Logo AWVN
03 augustus 2026

Tussenevaluatie cao-jaar 2026: eenzijdige focus op inflatie

Cover van de tussenevaluatie cao-jaar 2026.

Download de tussenevaluatie
Je moet hiervoor ingelogd zijn.

Traditiegetrouw maakt AWVN halverwege het lopende cao-seizoen de tussenbalans op. ′Inflatietrauma achtervolgt het cao-overleg′ is de titel van evaluatie van de eerste zes maanden van 2026.

Het lopende cao-jaar begon rustig: de loonafspraken bleven weliswaar op een hoog niveau, er was wel sprake van een dalende trend. Dit lag in de lijn der verwachting aangezien niet elke werkgever of sector een forse loonsverhoging kan financieren na een periode van recordloonstijgingen. Geopolitieke onrust gooide echter roet in het eten. Door de oorlog in het Midden-Oosten, waarbij ook belangrijke energievoorzieningen werden getroffen, stegen de prijzen van brandstof en dientengevolge de verwachtingen voor de inflatiecijfers. Hierdoor nam de druk aan de cao-tafels opnieuw toe en stagneerde de daling van de
loonafspraken. Hoewel de gemiddelde cao-loonafspraak met 3,3% lager ligt dan vorig jaar in dezelfde periode, bevindt deze zich historisch gezien nog altijd op een hoog niveau.

Anticiperen op mogelijke toekomstige inflatie
De eerste helft van het cao-jaar laat zien dat inflatie nog altijd de toon zet aan de cao-tafel. Cao-partijen lijken een loonstijging van circa 3% als ondergrens te hanteren. Waar cao-lonen zich normaal gesproken aanpassen aan de economische ontwikkeling, lijken loonafspraken nu steeds vaker te anticiperen op mogelijke toekomstige inflatie. Daarbij valt de keuze voornamelijk op structurele loonverhogingen, terwijl alternatieven zoals eenmalige uitkeringen, nominale verhogingen of gerichte compensatie van gestegen kosten slechts beperkt worden benut. Hierdoor dreigt het risico dat loonstijgingen zelf bijdragen aan het in
stand houden van de inflatie – met uiteindelijk ook weer gevolgen voor de koopkracht van werknemers.

Weinig vergroten, veel verdelen
Hoewel het aantal kwalitatieve afspraken ten opzichte van vorig jaar licht is toegenomen, richten deze zich vooral op onderwerpen als werk/privé-balans, mantelzorg, reservisten en de nieuwe RVU-regeling.
Investeringen die direct bijdragen aan een hogere arbeidsproductiviteit blijven daarentegen achter. Met name afspraken over een leven lang ontwikkelen, vaardigheden van de toekomst en de inzet van nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie (AI), worden maar beperkt gemaakt. Juist in een arbeidsmarkt die wordt gekenmerkt door aanhoudende krapte, vergrijzing en snelle technologische ontwikkelingen is dit een zorgelijke ontwikkeling. Om het huidige welvaartsniveau en de betaalbaarheid van loonontwikkeling voor financieel gevoelige sectoren op langere termijn te behouden, zullen cao’s nadrukkelijker moeten
bijdragen aan het vergroten van de arbeidsproductiviteit. De ambitie zou moeten zijn dat ieder cao-akkoord ten minste één afspraak bevat die aantoonbaar bijdraagt aan de productiviteit en de toekomstbestendigheid van organisaties en werknemers.

Verhoudingen behoeven aandacht
Het aantal afgesloten cao-akkoorden is op niveau, maar de kwaliteit van het cao-overleg staat onder druk. De uiteenlopende inzet van cao-partijen heeft geleid tot een recordaantal geaccepteerde eindboden, zélfs meer dan 2025 – het ‘jaar van de eindboden’. Inmiddels bestaat vier op de tien cao-akkoorden uit een geaccepteerd eindbod, het lijkt erop dat eindboden en ultimatums steeds meer de norm worden. Daarnaast dragen de kortere looptijden van de cao’s ook niet bij aan betere arbeidsverhoudingen.

Het AD besprak de ontwikkelingen op cao-gebied dit eerste halfjaar in de krant van maandag 3 augustus, en legde de nadruk op cao-afspraken over doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd. • Lees meer

Deel dit artikel via: