Vraag
Heeft de werknemer die aanvullend geboorteverlof is overeengekomen, en dit soms (via de werkgever) al heeft aangevraagd bij het UWV, het recht om het verlof in voorkomende gevallen, zoals bijvoorbeeld bij ziekte, in te trekken of op te schorten?
Antwoord
In de wet is geen voorzienig getroffen voor het intrekken van (aanvullend) geboorteverlof, zoals dat bij ouderschapsverlof wel is gebeurd (art. 6:6 WAZO). [Toevoeging redactie, 30 november 2020: Inmiddels is daar wel een wetsvoorstel voor ingediend. Zie het nieuwsbericht van 30/11/2020] Bij het aanvullende geboorteverlof dient de werknemer bij de aanvraag (vooraf, tijdens of na het verlof) aan te geven hoeveel weken verlof deze opneemt. De inroostering daarvan hoeft niet aan het UWV doorgegeven te worden; dit kunnen werkgever en werknemer in onderling overleg vaststellen. Zo kunnen zij dat ook in onderling overleg wijzigen.
Bij ongewijzigde verlofduur hoeft niets doorgegeven te worden aan UWV. Indien de werknemer meer verlof opneemt, is geen aanvullende aanvraag voor een uitkering mogelijk. Neemt de werknemer minder verlof op dan waarvoor de UWV-subsidie is aangevraagd, dan dient de teveel ontvangen subsidie terugbetaald te worden aan UWV. De werkgever dient UWV hierover te informeren, zodat deze een herzieningsbesluit kan opstellen en de subsidie kan terugvorderen bij de ontvanger.