Logo AWVN
06 maart 2026

Pensioenkloof: waarom bouwen vrouwen doorgaans minder pensioen op dan mannen?

Internationale vrouwendag, 8 maart, draait om gelijke kansen en economische zelfstandigheid. Het debat gaat daarbij vaak over loonverschillen en doorgroeimogelijkheden. Maar wie naar financiële onafhankelijkheid op langere termijn kijkt, kan niet om het pensioen heen. Juist daar blijkt de kloof tussen mannen en vrouwen structureel.

 

Dat is opvallend, want Nederland beschikt over één van de sterkste pensioenstelsels ter wereld. In 2025 stond het Nederlandse pensioenstelsel opnieuw bovenaan in internationale vergelijkingen (Mercer CFA Institute Global Pension Index 2025). De deelname is bovendien hoog: eind 2023 bouwde ongeveer 90% van de werknemers pensioen op via de werkgever. Toch bestaan er binnen dat sterke stelsel duidelijke verschillen. Vrouwen hebben gemiddeld een lager aanvullend pensioen dan mannen.

Uit het interdepartementaal beleidsonderzoek, IBO Pensioenopbouw in balans, blijkt dat vrouwen gemiddeld minder pensioen opbouwen en vaker een financieel kwetsbare positie hebben op latere leeftijd. De belangrijkste verklaring ligt in verschillen in arbeidsduur. Volgens cijfers van het CBS werkt circa 65% van de werkende vrouwen in deeltijd, tegenover een aanzienlijk lager percentage mannen. De verschillen nemen doorgaans toe zodra stellen kinderen krijgen. Waar mannen hun arbeidsduur meestal gelijk houden, verminderen vrouwen relatief vaak hun aantal uren.

Omdat het pensioen via de werkgever direct is gekoppeld aan het salaris, leidt minder werken automatisch tot een lagere pensioenopbouw. Minder uren betekent minder premie-inleg en uiteindelijk een lager pensioen. Daarnaast verdienen vrouwen gemiddeld minder en zijn zij minder vaak vertegenwoordigd in hogere functies. Ook loopbaanonderbrekingen vanwege zorg voor kinderen of mantelzorg komen vaker bij vrouwen voor. Deze factoren versterken elkaar en werken door in (de opbouw van) het pensioenvermogen.

Internationale vrouwendag
Veertig geleden: demonstratie in Amsterdam rond het thema arbeid en inkomen op Internationale vrouwendag, 8 maart 1986. Beeld Fotocollectie Anefo – Nationaal Archief

Sociale en economische verhoudingen
De pensioenkloof moet daarom niet uitsluitend worden gezien als het gevolg van individuele keuzes. Beslissingen over werk en zorg vinden plaats binnen bestaande sociale en economische verhoudingen. Zolang het gebruikelijk blijft dat vrouwen vaker hun arbeidsduur aanpassen en mannen minder snel de zorgtaken op zich nemen, blijven verschillen in pensioenopbouw bestaan. Tegelijkertijd is het essentieel dat werknemers goed worden geïnformeerd over de financiële gevolgen van keuzes rond arbeidsduur en verlof, juist omdat de impact ervan op pensioen zich pas decennia later openbaart.

Met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel wordt het moment van premie-inleg nog belangrijker. Premies die vroeg in de loopbaan zijn ingelegd, hebben meer tijd om rendement te genereren. Minder werken in de eerste werkzame jaren kan daardoor relatief grote gevolgen hebben voor het uiteindelijke pensioen.
Hoe groot dat effect uiteindelijk is, hangt mede af van de afspraken binnen sectoren en ondernemingen. Pensioen is onderdeel van de arbeidsvoorwaarden en de manier waarop pensioenopbouw tijdens betaald en onbetaald verlof is geregeld, verschilt per cao en per pensioenregeling.

In de pensioenregeling van ABP, het fonds voor overheid en onderwijs, wordt de pensioenopbouw tijdens betaald verlof voortgezet. Ook tijdens onbetaald verlof kan de opbouw onder voorwaarden worden gecontinueerd, waarbij werkgever en werknemer afspraken maken over de premiebetaling. Zulke afspraken beperken het effect van tijdelijke arbeidsduurvermindering. In andere sectoren wordt de opbouw tijdens onbetaald verlof (deels) stopgezet of komt de premie volledig voor rekening van de werknemer. Dat maakt de uiteindelijke pensioenpositie mede-afhankelijk van collectieve afspraken.

Gebroken relatie
Ook bij scheiding speelt pensioen een rol. Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding wordt het tijdens huwelijk of geregistreerd partnerschap opgebouwde ouderdomspensioen in beginsel gelijk verdeeld tussen beide partners. Die wettelijke regeling geldt niet automatisch voor ongehuwd samenwonenden. Dat is relevant, omdat ongeveer een derde van de huwelijken eindigt in een scheiding en ook veel samenwoonrelaties worden beëindigd. Voor partners die minder hebben gewerkt en geen formele relatievorm hebben gekozen, kan dat aanzienlijke financiële consequenties hebben.

Internationale vrouwendag onderstreept daarmee dat economische zelfstandigheid niet ophoudt bij het maandelijkse salaris. Wie spreekt over gelijke kansen op de arbeidsmarkt, moet ook kijken naar gelijke zekerheid op latere leeftijd.

Deel dit artikel via: