dinsdag 08 september 2020

Adequate pensioenregeling voor payrollkrachten: 1 januari nadert

Vanaf 1 januari 2021 hebben payrollwerknemers recht op ‘een adequate pensioenregeling’. Dit is, met de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans, vastgelegd in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). In de praktijk betekent dit dat de payrollwerkgever zorg moet dragen voor een adequate pensioenregeling voor payrollkrachten.

Concreet geldt deze verplichting, als
– de werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de inlener recht hebben op een pensioenregeling, of
– de inlener geen werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst heeft, maar werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector waarin de inlener is, wél recht hebben op een pensioenregeling.

Er is in ieder geval sprake van een adequate pensioenregeling voor payrollkrachten als voor hen dezelfde basispensioenregeling geldt als voor werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de inlener – of, als die er niet zijn, voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector.

Eveneens is er sprake van een adequate pensioenregeling voor payrollkrachten als een basispensioenregeling geldt die voldoet aan de volgende eisen:
– de pensioenregeling voorziet in een ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Er kan worden gekozen voor een nabestaandenpensioen op opbouwbasis of risicobasis
– de pensioenregeling kent geen wachttijd of drempelperiode
– de totale werkgeverspremie bedraagt ten minste 14,6% van de som van de pensioengrondslag van de payrollkrachten die de werkgever ter beschikking stelt (dit percentage geldt voor 2020 en is gebaseerd op de gemiddelde werkgeverspremie in Nederland; het wordt per 1 januari van elk kalenderjaar aangepast aan de hand van de ontwikkeling van de gemiddelde werkgeverspremie die wordt afgedragen voor Nederlandse basispensioenregelingen)
– het maximumpensioengevend salaris is € 110.111 (wettelijke grens 2020, wordt jaarlijks aangepast); de franchise is gelijk aan 100/75 maal de AOW-uitkering voor gehuwde personen (fiscaal minimale franchise voor middelloonregelingen).

Wat betekent dit in de praktijk?
Tot 1 januari 2021 vallen payrollkrachten onder de verplichte pensioenregeling bij Stipp (bedrijfstakpensioenfonds voor de uitzendbranche). Met ingang van volgend jaar vervalt de verplichtstelling voor payrollbedrijven. Dat betekent dat payrollkrachten geen pensioen kunnen opbouwen bij Stipp, het verplichte pensioenfonds voor de uitzendsector.

De werkgever, het payrollbedrijf, moet dan zorgen voor een adequate pensioenregeling voor payrollkrachten. Een mogelijkheid is dat payrollbedrijven zich vrijwillig aansluiten bij het fonds van de sector of werkgever waar de payrollkrachten werken. Het is alleen de vraag of bedrijfstakpensioenfondsen willen meewerken aan vrijwillige aansluiting van payrollbedrijven. Bovendien heeft een payrollbedrijf werknemers die bij meerdere bedrijven en in meerdere sectoren werken. Dat zou betekenen dat met meerdere bedrijfstakpensioenfondsen een overeenkomst tot vrijwillige aansluiting moet worden gesloten.

Werkt de payrollkracht bij een bedrijf met een eigen pensioenregeling bij een ondernemingspensioenfonds, APF, verzekeraar of PPI? Deze bedrijven kunnen de komende tijd verzoeken van payrollbedrijven verwachten tot toetreding van de payrollkrachten tot de pensioenregeling. Deelname in de pensioenregeling ligt niet voor de hand, omdat de payrollkracht geen werknemer is in de zin van het pensioenreglement.

Als aansluiting bij een regeling van de inlener of sector niet mogelijk is, dan zal het payrollbedrijf met ingang van 1 januari 2021 zelf moeten zorgen voor een adequate pensioenregeling.

Heeft u vragen? Neem contact op met de pensioenadviseurs van AWVN.

0 reacties