede vorm van rookruimtes omschreven als een ruimte die een zorginstelling kan aanwijzen als er meer dan een wachtruimte, kantine, recreatieruimte of soortgelijke ruimte aanwezig is.

Het gaat in dit geval om rookruimtes in de ruimten, gebouwen en inrichtingen waar werknemers hun werkzaamheden verrichten of plegen te verrichten. Er is dus sprake van een rookruimte als het gaat om een afsluitbare ruimte. Een abri is doorgaans geen afsluitbare ruimte en valt straks dus niet onder het rookverbod. Verder mag er buiten op het bedrijfsterrein of bij de ingang worden gerookt, tenzij u dit verbiedt. In dat geval moet u er wel rekening mee houden dat verstokte rokers elders gaan roken. Hierbij is het van belang om te kijken wat dat in de praktijk betekent en of u hier afspraken over moet maken.

0 reacties