Een uitnodiging voor een moderne polder
Maarten van Beek is sinds februari de nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht van AWVN. Hij stapt in op een moment waarop werkgevers te maken hebben met geopolitieke spanningen, technologische ontwikkelingen en een krappe arbeidsmarkt. Welke keuzes zijn er volgens hem nodig om onze welvaart te behouden? Een vraaggesprek over 2050, wendbare cao’s en de rol van werkgevers in de BV Nederland.
Maarten van Beek (1973) is Chief Purpose & Strategy bij ING. Naast bij AWVN is hij onder andere toezichthouder bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), het UAF en de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) de Haagse Milieu Services (HMS).
Van Beek groeide op in Limburg, in een familie met een vakbondstraditie. Hij heeft een sterke belangstelling voor werkgeverschap en de Nederlandse overlegcultuur en zet zich in om het Nederlandse model van werk en overleg toekomstbestendig te maken.
“Werkgevers staan op dit moment voor ingrijpende ontwikkelingen. Van geopolitieke spanningen tot de snelle opkomst van nieuwe AI-tools. De wereld verandert in hoog tempo. Tegelijkertijd is dat niet uniek voor deze tijd. Tijdens de industriële revolutie dachten mensen ook dat de wereld verging toen de eerste stoomtreinen gingen rijden, de spinning jenny de eerste garen spon, of het toen internet het daglicht zag.
Het is daarom belangrijk om de huidige ontwikkelingen in perspectief te plaatsen. We moeten blijven nadenken over de positie van Nederland in een veranderende wereld. Paniek is niet nodig, maar we mogen en kunnen ons ook niet permitteren om stil te blijven staan.”
Wat is daarvoor nodig?
Om tot een vruchtbaar werkgeversklimaat te komen, moeten wij als werkgevers samen met VNO-NCW keuzes maken. Het behouden van onze welvaart en het versterken van de economie begint bij het realiseren van een voorspelbaar en betrouwbaar klimaat waarin grote en kleinere werkgevers en starters goed kunnen ondernemen. Als het motortje van onze economie niet blijft draaien, hebben we immers een heel groot probleem.
Om dat voor te zijn, moeten we goed blijven kijken naar wat de arbeidsmarkt nodig heeft. We mogen de trein niet missen op het gebied van onderwijs, onderzoek en technologie. Hier is de afgelopen jaren te weinig in geïnvesteerd. AI kan bijvoorbeeld een geweldige rol spelen in het verminderen van werkdruk en het verhogen van productiviteit. Daar liggen grote kansen om het werk leuker en gemakkelijker te maken.
Verder moet ons onderwijs de arbeidskrachten leveren die nodig zijn voor de toekomst. Waar het onderwijssysteem de talenten zelf niet kan leveren, moet dit worden aangevuld met kennismigranten. Naast kennis moeten we meer aandacht hebben voor vaardigheden/skills en wendbaarheid. Hebben we genoeg technisch talent? Leren we jongeren kritisch en onafhankelijk te denken? Dat zijn fundamentele vragen voor het werkgeversklimaat.
Daarnaast hebben we te maken met vergrijzing en demografische verschuivingen. De beroepsbevolking verandert en langer doorwerken wordt normaler. Dan moet je als land nadenken hoe je leren, werken en rust beter over het leven verdeelt. Dat zijn vraagstukken voor de lange termijn, waar nu over nagedacht moet worden in onze polder. Nu nadenken en besluiten nemen voor de toekomst.”
Hoe houden we de motor draaiende?
“We hebben in Nederland een mooi systeem. Werkgevers en werknemers hebben daar samen hard voor gevochten. Daar moeten we trots op zijn. Maar het stamt uit de tijd dat mijn grootvaders in de staatsmijnen werkte. Het is aan vernieuwing toe, het moet stabieler én wendbaarder.
Het systeem is nu nog heel lineair. Mensen gaan naar school, dan werken ze en vervolgens gaan ze met pensioen. Ik zie het liever als een meanderend pad waarin je je hele leven blijft leren. Het werkende leven is niet één lange sprint tot het pensioen, maar een loopbaan met bochten, zijpaden en momenten van heroriëntatie. Leren, werken, mantelzorg, opvoeden en gezin en zorgen en rust moeten meer door elkaar heenlopen.
“Ik geloof sterk in de polder. Het Akkoord van Wassenaar heeft Nederland stabiliteit gebracht. Maar we moeten het vernieuwen om het ook relevant voor onze kinderen te laten zijn. Het gaat nu te veel over de korte termijn, en vooral over loon.
De cao is veel meer dan alleen het loonpercentage. Het is een instrument om afspraken te maken over ontwikkeling, duurzame inzetbaarheid, diversiteit en welzijn en sustainability. Wat mij betreft moeten we naar een wendbare cao, waarin je voor langere tijd vaste afspraken maakt en alleen vernieuwt waar nodig. Werkgevers en werknemers zijn gebaat bij lange termijn keuzes. Als je ontwikkeling en inzetbaarheid goed organiseert, versterk je ook je productiviteit.”
“Dat vraagt inderdaad om andere afspraken over onder andere loonopbouw, sabbaticals, mantelzorg, omscholing en mobiliteit. Ons systeem gaat er nog te veel van uit dat je je hele leven bij één werkgever zit en daar zekerheden opbouwt. Je pensioen kun je meenemen, maar je zekerheid als je je baan verliest eigenlijk niet. Zou je loon niet kunnen meanderen met de verschillende fases in je leven, waarin je soms grotere en soms kleinere banen vervult tot aan je pensioen? Dan heb je periodes met een hoger en lager salaris, in plaats van een alsmaar stijgende lijn van je eerste baan na je afstuderen tot aan je pensioen.
We moeten nu voor de lange termijn bekijken wat we als land willen en hoe we dat gaan bereiken. Peter Wennink heeft een goede voorzet gemaakt in ‘De route naar toekomstige welvaart’, net als Kim putters met ‘Brede welvaart’. Dit kunnen we niet alleen. Werkgevers, vakbonden en de overheid moeten samen kijken hoe werk en welvaart er in 2050 uitzien. Ik geloof in die samenwerking. Dat is ook persoonlijk. Mijn grootvader werkte in de Mauritsmijn in Limburg en was vakbondsman. Daar ben ik trots op. Er werd toen gevochten voor onderwijs, voor gezondheidszorg en voor goede arbeidsvoorwaarden. Dat heeft Nederland sterker gemaakt. Nu moeten we opnieuw kijken hoe we dat model aanpassen aan deze tijd.
Alleen als je afstand neemt, kun je het systeem opnieuw doordenken in plaats van het telkens te repareren. Als je alleen naar volgend jaar kijkt, blijf je hangen in inflatie en loonpercentages. Je moet ver vooruit kijken, want dan kun je dromen. En vanuit daar kunnen we naar daden. Zonder zo’n stip op de horizon blijven we reageren op de waan van de dag.”
Welke zaken mogen niet op de agenda ontbreken bij het zetten van die stip?
“Nederland moet duidelijke keuzes maken. Peter Wennink heeft richting gegeven aan sectoren waarin Nederland in moet investeren en excelleren.
Vanuit het de AWVN zie ik vijf oplossingsrichtingen. Ten eerste moeten we het ondernemerschap sterker ondersteunen en stimuleren. We moeten luisteren naar wat ondernemers écht nodig hebben en daarop inspelen. Minder bureaucratie. Meer daadkracht.
Ten tweede moeten we zorgen dat de Nederlandse industrie en dienstensector zelfstandiger worden in Nederlands en Europees verband. Of het nu gaat om China, India of de Verenigde Staten. We moeten op eigen benen staan en minder afhankelijk zijn van landen buiten Europa. Dat is cruciaal voor een sterk werkgeversklimaat.
Verder moeten we op de lange termijn investeren in goed werkgeverschap. Denk aan onderwerpen als welzijn en duurzame inzetbaarheid. We moeten daar een goede balans in vinden. Niet achterblijven, maar ook niet te duur worden. Investeren in meer dan alleen loon.
In het verlengde daarvan moeten we goed nadenken over de rol van bedrijven in de maatschappij. Bedrijven moeten niet alleen meelopen, maar juist vooroplopen als het gaat om innovaties, vernieuwingen en verbeteringen in werkgeverschap. De leidende vraag daarbij is: ‘Hoe kunnen wij vanuit onze werkgeversrol een bijdrage doen aan de BV Nederland?’.
Tenslotte, moet er meer in het onderwijs en onderzoek geïnvesteerd wordt in lijn met de focus die Wennink aangeven heeft. Nederland heeft hier mijn inziens veel te weinig in geïnvesteerd. Zowel in praktisch als in wetenschappelijk onderwijs. Dit is noodzakelijk om langere termijn brede welvaart vorm te geven.”
Deze week is het nieuwe kabinet beëdigd. Wat zou u de politiek mee willen geven?
“We hoeven niet te breken met het verleden, maar een herijking van het Nederlandse model is nodig. Daarbij hoeven we minder ad hoc te reageren op economische schommelingen, maar moeten we juist meer gezamenlijke keuzes maken voor de lange termijn.
Werkgevers en werknemers hebben daarin ook zelf een verantwoordelijkheid. We moeten eerst naar onszelf kijken wat wij anders kunnen doen en van daaruit de politiek uitnodigen om samen op te trekken. Het gaat erom dat we stabiliteit combineren met wendbaarheid. Als we samen richting 2050 durven te denken, blijft ons model ook in de toekomst relevant. Dan kunnen werkgevers ondernemen, werknemers zich blijven ontwikkelen en blijft Nederland een land waar iedereen een bijdrage kan leveren.
Laat ik besluiten met een oproep te doen aan de sociale partners en de politiek. Een oproep aan onze polder, dat de AWVN met de expertise die ze in huis heeft, graag het voortouw neemt in vernieuwingen om aan nieuw Akkoord van Wassenaar te werken voor de volgende generaties en ook onze kinderen en kleinkinderen.”
Niets missen? Abonneer je op dit onderwerp en ontvang nieuwe artikelen automatisch in jouw persoonlijke overzicht!
Log in met de gebruikersnaam die je altijd gebruikt en die bij ons bekend is, maar met het wachtwoord van je bijbehorende werk- school- of privéaccount van Microsoft of Gmail